duiding

Vleesveehouderij houdt wind in de zeilen ondanks lichte val vleesprijzen

duiding

Nadat het water jarenlang aan de lippen stond van de Vlaamse vleesveehouders, heeft de sector sinds twee jaar de wind in de zeilen. De recordvleesprijzen van vorig jaar brachten positieve cijfers terug op de bedrijven. Hoewel de vleesprijzen wat daalden, voorzien experts dat de positieve conjunctuur nog wel even aanhoudt. “Het aanbod daalt sneller dan de vraag daalt”, verklaart Jan Leyten, landbouweconoom bij KBC.

Vandaag Jerom Rozendaal
vleesveevleeskoewitblauw

De vleesveehouder bungelde jarenlang onderaan als economisch slechts presterende landbouwactiviteit. Het gemiddelde nettobedrijfsresultaat (NBR) per familiale arbeidskracht was voor de vleesveebedrijven in de periode 2012-2024 steeds negatief, wat betekende dat de productiefactoren onvoldoende vergoed werden en er ook geen vergoeding overbleef voor het ondernemersrisico of de winst. Het nettobedrijfsresultaat schommelde tussen -13.500 euro (2022) en -42.600 euro (2016).

Tegelijk viel het in die periode op dat van het inkomen van de vleesveehouderij relatief het grootste aandeel uit overheidssteun kwam. Gemiddeld 50,3 procent van het bedrijfsinkomen van vleesveehouders kwam in 2024 uit premies, zoals de zoogkoeienpremies. Dit blijkt uit de bedrijfseconomische analyses van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.

Ook uit de jaarlijkse conjunctuurbarometer van KBC blijkt dat de rundveehouderij tot en met 2024 geen vetpot was, hoewel de verschillen tussen bedrijven groot zijn. Zo lag de beschikbare cashflow in 2024 op 277 euro per zoogdier, terwijl dat in 2023 en 2022 respectievelijk zelfs maar 75 en 115 euro per zoogdier betrof. (Cashflow is het verschil tussen de reële inkomsten en uitgaven en volgens KBC de meest adequate parameter om de rendabiliteit van een bedrijf of sector uit te drukken, red.)

agronomics_stoppers_jan 2025

De laatste twee jaar is de krediettoekenning met ruim 20 procent toegenomen, daarmee is het de grootste stijger in de landbouw

Jan Leyten - Landbouweconoom bij KBC

Vorig jaar trad er echter een plotselinge kentering op in de conjunctuur. Dat had alles te maken met de plotselinge stijging van de vleesprijzen in het voorjaar van 2025. Op korte tijd steeg de karkasprijs van Belgisch witblauwe stieren met 40 procent tot het recordniveau van 9,50 euro. Over het jaar bedroeg de vleesprijs 8,80 euro per kilo. Dit terwijl in 2024 de gemiddelde karkasprijs voor witblauwe stieren nog op 6,50 euro per kilo lag.

Dit resulteerde in een forse verbetering van de cashflow, blijkt uit de conjunctuurbarometer van KBC. Vorig jaar bedroeg de gemiddelde beschikbare cashflow per zoogdier 1.357 euro op een gesloten gespecialiseerd vleesveebedrijf. Ook dit jaar stevent de sector op een soortgelijk resultaat af, meent Jan Leyten, landbouweconoom bij KBC. “De vleesprijs is wel licht gedaald, maar met een stierenkarkasprijs van 8,65 euro per kilo tot dusver is de opbrengst nog steeds heel behoorlijk.”

KBC_conjunctuurbarometer Vleesveehouderij

Leyten verklaart de plotselinge omslag door een onderaanbod op de markt. De veestapel in heel Europa daalt sterker dan de consumptie van rundveevlees daalt. De Vlaamse zoogkoeienstapel (witblauw) daalde vanaf 2016 met 188.883 elk jaar tot 126.290 in 2025, een afname met meer dan 30 procent. Vorig jaar werd deze daling nog eens versterkt door blauwtong, waardoor er minder kalvingen waren. “Vorig jaar daalde de productie in Europa met 4,2 procent, in Vlaanderen met 2 procent”, weet Leyten.

Sinds de piek in 2025 kende de prijsvorming een lichte teruggang, maar de Belgische witblauwe stieren lijken de ‘piek’ van 8,2 euro per kilo in week 26 alweer te boven te zijn. Momenteel ligt de prijs op 8,5 cent per kilo karkasgewicht. Opvallend is dat de prijs voor vrouwelijke Belgische witblauwe runderen momenteel hoger ligt. “Dat vlees wordt vooral gecommercialiseerd via beenhouwerijen en horeca. Stierenvlees via de grootdistributie”, weet Jan Leyten.

Beperkte verjonging in de sector

Hij en andere experts denken dat de vleesprijs de komende tijd nog op peil blijft. “Uit het dalende aantal afkalvingen valt op te maken dat de veestapel in Vlaanderen nog minstens tot 2030 zal dalen. Daarbij is de vleesveehouderij de meest vergrijsde sector in de landbouw en staan jongeren nog steeds niet bij bosjes te springen om het bedrijf van hun ouders over te nemen. De verwachting is dat de komende jaren nog heel wat bedrijven zullen stoppen.

Dat heeft ook te maken met de verouderde infrastructuur op vleesveebedrijven. Door de lange periode van slechte rentabiliteit heeft de sector vele jaren niet geïnvesteerd in nieuwe stallen of stalinrichtingen. “Daardoor zijn er soms grote investeringen nodig om bedrijven te moderniseren”, aldus Leyten.

Hoewel jongeren nog steeds niet in de rij lijken te staan, vertalen de betere rentabiliteit en toekomstverwachtingen zich wel degelijk in meer kredietaanvragen in de vleesveehouderij. “De laatste twee jaar is de krediettoekenning met ruim 20 procent toegenomen, daarmee is het de grootste stijger in de landbouw”, zegt Leyten. Hij plaatst hierbij de nodige nuances. “Door het lage investeringsniveau in het voorbije decennium vertegenwoordigt het daardoor maar twee procent van de landbouwkredieten.”

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek