SALV toont de vele gezichten van de Vlaamse landbouw
nieuwsHet netwerkmoment van landbouwadviesraad SALV dat vorig jaar gewijd was aan de Europese natuurdoelstellingen en hun impact op landbouw toonde dit jaar de verschillende gezichten van de Vlaamse landbouw. De 24.000 landbouwbedrijven die hier actief zijn, staan voor evenveel bedrijfsmodellen. Ter illustratie werden twee landbouwbedrijven in de kijker gezet door de SALV: akkerbouw- en fruitteeltbedrijf Hof ten Bosch in Huldenberg en CSA-boerderij Het Open Veld in Heverlee.
De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) bracht vorig jaar 20 adviezen uit. Die adviezen komen tot stand na discussies binnen de raad waarin maar liefst 17 organisaties vertegenwoordigd zijn. “Geen enkele andere adviesraad is zo breed samengesteld”, zet voorzitter Hendrik Vandamme in de verf. De adviezen zijn een zo goed mogelijke weergave van de verschillende visies. Soms komt men niet tot een consensus en wordt een minderheidsstandpunt gepubliceerd.
Eén van de adviezen uit 2015 behandelde Visie 2050, de toekomststrategie voor Vlaanderen zoals ze werd neergepend onder leiding van minister-president Geert Bourgeois. In het advies daarover schreef de SALV dat Vlaanderen een groot potentieel rond landbouw en voeding heeft. De diversiteit binnen de landbouw- en voedingssector was daarbij één van de argumenten. Naar aanleiding van zijn jaarlijkse netwerkevenement zet de SALV die verscheidenheid in de verf: “Naast de klassieke teelten vind je in Vlaanderen ook aquacultuur terug, insectenteelt, herten- en slakkenkweek, wijnbouw, enz. Ook de manier waarop er geproduceerd wordt, verschilt sterk: gangbaar, biologisch, community supported agriculture (CSA), enz. Ook zijn er heel wat landbouwbedrijven die hun activiteiten verbreden met hoevetoerisme, zorgboerderij, hoevewinkel of plattelandsklassen.
Het verschil in schaalgrootte en productiewijze van Vlaamse landbouwbedrijven werd gedemonstreerd met een bezoek aan een gangbaar akkerbouw- en fruitteeltbedrijf enerzijds en een CSA-boerderij anderzijds. Het eerste bedrijf straalt een groot vertrouwen uit in technologie en verfijnt de kennis en kunde op het vlak van gewasverzorging. Bioboer Tom Troonbeeckx van Het Open Veld is de eerste CSA-boer in Vlaanderen. Naar zijn voorbeeld is er een nieuwe lichting van een 40-tal boeren opgestaan die hun inkomen realiseren met een grote diversiteit aan teelten op een klein areaal. Zij kunnen op consumenten rekenen die willen delen in het oogstrisico.
De boerderij Hof ten Bosch is sinds 1890 in handen van de familie Peeters en wordt sedert 1980 uitgebaat door de broers Jan en Josse Peeters. Zij telen aardappelen, tarwe, suikerbieten, maïs op 130 à 150 hectare akkerland. Op een boogscheut van de mooie vierkantshoeve hebben de broers een perenboomgaard van drie hectare. Vijf jaar geleden stapte de familie Peeters in een samenwerking met Bayer Cropscience en werd daarmee de eerste ‘Bayer ForwardFarm’. Hun bedrijfsvoering is sindsdien een toonbeeld voor een verantwoorde omgang met het milieu en de biodiversiteit.
Gelegen in een sterk erosiegevoelige gemeente als Huldenberg wordt er niet overal geploegd en werd geïnvesteerd in een aardappelplanter die bij het vormen van de ruggen anti-erosiedrempeltjes aanlegt. De drempels kunnen neerslaghoeveelheden tot 20 à 30 liter per vierkante meter capteren. De grond niet-kerend bewerken in plaats van te ploegen kan 90 procent van de problemen met bodemerosie wegnemen. Bayer Cropscience heeft veldproeven aanliggen op de akkers van Hof ten Bosch om de afspoeling onderaan een hellend perceel tijdens een hevige regenbui te meten.
Onder impuls van de toeleverancier gebeurden op Hof ten Bosch een aantal investeringen die het milieu ten goede komen en die zich op korte of iets langere termijn ook laten terugverdienen. Marc Sneyders van Bayer Cropscience noemt de GPS op de tractor die het toelaat om zaaizaad, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen efficiënter aan te wenden door overlap te vermijden. Om aan precisielandbouw te kunnen doen, voerde dienstverlener Agrometius een bodemscan uit op percelen van de broers Peeters. Daaruit bleek een grote variatie in de zuurtegraad van de bodem zodat het onzinnig is van kalk gelijkmatig te spreiden over een perceel.
Dirk Baets, een collega van Marc Sneyders, staat stil bij de verantwoorde wijze waarop de bedrijfsleiders van Hof ten Bosch aan gewasbescherming doen. Het eerste wat opvalt, is dat er een weerstation aanwezig is op de boerderij zodat de waarschuwingen voor gewasziekten vanuit de voorlichting gespecifieerd kunnen worden voor het microklimaat in Huldenberg. Een langgerekte haag typeert de perenboomgaard van de broers Peeters. In combinatie met driftreducerende spuitdoppen voorkomt dit het wegwaaien van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Natuurlijke vijanden van plaaginsecten kunnen zich in die haag vermeerderen, maar niet alleen zij want ook de stinkwants gebruikte de haag als uitvalsbasis en prikte een derde van de peren aan die daardoor onverkoopbaar werden. Biodiversiteit benutten in de landbouwbedrijfsvoering is met andere woorden een (leer)proces van vallen en opstaan.
Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen staat onder druk omdat deze stoffen in te hoge concentraties worden teruggevonden in het oppervlaktewater. Landbouwers moeten afstandsregels ten opzichte van waterlopen in acht nemen en driftreducerende spuitdoppen gebruiken indien het etiket van de sproeistof dat voorschrift. De broers Peeters gaan nog een stap verder. Behalve het vermijden van drift op het veld sluiten zij ook uit dat er op het erf puntvervuiling optreedt bij het vullen van het spuittoestel. Daartoe investeerden zij 12.000 euro in een vul- en spoelplaats met opvang van het afvalwater. Dat wordt verdampt via een zogenaamde ‘fytobak’ die 700 liter afvalwater per vierkante meter per jaar kan verwerken. De sterk verdunde resten van gewasbeschermingsmiddelen worden afgebroken door de bodembacteriën die aanwezig zijn in het substraat van de bak dat bestaat uit aarde en stro.
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is maar één van de verschillen tussen een gangbaar maar vooruitstrevend akkerbouwbedrijf als Hof ten Bosch en de CSA-boerderij van Tom Troonbeeckx. Hij volgt het biologisch lastenboek en zet dus geen chemische hulpmiddelen in. De CSA-boer toont het SALV-gevolg zijn late aardappelen die er ondanks een hoge plaagdruk gezond bijstaan. Troonbeeckx wijt dat aan de vitale bodem, waarin veel organische stof is opgebouwd sinds hij de anderhalve hectare nabij de abdij van Heverlee bewerkt.
Meer nog dan om de biologische bedrijfsvoering viel het oog van de SALV op Het Open Veld vanwege het bijzondere verkoopmodel. Bij de start van zijn CSA-avontuur vond Tom Troonbeeckx meteen 50 burgers bereid om een jaarabonnement groenten te nemen en het geld voor te schieten. Stap voor stap breidde hij zijn klantenbestand en areaal uit zodat hij nu groenten verkoopt aan 320 aandeelhouders in de oogst.
In de onmiddellijke omgeving van de stad Leuven genoot Het Open Veld zoveel bijval dat er een lange wachtlijst was van mensen die lokaal duurzame en gezonde groenten willen aankopen. Een luxeprobleem voor Troonbeeckx en een opportuniteit voor Brecht Goussey om op een perceel daarnaast ook met een CSA-boerderij te starten. Een oogstaandeel van Het Open Veld kost gemiddeld 245 euro. Kinderen betalen een bedrag dat overeenstemt met hun leeftijd vermenigvuldigd met 11. Volwassenen betalen tussen 200 en 280 euro per jaar. Die prijsvork moet het voor iedereen financieel haalbaar maken. Als de beoogde gemiddelde waarde van een oogstaandeel niet gehaald wordt, dan lanceert Troonbeeckx een tweede oproep maar in de praktijk heeft hij dat nog nooit moeten doen.
Tom en Brecht hebben plannen om de krachten te bundelen met een biologische akkerbouwer en een bloementeelster in een coöperatieve of landbouwvennootschap. Samen beschikken ze over drie hectare voor groenten- en bloementeelt, vijf hectare akkerbouw en tien hectare grasland voor rundvee. Van de koeien zou je vermoeden dat ze extensief gehouden worden, maar Troonbeeckx gaat net prat op ‘intensive grazing’, een begrazingsstrategie die het maximum uit de grasgroei haalt. Zonder bij te bemesten, kunnen de dieren tien maanden per jaar grazen door iedere koe elke dag 100 vierkante meter vers gras aan te bieden. De CSA-boer benadrukt dat hij zijn bedrijf rendabel runt. Hij wil het niet anders opdat Het Open Veld een voorbeeld zou kunnen zijn voor andere starters.
Die rationele benadering charmeert SALV-voorzitter Hendrik Vandamme. “Al is het niet voor iedereen weggelegd en kan het niet overal, CSA-boeren tonen wel dat het anders kan.” Voor het organiseren van dit netwerkmoment met bijbehorend werkbezoek kreeg de SALV een pluim van Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege. Zij prees ook de flexibiliteit waarmee de SALV in de advisering van de overheid tewerkgaat en benadrukte de meerwaarde van de adviezen voor het beleid.
Bekijk het fotoalbum op de VILT-Facebookpagina.