nieuws

Responsgraad op enquêtes over bijensterfte moet omhoog

nieuws
Met de input van meer dan 23.000 imkers uit 31 landen die samen bijna 470.000 kolonies houden, kan je op een zinvolle manier berekenen hoe groot de wintersterfte het voorbije jaar was. Gemiddeld 17,4 procent, luidde het verdict van de internationale bijenonderzoeksgroep COLOSS. Schrikbarend is de 36,4 procent die voor België gerapporteerd wordt. Dat cijfer had echter representatiever gekund. Patrick Goorix van het Informatiecentrum voor Bijenteelt (UGent) verklaart dat de input vooral van imkers uit Oost- en West-Vlaanderen kwam. De data uit Wallonië bereikten COLOSS niet tijdig. Gelet op de vragen die bijensterfte nog steeds oproept, doen imkers er goed aan om enquêtes met veel vlijt te beantwoorden, zeker wanneer ze volgens eenzelfde internationaal stramien zijn uitgewerkt. “Hoe groter de respons hoe groter de statistische waarde en de kans dat je er wetenschappelijke conclusies aan kan verbinden”, aldus Goorix.
10 augustus 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:23
Lees meer over:

Met de input van meer dan 23.000 imkers uit 31 landen die samen bijna 470.000 kolonies houden, kan je op een zinvolle manier berekenen hoe groot de wintersterfte het voorbije jaar was. Gemiddeld 17,4 procent, luidde het verdict van de internationale bijenonderzoeksgroep COLOSS. Schrikbarend is de 36,4 procent die voor België gerapporteerd wordt. Dat cijfer had echter representatiever gekund. Patrick Goorix van het Informatiecentrum voor Bijenteelt (UGent) verklaart dat de input vooral van imkers uit Oost- en West-Vlaanderen kwam. De data uit Wallonië bereikten COLOSS niet tijdig. Gelet op de vragen die bijensterfte nog steeds oproept, doen imkers er goed aan om enquêtes met veel vlijt te beantwoorden, zeker wanneer ze volgens eenzelfde internationaal stramien zijn uitgewerkt. “Hoe groter de respons hoe groter de statistische waarde en de kans dat je er wetenschappelijke conclusies aan kan verbinden”, aldus Goorix.

De internationale dataverzameling door COLOSS wees uit dat de bijensterfte afgelopen winter (17,4%) bijna verdubbelde ten opzichte van de winter 2013-2014. Met een wintersterfte van 36,4 procent prijkt ons land helemaal bovenaan het lijstje van 31 landen dat meewerkte aan de enquête. “Het klopt dat de wintersterfte in België hoger is dan in de ons omringende landen”, zegt Patrick Goorix van het Informatiecentrum voor Bijenteelt van de Universiteit Gent. “Bij het resultaat passen wel enkele bemerkingen. Zo heeft het cijfer enkel betrekking op Vlaanderen aangezien de Waalse data ontbreken. En de responsgraad was in Oost- en West-Vlaanderen veel groter dan in de andere provincies zodat de scoop van de enquête voor ons land beperkt was. De mate waarin bijensterfte optreedt, kan regionaal verschillen.”

Goorix heeft niet meteen een verklaring voor het grotere succes van de enquête in het westen dan in het oosten van het land. Aangezien statistiek niet liegt – hoe meer data verzameld worden, hoe correcter de analyseresultaten – doet het Informatiecentrum voor Bijenteelt een warme omroep om in de toekomst massaal te reageren op enquêtes over bijensterfte. Imkers hebben zelf de sleutel in handen om de oorzaken van bijensterfte verder te openbaren. Goorix legt uit dat een enquête zoals ze door COLOSS georganiseerd wordt waardevoller kan zijn dan de zoveelste lokale vragenlijst. “Door imkers uit landen met een hoge en lage bijensterfte dezelfde vragen voor te leggen, kan je er op uitkomen dat de antwoorden op een bepaald punt uiteenlopen.” Keerzijde van een internationale enquête is dat er veel vragen gesteld worden en ze niet allemaal relevant zijn voor de lokale situatie. Zo kan een Vlaamse imker vreemd opgekeken hebben toen gevraagd werd naar het gebruik van geneesmiddelen die in ons land niet toegestaan zijn.

Kennis is er nooit genoeg, ook al weet men ondertussen dat de bijensterfte niet toegeschreven kan worden aan één oorzaak. “Bijensterfte wordt veroorzaakt door een samenspel van stressfactoren: de varroamijt, het voedselaanbod, de kwaliteit van de koninginnen, enz. Wij vergelijken het wel eens met de kogels in een revolver. Je verschiet ze één voor één tot de munitie op is en je het onderspit delft.” De onderzoekers die gegroepeerd zijn binnen COLOSS gaan de sterftecijfers nu vergelijken en in de vragenlijsten op zoek gaan naar verschillen tussen landen. “Hopelijk laat het vergelijkend onderzoek toe om meer te zeggen over de mogelijke oorzaken. Het is te vroeg om daarover te speculeren. Zoals het veel inzet vergt van imkers om tussen hun drukke werkzaamheden een enquête in te vullen, zo kruipt er ook veel werk in de interpretatie van de verzamelde gegevens.”

Patrick Goorix kondigt nog aan dat de Belgische bijenexperten bij COLOSS zullen bepleiten om het uitsturen van enquêtes beter te timen. “Januari of februari lijkt ideaal want dan hebben imkers al een eerste beeld van de wintersterfte en is het nog niet zo druk als later op het jaar. Waar nodig kunnen ze hun antwoorden nadien nog aanvullen. Deze tijd van het jaar val je een imker beter niet lastig met een vragenlijst want iedereen heeft het druk met honing verwerken en met het voorbereiden van de ‘inwintering’ van bijenvolken. Goorix benadrukt dat er geen goed alternatief is voor enquêtes bij imkers. “Het is zinloos om de bijensterfte in verschillende landen te meten louter op basis van de data van onderzoekscentra die bijen houden. Wetenschappers doen immers allerlei testen met hun bijenvolken, bijvoorbeeld om de invloed van de varroamijt na te gaan. Dat zou een sterk vertekend beeld kunnen geven van de ‘normale’ bijensterfte.”

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek