VITO zoekt mee naar oorzaken van algengroei op zee
nieuwsVieze stranden, vissterfte en mislukte mosseloogsten, de gevolgen van te veel voedingsstoffen in het water laten zich ook voelen in de Zuidelijke Noordzee en het Brits Kanaal. Het zijn de nitraten en fosfaten afkomstig van landbouw, industrie en huishoudelijk afvalwater die leiden tot ongewenst felle groei van algen. De Vlaamse onderzoeksinstelling VITO stond mee aan de wieg van een informatieplatform dat de oorzaken van algenbloei op zee nauwkeuriger in kaart brengt.
Het Europese beleid streeft naar een goed beheer van onze rivierbekkens en kustwateren, onder andere door de maximale hoeveelheid nutriënten te beperken die in het water mogen terechtkomen. In water dat veel stikstof en fosfor bevat, gaan algen explosief groeien. Dat heeft nadelige gevolgen voor het mariene ecosysteem en de economische activiteiten in de kustzone. Met het Europese project ISECA sloegen onderzoeksorganisaties uit Vlaanderen, Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland de handen in elkaar om de monitoring van eutrofiëring te verbeteren.
Een kleine toename van stikstof en fosfor in het water is niet nadelig en kan bepaalde vispopulaties zelfs doen toenemen. Overmatig nutriëntenrijk water is echter nergens goed voor. “Het water wordt dan troebel, er is een tekort aan zuurstof en in het ergste geval vissterfte. Door de explosieve algengroei zien we langs de kust schuimvorming, soms meters hoog, waardoor stranden tijdelijk moeten worden afgesloten. Ook de mislukte oogst van Zeeuwse mosselen in 2001 was te wijten aan extreme algenbloei”, weet Jean-Luc De Kok van onderzoeksinstelling VITO.
In extreme omstandigheden zijn plaagalgen ook voor mensen en landdieren schadelijk. De algenpluimen die op het strand aanspoelen, produceren immers zwavelgassen die dodelijk kunnen zijn. “Een paar jaar geleden vond men in de Franse duinen nog wilde zwijnen die gestorven waren door zuurstofgebrek”, vertelt De Kok, die eraan toevoegt dat plaagalgen ook in lagere concentraties schadelijk zijn.
Het Europese project ISECA wil het probleem van eutrofiëring in onze kustgebieden beter onder de aandacht brengen van beleidsmakers en het grote publiek, maar richt zich ook op de onderzoekswereld. ISECA ging van start in 2011 en groepeert Vlaamse, Nederlandse, Franse en Britse kennispartners, met de financiële steun van het Europese samenwerkingsprogramma Twee Zeeën.
Het Franse ADRINORD coördineert het project terwijl VITO betrokken is als partner en onder meer de internettoepassing ontwikkelde die het informatiesysteem online beschikbaar zal maken. Het doel van het project is immers de ontwikkeling van een informatieplatform op basis van data afkomstig van aardobservatie, modelsimulaties en metingen ter plaatse. De sterkte van het project zit hem naar verluidt in de integratie van deze verschillende soorten informatie.
ISECA mikt ook op een vlotte communicatie van de wetenschappelijke inzichten, zowel naar beleidsinstanties als naar het brede publiek. Jean-Luc De Kok: “Als we de concentraties van bijvoorbeeld stikstof in zee blijvend willen terugdringen, dan zijn er verdere inspanningen van de landbouwsector nodig. De output van het project is dus zeker relevant voor het beleid.”
Ook de publieke perceptie speelt een belangrijke rol in de strijd tegen eutrofiëring. Uit een enquête van ISECA bleek dat de bevolking vertrouwd is met schuim aan onze kusten, maar dat slechts weinig mensen weten dat eutrofiëring en menselijke invloeden de oorzaak zijn. Om die kennisleemte te vullen, ontwikkelde ISECA onder meer een publiekswebsite en maakt het ook het dataplatform via een webservice vrij toegankelijk.
Meer info: publiekswebsite ISECA
Bron: VITO