Unilever wil enkel nog duurzaam geteelde grondstoffen
nieuwsUnilever wil dat tegen 2020 alle voedingsingrediënten die het verwerkt, duurzaam verbouwd of gekweekt worden. Dat betekent dat alle land- en tuinbouwbedrijven die producten leveren aan de multinational de zogenaamde Sustainable Agricultural Code (SAC) moeten volgen. Die beslissing maakt onderdeel uit van het Sustainable Living Plan waarmee Unilever ernaar streeft om de omvang van het bedrijf te verdubbelen en de milieu-impact te halveren.
Unilever werkt de Sustainable Agricultural Code uit met erkende keurmerken zoals Fair Trade, Rainforest Alliance en met de Rondetafel voor Duurzame Palmolie. In totaal werden er 11 criteria opgesteld. Die gaan onder meer over hoe boeren hun grond duurzaam moeten bewerken, hoe ze efficiënt met water moeten omspringen, over dierenwelzijn, over hoe je sociale werkomstandigheden kunt verbeteren en de biodiversiteit kunt bevorderen. In totaal hebben al 19.500 landbouwers over heel de wereld zo’n SAC-label van Unilever. Het gaat om 27,9 miljoen hectare bewerkt land. Eind dit jaar zal 80 procent van de groenten en kruiden die Unilever in zijn soepen en sauzen verwerkt, duurzaam geteeld zijn.
De beste praktijken worden gecombineerd op de 44 ‘landmark farms’ of voorbeeldboerderijen die Unilever wereldwijd heeft. Ook in België heeft de multinational zo’n landmark farm. Het gaat om het bedrijf van Ignace Vercruysse in Kortrijk. “We proberen ons altijd te verbeteren”, zegt Vercruysse in De Standaard. “Het ventilatiesysteem in de stallen waar de aardappelen worden bewaard, werkt op zonne-energie. Aan onze sproeimachine is een gps-systeem bevestigd waardoor we vermijden dat sommige delen van een perceel twee keer besproeid worden. Dat is goed voor het milieu én goed voor de portemonnee, want ik gebruik nu tien procent minder gewasbeschermingsmiddelen en met dezelfde technologie ook 30 procent minder kunstmest.”
Waarom steekt een multinational tijd, energie en geld in het overtuigen en helpen van boeren om duurzaam te zijn, vroeg De Standaard zich af. “Uit noodzaak en maatschappelijke verantwoordelijkheid. We moeten zuiniger met onze grond en grondstoffen omspringen of we snijden in ons eigen vel”, legt Pablo Perversi van Unilever uit. “Duurzaamheid wil trouwens niet zeggen duur en duurzaamheid en groei zijn niet elkaars tegengestelde”, benadrukt hij. “En we zijn er ook van overtuigd dat duurzaam geteelde groenten en kruiden van betere kwaliteit zijn en beter smaken.” Volgens Perversi zijn consumenten ook wantrouwig geworden tegenover de voedingsindustrie. “Ze willen weten waar hun voedsel vandaan komt. Wij denken dat we het vertrouwen kunnen terugwinnen als boeren kiezen voor duurzame landbouw.”
Dat duurzaamheid geld opbrengt in plaats van geld kost, kan ook Bernard Haspeslagh, operationeel directeur van diepvriesgroentenbedrijf Ardo, bevestigen. “Toen we een studiedag met onze erwtentelers hielden, bleek dat er enorme verschillen waren in het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. De ene gebruikte de helft minder dan de andere, waardoor de erwten van die ene boer helemaal residuvrij waren en toch had die boer evenveel opbrengst”, vertelt Haspeslagh. Ardo liet daarop allerlei proeven doen en vergelijkingen maken. “Ondertussen gebruiken al onze erwtentelers een derde minder gewasbeschermingsmiddelen en een derde minder meststoffen.” Die conclusie viel ongeveer samen met de vraag van Unilever aan Ardo om zijn boeren aan te sporen duurzamer te gaan werken. Intussen hebben 3.000 boeren die aan Ardo leveren, nu ook het SAC-label.
In welke mate is die duurzaamheid echt? Volgens Patrick Van Damme van het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling van de UGent is er geen sprake van greenwashing. “Multinationals als Unilever kunnen het zich niet veroorloven zich groener voor te doen dan ze werkelijk zijn, want ze worden nauwlettend in het oog gehouden.” Toch heeft Van Damme het er moeilijk mee dat bedrijven zelf een duurzaamheidslabel gaan creëren. “Ze leggen allemaal hun eigen accenten. Je weet niet of alles wat je als consument belangrijk vindt, ook echt onder het label valt. Het is verwarrend en er zou een onafhankelijke controle op de controle moeten komen”, benadrukt hij.
Bron: De Standaard