Verkoopt een boer zijn melk nog altijd te goedkoop?
nieuwsMilcobel gaat er prat op dat het in 2013 zijn hoogste melkprijs ooit uitbetaalde, namelijk 38,63 euro per 100 liter. In de melkprijsvergelijking van LTO is voor 2013 sprake van een “melkprijs op recordniveau”, nog beter dan in 2008 en 2011. Optimisme troef in de melkveehouderij zou je denken, maar vanuit Nederland komt een ander geluid. De Dutch Dairymen Board zwaait met een kostprijs van bijna 45 eurocent per liter, wat meer is dan de in 2013 uitbetaalde melkprijs. Liba, een gespecialiseerd adviesbureau uit Bocholt, nuanceert deze kostprijs. Deze expert ter zake merkt wel op dat de veel lagere (en vaker geciteerde) kritieke opbrengstprijs, anders dan de kostprijs, geen marktconforme vergoeding voor de arbeid en kapitaalinbreng van de melkveehouder voorziet.
De European Milk Board (EMB), dat is de koepelorganisatie van melkveehouders die een patent heeft op betogingen in Brussel, liet het Duitse Büro für Agrarsoziologie und Landwirtschaft een methode ontwikkelen om de kostprijs van een liter melk te berekenen. Voor de melkveehouderij in Duitsland (43 tot 51 eurocent per liter) en Frankrijk (34 tot 49 eurocent per liter) werd de oefening reeds gemaakt, nu is Nederland aan de beurt.
De Dutch Dairymen Board (DDB), zeg maar de Nederlandse afdeling van de European Milk Board, maakt bekend dat de berekening resulteert in een kostprijs van bijna 45 eurocent per liter voor 2013. Dat is een stuk boven de gemiddeld in Nederland uitbetaalde melkprijs van ruim 37 eurocent. In de kostprijs zit een arbeidsvergoeding verrekend voor de melkveehouder en zijn meewerkende gezinsleden. Daarvoor werden de verantwoordelijkheden van een melkveehouder vergeleken met de functies en lonen in een database van twee miljoen arbeidscontracten.
Geruggensteund door de studie ageert DDB tegen het “uithollen van de Nederlandse melkveebedrijven door een structureel te lage melkprijs”. Sedert 2000 hield 37 procent van de Nederlandse melkveehouders het voor bekeken. DDB betreurt dat gezinsbedrijven verdwijnen en daarmee ook het karakteristieke van de sector. De organisatie vraagt niet om subsidies voor melkveehouders maar verlangt van de beleidsmakers dat zij de juiste marktvoorwaarden scheppen. Dat moet melkveehouders in staat stellen een melkprijs uit de markt te halen die de productiekosten dekt.
Van de European Milk Board (EMB) is geweten dat de organisatie een melkprijs van 45 eurocent per liter geen cent te veel vindt. Als de drie kostprijsstudies in opdracht van deze organisatie juist zijn uitgevoerd, dan zou zelfs een melkprijs van 45 eurocent onvoldoende zijn voor heel wat Duitse, Franse en Nederlandse melkveehouders. Dat roept vragen op gelet op de gunstige teneur in de melkveehouderij bij een melkprijs die de afgelopen maanden hoge toppen scheerde maar nooit dicht in de buurt kwam van 45 eurocent.
Liba, een bedrijfseconomisch advies- en boekhoudkantoor met melkveehouderij als specialisatie, nuanceert de kostprijs die DDB citeert zonder de EMB-studie af te breken. Ook het Landbouweconomisch Instituut (LEI) in Nederland komt immers, inclusief een vergoeding voor eigen arbeid en vermogen, aan een kostprijs in de grootteorde van de studie die in opdracht van EMB in Nederland werd uitgevoerd. Met een kostprijs van 50 tot 53 euro per 100 kilo melk, in de periode van 2007 tot 2012, schat het LEI de gemiddelde kostprijs zelfs nog iets hoger in. “Wel is het zo dat men in Nederland rekent met een arbeidsvergoeding van 13 eurocent per liter en quotumkosten van 3,39 cent per liter”, merkt Liba op.
Voor het goede begrip wijst het advies- en boekhoudkantoor op het verschil tussen de ‘kostprijs’ en de ‘kritieke opbrengstprijs’. In de kostprijs zoals hij in opdracht van EMB werd berekend, zit een marktconforme vergoeding voor arbeid en geïnvesteerd kapitaal. “In de kritieke opbrengstprijs is dat niet het geval. Met dit cijfer geef je de werkelijke uitgaven weer, waaronder de privéuitgaven van een melkveehoudersgezin, en hou je geen rekening met berekende kosten”, vertelt Liba-adviseur Niels Achten.
Een gangbare kritieke opbrengstprijs voor een Vlaams melkveebedrijf situeert zich gemiddeld rond de 31 eurocent per liter melk. De vooruitzichten voor de melkprijs zitten rond de 32 eurocent per liter melk. In de Nederlandse situatie ligt de gemiddelde kritieke opbrengstprijs hoger, rond de 35 eurocent per liter melk. “Het verschil in kostprijs is vooral te wijten aan de hogere quotumkosten en de intensiever gefinancierde bedrijven van onze noorderburen”, weet Achten.
Tijdens de zuivelcrisis in 2009 dook de uitbetaalde melkprijs met 26 eurocent per liter onder de kritieke opbrengstprijs van de meeste melkveebedrijven in Vlaanderen. Goede technische resultaten halen en de kostprijs drukken, is dus een goede strategie om overeind te blijven wanneer de vergoeding voor een liter melk sterk schommelt. “Maar we stellen vast dat de gemiddelde kritieke opbrengstprijs en de melkprijs naar elkaar toe evolueren, wat voor de bedrijven geen goede zaak is”, aldus de Liba-adviseur. “De vleesprijzen voor nuchtere kalveren die het bedrijf verlaten, liggen aan de lage kant. Europese subsidies worden stelselmatig afgebouwd. Tezelfdertijd stijgen de kosten, om te beginnen al de veevoederprijs.”