nieuws

Veevoederindustrie plant meer dan 2.000 staalnames

nieuws
Sinds 2003 voert de Belgische veevoederindustrie een collectief bemonsteringsplan uit. Alle leden van beroepsvereniging BEMEFA nemen hier verplicht aan deel. In de loop van 2016 gaan 253 bedrijven uit de mengvoedersector meer dan 2.000 stalen nemen van grondstoffen, toevoegingsmiddelen, voormengsels en mengvoeders. Directeur-generaal Yvan Dejaegher kondigt aan dat bijzondere aandacht zal uitgaan naar de parameters mycotoxines en microbiologie. Begrijp dat als een verhoogde waakzaamheid voor natuurlijke gifstoffen enerzijds en salmonella in diervoeder anderzijds. In 2015 waren dit de twee contaminanten waarmee de sector het vaakst geconfronteerd werd.
8 januari 2016  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:25
Lees meer over:

Sinds 2003 voert de Belgische veevoederindustrie een collectief bemonsteringsplan uit. Alle leden van beroepsvereniging BEMEFA nemen hier verplicht aan deel. In de loop van 2016 gaan 253 bedrijven uit de mengvoedersector meer dan 2.000 stalen nemen van grondstoffen, toevoegingsmiddelen, voormengsels en mengvoeders. Directeur-generaal Yvan Dejaegher kondigt aan dat bijzondere aandacht zal uitgaan naar de parameters mycotoxines en microbiologie. Begrijp dat als een verhoogde waakzaamheid voor natuurlijke gifstoffen enerzijds en salmonella in diervoeder anderzijds. In 2015 waren dit de twee contaminanten waarmee de sector het vaakst geconfronteerd werd.

Naar jaarlijkse gewoonte heeft BEMEFA, de beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten, de controles op diervoeders aangescherpt. Zo telt de 14de editie van haar monitoringsysteem niet minder dan 253 deelnemers. Op deze bedrijven worden 2.054 analyses ingepland van alle grondstoffen, toevoegingsmiddelen en voormengsels die als input gebruikt worden door de mengvoedersector. Uiteraard zijn ook alle daarmee geproduceerde mengvoeders en voormengsels opgenomen in de monitoring. Volgens BEMEFA betekent dit dat alle mogelijke risico’s in kaart worden gebracht en dat daarop een statistisch representatieve steekproef genomen wordt.

“Het is de bedoeling om zoveel mogelijk proactief op te treden en te vermijden dat mogelijks gecontamineerde grondstoffen worden ingemengd”, zegt Yvan Dejaegher namens BEMEFA. Bijzondere aandacht gaat in 2016 uit naar mycotoxines en salmonella omdat het meestal één van deze twee contaminanten was die het afgelopen jaar problemen stelde.

Volgens kwaliteitsbewaker OVOCOM komt het niet vaak voor dat salmonella opduikt in diervoeder, maar als het gebeurt dan kan de besmetting doorgegeven worden aan het dier. Pluimvee is gevoeliger voor salmonella dan varkens en rundvee. Bepaalde serotypes van salmonella ‘reizen’ mee met de internationale handel in bepaalde voedermiddelen en kunnen zo in de EU terechtkomen. Ook mycotoxines kunnen de handel in mengvoeder(grondstoffen) ernstig verstoren, herinner je de verontreinigde maïs uit Oost-Europa die twee jaar geleden in Duitsland, Nederland en België belandde.

Beroepsvereniging BEMEFA coördineert alle acties verbonden aan de risicomonitoring, zoals de opvolging van monstername, het opsturen naar de officieel erkende laboratoria, de online raadpleging van alle individuele analyseresultaten, enz. Jaarlijks worden de analyseresultaten publiek kenbaar gemaakt op de website van BEMEFA. Alle individuele analyseresultaten worden ook doorgespeeld aan het Voedselagentschap.

BEMEFA’s collectief bemonsteringsplan wordt steeds gevalideerd door OVOCOM, onafhankelijk beheerder van de kwaliteitscontrole in de diervoederketen, het (wetenschappelijk comité van) Voedselagentschap en sinds 1 januari 2016 ook door de Nederlandse Zuivelorganisatie via een onafhankelijke audit. Door de afspraken met de Nederlandse zuivelsector kunnen Belgische mengvoederfabrikanten blijven leveren aan Nederlandse melkveehouders-klanten ondanks de verscherpte eisen aan toeleveranciers bij onze Noorderburen.

Naast het collectief bemonsteringsplan heeft de beroepsvereniging ook een reeks andere bemonsteringsplannen op de rails. Zo is er de monitoring op mycotoxines kort na de inlandse graanoogst (het zogenaamde early warning systeem), zijn er gerichte controles op het zinkgehalte in diervoeders, op specifieke parameters voor de export van diervoeders (b.v. radioactiviteit, enterobacteriën), op het fosfor- en eiwitgehalte in de geproduceerde diervoeders, op speciale grondstoffen voor de petfoodindustrie, enz.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek