Voedingsindustrie is sterkhouder van Belgische economie
nieuwsDe voedingsindustrie is in 2013 uitgegroeid tot de belangrijkste industriële sector van ons land. Qua tewerkstelling was het dat al - samen zorgen de 4.638 vooral kleine en middelgrote ondernemingen voor 88.700 directe en nog eens bijna 138.000 indirecte arbeidsplaatsen - nu is de sector ook de grootste qua omzet en toegevoegde waarde. Ondanks die omzetgroei haalt de sector de vooropgestelde doelstelling niet, maar die is door toedoen van FEVIA dan ook erg ambitieus. “We staan voor een tweesprong en willen in 2014 resoluut kiezen voor groei”, aldus voorzitter Bernard Deryckere.
In 2013 kende de voedingsindustrie een voorzichtige groei van 1,5 procent. Vooral op vlak van omzet, export en tewerkstelling scoort de voedingsindustrie goed. Van de naar schatting 48,2 miljard euro omzet werd er ongeveer 24 miljard euro in België verkocht en 24,2 miljard euro geëxporteerd. “Op de binnenlandse markt werden ongeveer twee procent meer Belgische voedingswaren geconsumeerd zodat 2013 een einde maakt aan het verlies aan marktaandeel op de binnenlandse markt”, vertelt Chris Moris, directeur-generaal van FEVIA.
Qua omzetgroei was 2012 een positiever jaar (+3,8%), maar de voedingsindustrie deed ook vorig jaar significant beter dan het gemiddelde in de verwerkende industrie (-0,3% in 2012 en -3,3% in 2013). De sector blijft dus een sterkhouder binnen het Belgische industriële weefsel. Vooral het drankensegment zette mooie prestaties neer (+3,8% omzetgroei ten opzichte van 1,2% voor voeding). In de zuivelindustrie was de omzetgroei het grootst.
In 2011 stelde de voedingsindustrie in ons land een ambitieuze groeidoelstelling voorop. Tussen 2011 en 2015 moet de omzet met zes miljard euro toenemen tot 51,8 miljard euro. Met 48,2 in plaats van 48,8 miljard euro oogt de tussentijdse score net niet goed genoeg, zodat de voedingsindustrie in de toekomst nog een tandje zal bijsteken. Export wordt daarbij heel belangrijk. Op vandaag is er op de handelsbalans voor voeding al een overschot van 3,1 miljard euro. Het contrast met de totale goederenbalans van ons land is groot want die schrijft dieprode cijfers (-7,3 miljard euro).
Bovendien lijkt de honger in het buitenland naar Belgische voedingswaren niet gestild. Niet zonder trots herinnerde FEVIA-voorzitter Deryckere aan de woorden van Barack Obama. Tijdens een bezoek aan ons land zei de president van de VS: “Het is gemakkelijk om van een land te houden dat beroemd is om zijn bier en chocolade.” Zijn landgenoten delen die liefde want de Verenigde Staten zitten als verre exportmarkt voor onder andere bier en chocolade in de lift.
“Belgische voedingswaren worden in het buitenland automatisch geassocieerd met kwaliteit”, zegt Deryckere daarover. Met het logo ‘Food.be Small country, great food’ zet FEVIA dat zelf nog eens extra in de verf. Aan een verdere verbetering van de voedselkwaliteit wordt overigens nog voortdurend gewerkt. Zo zette de industrie samen met minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx programma’s op om het zoutgehalte in diverse voedingswaren te verminderen.
We zijn in het buitenland voor meer gekend dan alleen ons bier en onze chocolade. Binnen productcategorieën zoals diepvriesgroenten en -frieten moet je de wereldmarktleider in ons land zoeken. De totale export van Belgische voedingswaren steeg vorig jaar met meer dan twee procent. De export bleef voornamelijk gericht op de EU met als zwaartepunt onze directe buurlanden Nederland, Frankrijk en Duitsland. Maar het is vooral de export naar de nieuwe EU-lidstaten en verre exportmarkten, naast de VS bijvoorbeeld ook Japan en Rusland en de andere BRIC-landen, die in de lift zit. De export buiten West-Europa was goed voor bijna 18 procent van het totaal, waar dat tien jaar geleden maar 12 procent was.
Tussen alle positieve cijfers voor 2013 valt op dat de investeringen met ruim tien procent terugvielen tot 1,2 miljard euro. “In 2011 en 2012 werd er enorm geïnvesteerd in de sector”, zoekt de FEVIA-voorzitter naar een verklaring voor de terugval. Ondanks de terugval tot 1,2 miljard euro doet geen enkele andere sector beter, ook die twee andere steunpilaren van de Belgische economie - de chemie en de farmaceutische sector - niet. Deryckere geeft wel toe dat de rendabiliteit van de voedingsbedrijven in ons land onder druk staat zodat investeren des te belangrijker is voor de toekomst.
Qua product- en procesinnovatie steekt België de buurlanden de loef af. Qua kostencompetitiviteit is het tegendeel waar zodat FEVIA zich als sectorfederatie zorgen maakt. “Onze concurrentiepositie staat zwaar onder druk door de loonkostenhandicap van 21 procent in vergelijking met de voedingsindustrie in Duitsland, Frankrijk en Nederland”, aldus Deryckere. “De voorbije jaren is enorm geïnvesteerd in productiviteit en automatisatie, maar op dat vlak is de grens bijna bereikt.” De FEVIA-topman kijkt voor “structurele maatregelen” (lees: een halvering van de loonkostenhandicap) nadrukkelijk richting beleidsmakers. Het gaat immers om de toekomst van de werkende Belgen aangezien de voedingsindustrie ieder jaar ongeveer 10.000 mensen aanwerft.
Een ander zorgenkind zijn de energiekosten. “Voor grote gebruikers stijgen die amper, maar onze energie-intensieve KMO’s zien hun energiefactuur exploderen. Dat maakt het lastig om investeringen in nieuwe productiesites in eigen land te houden”, waarschuwt Deryckere. De sector roept op om de energiekosten naar beneden te halen, bedrijven te belonen die investeren in energie-efficiëntie en rekening te houden met de energie-intensiteit van voedselproductie. Andere dringende maatregelen waarvoor FEVIA rekent op alle regeringen in ons land zijn bijvoorbeeld een actiever arbeidsmarktbeleid, een fiscale stimulans voor bedrijven die exportmanagers aanwerven en minder administratieve rompslomp bij O&O-projecten. Een goede samenwerking tussen voedingsbedrijven en Voedselagentschap blijft van groot belang voor het behalen van exportcertificaten.
“De voedingsindustrie is op dit moment de sterkhouder van de Belgische industrie. Stilstaan is evenwel achteruitgaan zodat wij ervoor kiezen om ook in de jaren die komen te blijven groeien en investeren in België”, besluit Bernard Deryckere. Nu de voedingsindustrie de chemie als grootste industriële sector voorbijgestoken heeft, dringt het belang van de vele kleine KMO’s in de voedingssector beter door bij de politiek. FEVIA rekent er dan ook op dat haar memorandum met belangstelling gelezen wordt door alle politieke stakeholders.
Meer info: Economisch jaarverslag voedingsindustrie in 2013 & memorandum FEVIA 2014
Bron: eigen verslaggeving