nieuws

Te veel water in één op de zeven bevroren kipfilets

nieuws
In zeven van de vijftig stalen kipfilet die de FOD Economie vorig jaar onderzocht, zat te veel water. In totaal werd daarom negen ton kippenvlees uit de handel genomen, afkomstig van één Belgische en twee buitenlandse producenten. “Het gewicht van het vlees opdrijven door water in te spuiten, is consumentenbedrog”, zegt Chantal De Pauw van de FOD Economie.
7 maart 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:21

In zeven van de vijftig stalen kipfilet die de FOD Economie vorig jaar onderzocht, zat te veel water. In totaal werd daarom negen ton kippenvlees uit de handel genomen, afkomstig van één Belgische en twee buitenlandse producenten. “Het gewicht van het vlees opdrijven door water in te spuiten, is consumentenbedrog”, zegt Chantal De Pauw van de FOD Economie.

In zeven van de vijftig onderzochte kippenfilets trof de FOD Economie te veel water aan. In drie gevallen werd de toegelaten limiet zelfs “ruim” overschreden. Via verschillende technieken werd 15 tot 25 procent te veel water toegevoegd, waardoor in totaal negen ton kippenvlees uit de Europese handel werd gehaald.

Het inspuiten van water in kipfilets is onschadelijk voor de consument, maar zorgt er wel voor dat hij te veel betaalt voor zijn stukje kip. Het maakt het vlees zwaarder en verhoogt dus de prijs. “Ontdooide kipfilets worden daarvoor in een “tumbler”, een soort industriële droogtrommel gestoken”, legt professor microbiologie Frank Devlieghere (UGent) uit. “De machine wordt gebruikt om het verloren gegane vocht van het vlees te compenseren en er zo voor te zorgen dat het vlees sappig en mals blijft.”

“Het extra water is niet schadelijk”, zegt ook Devlieghere, “maar als je te veel water toevoegt, bedrieg je de consument. Een concreet voorbeeld: als je 100 gram vlees ontdooit, blijft er ongeveer 96 gram over. Maar de tumbler kan van die originele 100 gram 106 gram maken. Het vlees bestaat dan uit 100 gram vleesproduct en 6 gram extra toegevoegd water."

Het toevoegen van water en waterbinders aan kippenvlees is toegelaten en wordt gereguleerd op Europees niveau. Voorwaarde is wel dat de toegevoegde stoffen duidelijk vermeld worden op het etiket. Als een kipfilet meer dan vijf procent water bevat, moet water als ingrediënt worden aangegeven.

"Het watergehalte in vlees is voor elk individueel dier verschillend”, verduidelijkt Chantal De Pauw van de FOD Economie de bestaande regelgeving. “Het is dan ook niet zinvol om de wettelijke limiet wat betreft het maximale watergehalte in pluimveevlees te baseren op het percentage per kilogram gewicht. In plaats daarvan controleren we de verhouding van water en dierlijk eiwit in het vlees."

De Belgische vleesindustrie, bij monde van de vleeswarenbedrijven vertegenwoordigd door Fenavian, reageert als volgt: "Het is voor de industrie geen enkel probleem om geen druppel water aan kip toe te voegen, maar dan moeten retail, horeca en consument bereid zijn ook wat meer te betalen." De reactie ligt dus in de lijn van de verklaringen die UGent-professor Wim Verbeke en ABS-woordvoerder Guy Depraetere in De Morgen deden naar aanleiding van de fraude met vlees.

"De industrie maakt wat retail, horeca en klant vragen. En we kunnen alleen vaststellen dat de consument goedkopere producten, van een lagere kwaliteit, verkiest boven de duurdere producten", klinkt het nog. De vleeswarenindustrie maakt de vergelijking met chocolade: er is chocolade op de markt met weinig cacaoboter en met veel cacaoboter. Ook in de goedkopere chocolade wordt het duurdere ingrediënt (cacaoboter) vervangen door een goedkopere 'vulling'.

Bron: Het Laatste Nieuws/eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek