Vlaamse minister-president bezoekt Bijenteeltmuseum
nieuwsMinister-president Kris Peeters bracht woensdag een bezoek aan het Bijenteeltmuseum in Kalmthout. Door de nabijheid van de Kalmthoutse Heide huist een derde van de bijen- en hommelsoorten in Vlaanderen in de ruime omgeving van het museum. Maar in het algemeen gaat het niet goed met onze bijenkolonies. Volgens een Europese studie is de wintersterfte nergens zo groot als in ons land. De problematiek houdt Peeters al langer bezig, en ook nu stak hij de imkers een hart onder de riem.
Het Bijenteeltmuseum in Kalmthout dompelt de bezoekers - jaarlijks zo'n 5.000 - onder in de intrigerende wereld van de honingbij, het nobele ambacht van de imker en de zuivere honing die hij oogst. In het museum is er aandacht voor kennisoverdracht, maar ook voor de belevingswaarde met enkele doe-elementen. In 2012 onderging het museum een geslaagde facelift zodat het nog meer dan vroeger een toeristische en educatieve troef is voor de regio.
Voor al wie begaan is met het wel en wee van de honingbij is het museumbezoek van de minister-president een opsteker. Professor Dirk de Graaf, hoofd van het Informatiecentrum voor de Bijenteelt aan de UGent, sprak zijn waardering uit voor Peeters omdat hij interesse toont in de problemen waarmee de sector kampt. “Het is geen publiek geheim meer dat het slecht gaat met de honingbijen, maar dat in de winter 2012-2013 één derde van de Belgische bijenkolonies ten onder zou gaan, had blijkbaar niemand zien aankomen.” De professor citeert uit het Europese EPILOBEE-project, dat de zwaarste verliezen in ons land situeerde.
Eigenlijk mochten de Europese resultaten niet verrassen want minder dan een jaar geleden hadden ook onderzoekers van UGent en KU Leuven een sterftecijfer voor Vlaanderen van wel 46,5 procent gerapporteerd. “Dat bijna de helft van de kolonies de winter niet doorkomt, is een drama voor de getroffen imkers”, zegt de Graaf, “en de gevolgen beginnen nu ook voelbaar te worden bij diegenen die op honingbijen rekenen voor de bestuiving van gewassen.” De professor voorspelt een nijpend tekort aan bestuivers. “Misschien dat we het dit jaar nog net redden, maar het weerkerend probleem vraagt onze volle aandacht en een duurzame oplossing.”
De oorzaak van de ellende is niet eenduidig maar te wijten aan een veelheid van stressoren waaraan honingbijen worden blootgesteld. “De varroamijt is een belangrijke oorzaak, maar daarnaast spelen ook secundaire infecties (virussen, bacteriën en parasieten) een rol, evenals het gebrek aan drachtplanten, de blootstelling aan vergif, genetische verarming van de bijenpopulatie en hier en daar misschien onkunde van de imker. Tijdens de rondleiding in het museum merkte de gids van het museum op dat de monoculturen maïs in de Kempen waardeloos zijn voor bijen. Ook het exotenbeleid brengt bijen in problemen wanneer planten met veel stuifmeel (b.v. acaciabomen) moeten verdwijnen voor inheemse soorten die minder aantrekkelijk zijn voor bijen. Verder kan de overheid een verschil maken met goed (lees: op biodiversiteit gericht) bermbeheer.
De zoektocht naar de oorzaken wordt nog complexer door de grote geografische verschillen. Aan de UGent werd onlangs een DNA-chip voor stressdetectie ontwikkeld en de eerste resultaten wijzen erop dat telkens een andere combinatie van stressoren de bijen uiteindelijk op de knieën krijgt. Een eenvoudige oplossing bestaat dan ook niet. Volgens professor de Graaf is een bijsturing op verschillende fronten nodig: meer drachtplanten, minder vergif, minder invoer van koninginnen en volkeren uit het buitenland vanwege het risico op ziekte-insleep, de kweekprogramma’s bijsturen richting resistentie en het management beter afstemmen op het beheersen van de Varroamijt.
“De veelheid aan maatregelen concretiseren, wordt niet makkelijk”, beseft de Graaf. “De Universiteit Gent nam in deze reeds haar verantwoordelijkheid met de oprichting van een platform voor onderzoek, overleg en realisatie.” Voor de imkerij is een grote opdracht weggelegd, wat de professor doet pleiten voor een versterking van het Praktijkcentrum Bijen. “Het mag niet stoppen bij een gevoel van verontwaardiging bij het horen van de sterftecijfers. De economische en ecologische waarde van de honingbij als bestuiver van landbouwgewassen en wilde planten laten dit niet toe.”
Na de rondleiding in het museum lichtte minister-president Peeters toe dat hij al in 2012 een Ronde Tafel samenriep rond de problematiek. Het bij elkaar brengen van experten, beleidsmakers, imkerverenigingen en andere stakeholders loonde de moeite. De gemeentebesturen beschikken nu over een drachtplantengids. Vorig jaar zaaiden boeren meer dan 20.000 hectare bijenvriendelijke groenbedekkers. Voor de imkers kwam er naschoolse vorming.
“Een ‘silver bullet’-maatregel van de overheid bestaat niet, maar we sensibiliseren en zetten stappen in de goede richting ook al blijft de wintersterfte hoog”, besluit Kris Peeters. Hij sprak nog zijn steun uit voor verder onderzoek en drukte de hoop uit dat ook de jeugd zich interesseert in de ‘”prachtige hobby die imkerij is”. Na het vertrek van de minister-president werd de problematiek van de bijensterfte besproken met vertegenwoordigers van de bijensector, het Praktijkcentrum Bijen en het Voedselagentschap.
Bron: eigen verslaggeving