Van vrije landbouwhandel met VS gaat een bedreiging uit
nieuwsOp vraag van de landbouwcommissie in het Europees Parlement hebben Franse en Duitse wetenschappers onderzocht welk effect een vrijhandelsverdrag (TTIP) tussen de VS en de EU zou hebben op de agrovoedingsindustrie. Voor beide grootmachten is de actuele landbouwhandel van vrij geringe economische betekenis. Toch staat er veel op het spel: jobs, consumenten- en milieubescherming, dierenwelzijn, enz. In percentages uitgedrukt lijkt Europa veel te kunnen winnen: meer export van rood vlees (+404%), suiker (+297%), kip (+289%) en zuivel (+240%). In absolute aantallen zijn de volumes nog altijd bescheiden en bovendien zal de import uit de VS nog veel sterker toenemen. Dat zal het vooral voor Europese vleesveeboeren moeilijk maken om te concurreren.
De Europese Commissie onderhandelt momenteel met de Verenigde Staten over een vrijhandelsverdrag. Door tarifaire en andere belemmeringen voor handel en investeringen te verwijderen, moeten beide economieën erop vooruit kunnen gaan. Brussel en Washington gaan ervan uit dat een akkoord een meerwaarde van meer dan 200 miljard euro kan creëren. De Amerikaanse economie zou met 90 miljard euro groeien, de Europese met 120 miljard.
Beide grootmachten hebben een belangrijke agrovoedingsindustrie, maar de landbouwhandel tussen de EU (1,1% toegevoegde waarde voor BBP) en de VS (1,8%) is beperkt. Tot 1999 voerde de EU vooral Amerikaanse landbouwproducten in, maar de EU geraakte zijn afgewerkte voedingswaren steeds beter kwijt in de VS zodat er in 2012 al een handelsoverschot was van ongeveer zes miljard euro. In vergelijking met andere buitenlandse handelspartners is het belang van de Amerikaanse markt beperkt voor de Europese agrovoedingsindustrie: circa acht procent van de invoer en 13 procent van de uitvoer. Voor andere (industriële) sectoren staat er veel meer op het spel.
Amerikaanse voedingsbedrijven en exporteurs hebben vooral ‘last’ van de importtarieven die de EU hanteert. Omgekeerd speelt dat minder. In beide richtingen zijn er ook niet-tarifaire handelsbelemmeringen. Mochten die met een vierde verminderen en de importtarieven volledig opgeheven worden, dan zou de transatlantische landbouwhandel met tientallen procenten toenemen. Europa zou ongeveer 60 procent meer uitvoeren naar de VS maar tegelijk van daaruit ook 120 procent meer invoeren.
Aangezien de landbouwhandel tussen beiden momenteel op een laag pitje staat, ogen de absolute cijfers minder spectaculair. De werkelijke winst voor de sector wordt dan ook beter weerspiegeld door de toegevoegde waarde voor de landbouw. Voor de EU oogt het plaatje dan plots veel minder rooskleurig: min 0,5 procent terwijl er voor de Amerikaanse agrovoedingsindustrie een bescheiden 0,4 procent in het verschiet ligt.
In Europa zijn het de Baltische staten die het meest te verliezen hebben bij meer vrijhandel met de VS. Kijken we naar de sectoren dan ligt er vooral voor de zuivelsector winst in het verschiet. Andere Europese sectoren die mogelijk hun voordeel zullen doen bij het TTIP zijn: verwerkte voedingsproducten, wijnen en sterke dranken en – onder voorwaarden – suiker en biodiesel. Zoogkoeienhouders hebben geen enkele reden om uit te kijken naar een vrijhandelsakkoord want in Europa dreigt het moeilijk concurreren worden met goedkoop Amerikaans rundvlees.
Voor de producenten van bio-ethanol, pluimvee en granen (korrelmaïs en voedertarwe) geldt mogelijk hetzelfde. De strengere Europese regelgeving zadelt hen immers met een concurrentienadeel op. Dat speelt bijvoorbeeld bij de teelt van ggo’s, bij het gebruik van pesticiden en bij maatregelen die de voedselveiligheid in de vleessector moeten garanderen. Denk maar aan de chloorbehandeling van vleeskippen waarmee de VS garandeert dat het product veilig is terwijl Europa erover waakt dat het hele productieproces voedselveilig verloopt.
Een oplossing voor bovenstaand probleem is een harmonisering van de wetgeving in beide werelddelen. Dat ligt echter bijzonder moeilijk omdat het risico bestaat dat dit neerkomt op een zoektocht naar de kleinste gemeenschappelijke deler. In de TTIP-studie wordt dit niet gezien als een flagrante schending van de voedselveiligheid en de consumentenbescherming. De onderzoekers denken wel dat de EU-wetgeving er anders zou gaan uitzien. Bovendien zou het voorzorgsprincipe dat de Europese wetgever graag hanteert op losse schroeven komen te staan.
Meer info: Risk and opportunities for the EU agri-food sector in a possible EU-US trade agreement
Beeld: Loonwerk Defour