nieuws

Studie UGent: Europese planten reageren ongelijk op klimaatverandering

nieuws

Koudeminnende planten zoals de boterbloem en het lelietje-van-dalen gaan erop achteruit. Dat blijkt uit een internationale studie geleid door onderzoekers van het Forest & Nature Lab aan UGent, waar ook het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) sterk bij betrokken was. De studie legde voor het eerst bloot hoe diverse gebieden ongelijk reageren op klimaatopwarming. Bergen verliezen koudeminnende soorten in sneltempo, terwijl bossen en graslanden rijker worden aan warmteminnende soorten.

Vandaag Ruben De Keyzer
lelietje-van-dalen

Het onderzoek, dat gepubliceerd werd in Nature, analyseerde een databank met meer dan 6.000 vegetatieplots verspreid over bossen, graslanden en bergtoppen in Europa, met observaties over een periode van 12 tot 78 jaar.

De onderzoekers beschrijven de ‘thermofilisatie’ van onze vegetatie: warmteminnende soorten nemen toe in verhouding met koudere soorten. De meest uitgesproken resultaten zijn zichtbaar in de bergen. Plantsoorten die aangepast zijn aan koude omstandigheden sterven er sneller uit dan in grasland of bos. Hoewel in graslanden en bossen er wel een vooruitgang is bij warmteminnende plantensoorten, gaan ook deze erop achteruit in de bergen.

Meer generalisten, minder specialisten

Volgens UGent-professor Pieter De Frenne kennen onze contreien een sterke toename van soorten die eerder Zuid-Europese temperaturen prefereren. “In de bossen zien we een sterke toename van klimop, bramen en bosanemoon”, zegt De Frenne. “Ook de jonge esdoorn zien we in heel Europa toenemen in de bossen.”

Opvallend: de ‘soortenrijkdom’ blijft in de afzonderlijke bosbiotopen min of meer gelijk. Maar deze biotopen lijken wel steeds meer op elkaar. “We zien een ‘homogenisatie’ waarbij er een grote toename is aan generalisten. Dat zijn planten die op heel diverse locaties kunnen overleven. De ‘specialisten’ gaan er in sneltempo op achteruit."

Bye bye boterbloem

In de graslanden bijvoorbeeld zijn er veel bekende plantjes die erop achteruit gaan. De scherpe boterbloem, de dotterbloem en de echte koekoeksbloem komen nog veel minder voor op graslanden. In de bossen wordt het lelietje-van-dalen steeds zeldzamer.

‘Tot nu toe was het niet geweten of de vegetatie in Europese bossen anders reageert dan bijvoorbeeld in de bergen”, duidt De Frenne nog. “Dat hebben we nu voor het eerst kunnen vergelijken. Waarom precies ‘thermofilisatie’ vooral optreedt in de bergen weten we nog niet, daarvoor is meer onderzoek nodig. Maar onze hypothese is dat het te maken heeft met de bufferende werking van bossen, omdat de bomen schaduw bieden en een koel microklimaat creëren, zodat planten die op de bosbodem groeien de opwarming van het algemene klimaat minder voelen.”

“In de bergen heb je die bufferende werking niet”, zegt De Frenne nog. “Er werd vaak verondersteld dat je een verschil hebt tussen noordelijke en zuidelijke hellingen, met kleine microklimaatjes gecreëerd door de topografie, maar eigenlijk zien we dat hier niet. We zien in alle onderzochte bergpercelen een sterke afname van soorten die van koude houden.”

Domino-effect

Als deze planten definitief uitsterven, kan dat een domino-effect betekenen voor de verdere omgeving. “Denk maar aan bestuivers die deze uitgestorven plantjes nodig hadden voor voedsel. Maar ook voor andere ecosysteemdiensten, zoals koolstofopname, beperking van overstromingsrisico en microklimaatbuffering. Dat zijn enkele van de vele mogelijke fenomenen die kunnen optreden als deze trend zich verderzet.”

De effecten op de lokale flora zullen sowieso nog even blijven duren. Het onderzoek spreekt van een ‘climatic debt’ of klimaatschuld: in alle ecosystemen reageren planten trager dan klimaatverandering zelf. Dat is een risico voor de biodiversiteit en de ecosysteemstabiliteit: de planten zijn niet meer in evenwicht met het klimaat op die plaats.

Klimaatverandering en giftige schimmels: een groeiend gevaar voor onze voedselveiligheid
Uitgelicht
Klimaatverandering heeft niet alleen invloed op het weer en de temperatuur, maar ook op wat we eten. Doordat het warmer en vochtiger wordt, krijgen schadelijke schimmels meer...
13 maart 2025 Lees meer

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek