Vanthemsche: "Vergroening is geen business as usual"
nieuwsIn De Standaard bestempelde de natuurbeweging de vergroening van het landbouwbeleid als een doekje voor het bloeden. Daags nadien plaatst ULB-professor Marjolein Visser in diezelfde krant vraagtekens bij het huidige landbouwmodel omdat “de ecologische ravage gepaard gaat met een sociale”. Volgens haar zorgde het Europees landbouwbeleid voor een koude sanering in de sector. Na de eerste aantijging kroop Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche in zijn pen om de vergroening toe te lichten en aan te tonen dat het geen ‘business as usual’ is maar boeren opzadelt met reële kosten. En passant pleit hij voor een doordacht beleid ter verduurzaming van de landbouw want de keuzes van Europa zijn niet barslecht maar evenmin optimaal.
Kun je boeren met subsidies stimuleren om het milieu te verbeteren? Europa is die overtuiging toegedaan en stuurt haar Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) stelselmatig in die zin bij. “De eenzijdige focus op productiviteit behoort tot het verleden”, constateert Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche. “Enkel wie de randvoorwaarden – die veelal met leefmilieu en dierenwelzijn te maken hebben – naleeft, heeft recht op de Europese inkomenssteun. Het investeringsbeleid stuurt richting investeringen die de ecologische druk verminderen. De vergroeningspremie moet de verduurzaming van de landbouwsector vanuit het GLB extra in de verf zetten.”
De vergroeningspremie is een onderdeel van de rechtstreekse inkomenssteun die Europa aan landbouwers toekent. In Vlaanderen zal de rechtstreekse inkomenssteun 20 procent dalen vergeleken met de voorbije jaren. Bovendien wordt een derde van de steun enkel toegekend als de boer extra inspanningen doet op het vlak van leefmilieu en biodiversiteit, de zogenaamde vergroeningspremie. “De boer moet dus meer doen met minder”, besluit Vanthemsche daaruit. Dat wil zeggen de kosten van hogere Europese normen compenseren onder concurrentiedruk van een vrijere wereldmarkt, toenemende volatiliteit indekken en publieke diensten leveren die samen hangen met landbouwactiviteit. Daar komt de vergroening bovenop.
Boerenbond heeft de vergroening als concept positief onthaald. Het maakt voor het brede publiek zichtbaar wat de sector al langer weet: het Europees landbouwbeleid draagt bij tot het verduurzamen van de sector. Op dat vlak is het uniek in de wereld. Anderzijds heeft de landbouworganisatie ook zo haar bedenkingen. “De vergroening mist een aanpak op maat van sectoren en regio's”, vindt Vanthemsche. “De Vlaamse landbouw werkt in een sterk verstedelijkt en versnipperd openruimtegebied. Daarom pleit de Vlaams strategische adviesraad voor landbouw voor een specifieke benadering voor verstedelijkte of peri-urbane gebieden zoals Vlaanderen.”
Vandaag is dat niet het geval. Belangrijke deelsectoren zoals de niet-grondgebonden varkens- en pluimveehouderij, maar ook groenten onder glas, fruit- en sierteelt worden niet gevat door de focus op grondgebonden maatregelen. Het Europese potentieel wordt verder onvoldoende gemobiliseerd omwille van bijvoorbeeld de uitzondering voor kleine boeren die vooral in Oost-Europa speelt. Daarnaast genieten extensieve, op begrazing gebaseerde veebedrijven een uitzondering. “Die vinden we over grote delen van Europa terug, maar beperkt in Vlaanderen”, aldus Vanthemsche, die onze regio beschrijft als één van de meest vruchtbare van Europa, met dure landbouwgronden en gelegen in het kloppende consumptiehart van Europa waar ingezet wordt op duurzame intensifiëring.
Volgens Boerenbond was er een goed alternatief, namelijk de vergroening invullen als een breed keuzemenu aan maatregelen waarmee alle sectoren aan de slag kunnen om verschillende milieudoelstellingen te realiseren. Extensieve sectoren met grondgebonden maatregelen die inspelen op biodiversiteit en het vasthouden van koolstof. Meer intensieve sectoren met een combinatie van grondgebonden maatregelen en investeringen die inzetten op lager grondstoffengebruik. Grondloze veehouderij met gerichte investeringen die emissies terugdringen. “Dit zou resulteren in een bredere deelname met uiteindelijk een groter effect”, is Vanthemsche overtuigd.
Akkerbouw, melkvee- en vleesveehouderij moeten de vergroening invulling geven door de focus op grondgebonden maatregelen en de beperkt spelende uitzonderingen. Velen hebben vandaag al drie of meer teelten in hun teeltplan, houden permanent grasland in stand of beheren ecologisch aandachtsgebied. De vergroening is in de ogen van Boerenbond een extra stimulans om hiermee verder te gaan. Wie nog niet voldoet, voelt de druk vanuit het beleid toenemen om mee te verduurzamen.
“De vergroening op het terrein invulling geven, is geen business as usual en de kosten zijn reëel”, benadrukt Piet Vanthemsche. “Boeren moeten ruimte vrijmaken voor ecologisch aandachtsgebied, hun teeltplan aanpassen en grasland in stand houden waar andere teelten meer kunnen opbrengen.” Volgens Boerenbond zijn landbouwers zich er van bewust dat een gebrek aan resultaat hen geen dienst bewijst zodat ze klaar staan om dit beleid een kans te geven. “De verduurzaming van de landbouwsector verdient een goed doordacht beleid. Dat is vandaag niet optimaal, maar ook niet barslecht”, maakt de voorzitter de balans op. “De inbedding in het Europees landbouwbeleid garandeert de betrokkenheid van land- en tuinbouw en uiteindelijk de verduurzaming ervan. Het Europees landbouwbeleid is een belangrijke verworvenheid, wordt dikwijls als voorbeeld gebruikt voor de rest van de wereld. Gooi het kind met het badwater niet weg!”
Beeld: Loonwerk Defour