Provincie Limburg blikt samen met landbouwers vooruit
nieuwsMeer dan 180 landbouwers en andere professionelen uit de sector zakten vorige week af naar Thor Central in Genk voor het eerste provinciaal landbouwcongres. Uit de interprovinciale studie die recent verscheen, is op te maken dat de Limburgse landbouw een omzet van 635,6 miljoen euro realiseert. Wordt er gekeken naar het ruimere agrobusinesscomplex, dan loopt dit op tot ruim 4 miljard euro. “Cijfers verzamelen is geen doel op zich, maar het geeft inzicht nodig voor beleid”, zegt gedeputeerde Inge Moors. Tijdens het congres konden ook landbouwers hun inzicht verdiepen.
In Limburg realiseren 2.900 land- en tuinbouwbedrijven samen een omzet van ruim 635 miljoen euro. Direct en indirect creëren zij een regelmatige tewerkstelling voor bijna 8.000 mensen. In de rest van het agrobusinesscomplex werken nog eens 12.600 mensen. Ieder jaar trekken groente- en vooral fruittelers meer dan 31.000 seizoenarbeiders aan. Van de Vlaamse productiewaarde fruit wordt 60 procent in Limburg gerealiseerd. Het zuiden van de provincie leent zich behalve voor fruitteelt ook uitstekend voor akkerbouw, terwijl het noorden eerder getypeerd wordt door (intensieve) veehouderij en groenteteelt.
De Limburgse land- en tuinbouw kan rekenen op drie proefcentra: PIBO Campus Tongeren, PVL Bocholt en het Proefcentrum Fruitteelt in Kerkom. Gedeputeerde van Landbouw Inge Moors noemt deze drie de speerpunten van haar beleid, en ziet ze ook als de eerste aanspreekpunten voor landbouwers. Voorafgaand aan het landbouwcongres ondertekende Moors namens PVL Bocholt een samenwerkingsprotocol met landbouwonderzoeksinstituut ILVO zodat onderzoek ten behoeve van de varkenshouderij zo efficiënt mogelijk kan verlopen.
Met het provinciaal landbouwcongres wou Moors de landbouwers uit haar provincie “een frisse blik op de toekomst gunnen”. Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege werkte daaraan mee met een vooruitblik op het landbouwbeleid na 2020. “Het debat over het Europees landbouwbeleid ligt helemaal open. De komende maanden wordt het heel belangrijk om het voor landbouw beschikbare budget en het gelijke speelveld binnen Europa veilig te stellen”, aldus Schauvliege. Net zoals Inge Moors kijkt ze uit naar de extra flexibiliteit die lidstaten gegund wordt bij de implementatie van het EU-beleid. Tezelfdertijd boezemt haar dat enige angst in omdat het kan betekenen dat de spelregels (b.v. rond dierenwelzijn) niet dezelfde blijven in gans de EU.
De vergroening van het landbouwbeleid is in 2014 ingezet en zal zich na 2020 doorzetten. “Aan landbouw doe je niet op een eiland zodat we rekening dienen te houden met milieu en klimaat”, aldus de minister. “De vergroening was geen eenvoudige oefening en wekte veel vrees, maar de implementatie is wonderwel goed gelukt in Vlaanderen. Wij beleidsmakers luisterden naar de sector om te weten wat haalbaar en betaalbaar is. Hou er rekening mee dat het EU-landbouwbeleid na 2020 inzake milieu en klimaat nog meer inspanningen zal vergen.”
Expliciet zorgen maakt Schauvliege zich over het gebrek aan jongeren dat kiest voor landbouw en, wat daar ongetwijfeld mee samenhangt, de rendabiliteit van landbouw. “Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zal een extra stimulans geven aan jonge starters. Nieuwe en bestaande bedrijven moeten beter beschermd worden tegen de prijsvolatiliteit op de landbouwmarkten. Daarvoor zijn marktinstrumenten nodig. Verder hoopt minister Schauvliege dat de landbouwsector zelf zijn stem verheft opdat Europa zeker zou horen dat er harder gewerkt moet worden aan een behoorlijk landbouwinkomen. Horizontale samenwerking is een mogelijke manier, en daarom krijgen de Limburgse melkveehouders een pluim. Zij waren immers de eersten om een producentenorganisatie op te richten in de zuivelsector.
De aanwezigen op het congres konden na het algemene deel hun vakspecifieke kennis bijschaven via seminaries over varkenshouderij, melkveehouderij en akkerbouw. De provincie strikte Semzabel-voorzitter Marc Ballekens voor een uiteenzetting over het belang van plantenveredeling. Hij maakte de landbouwers duidelijk dat veredelaars de plantaardige productie beter proberen voor te bereiden op de gevolgen van de klimaatverandering en de wensen op vlak van duurzaamheid.
De helft meer voedsel produceren om de wereldbevolking in 2045 te voeden, lukt in theorie maar dan moet vooral Afrika zijn landbouwpotentieel beter benutten. Uitgerekend op dat continent zal de bevolking met een miljard mensen aangroeien en riskeert de opwarming van de aarde volksverhuizingen op gang te brengen. De Vlaamse landbouw heeft de jongste twee jaar ervaren dat de neerslaghoeveelheden niet goed verdeeld zijn in de tijd. Hemelwater valt evenmin mooi verspreid over de verschillende landen in de wereld, en dat verbetert niet met de klimaatverandering. Marc Ballekens stelde landbouwers gerust dat alle grote zaadbedrijven daarop anticiperen door werk te maken van droogteresistente gewassen.
Beeld: provincie Limburg