header.home link

Plantaardige dammen in de strijd tegen watererosie

12 oktober 2020

In Oost-Vlaanderen wordt sterk geïnvesteerd om het bodemverlies door watererosie te reduceren. Een belangrijke maatregel hierin is het plaatsen van plantaardige dammen op strategische plaatsen in het landschap. Deze zomer testte de UGent in samenwerking met het Proefcentrum voor Groenteteelt en het Provinciaal Centrum voor Milieuonderzoek de efficiëntie van deze dammen op een proefperceel. “Kokosbalen zijn zeer efficiënt en kunnen tot 60 procent van het sediment opvangen”, klinkt het bij de onderzoekers.

Lees meer over:

Uit de bodemerosie-indicator van het Departement Omgeving blijkt dat een overgrote meerderheid van de landbouwpercelen in Vlaanderen slechts beperkt onderhevig zijn aan watererosie. Voor 85 procent van het areaal ligt de erosie onder de vijf ton per hectare per jaar. “Deze waarde wordt aangenomen als toelaatbaar”, duidt Amaury Frankl, onderzoeker verbonden aan de UGent. “Erosie kan je immers niet tot nul reduceren. Maar de bodem is een niet hernieuwbare grondstof, en ook toekomstige generaties moeten blijvend kunnen rekenen op een vruchtbare bodem.” Zeker nu ons klimaat grilliger wordt, is dit een belangrijke uitdaging.

Het schoentje knelt voor die andere 15 procent van het landbouwareaal dat wel sterke erosie kent. “Daar worden erosiesnelheden tot meer dan 25 ton per hectare per jaar opgetekend”, weet Amaury Frankl. “Dat is ongeveer gelijk aan een kiepwagen aan bodem dat per twee voetbalvelden aan bodem verdwijnt.” Bodemverlies op deze percelen kan gereduceerd worden, maar de aanpassing van de bedrijfsvoering en het inschakelen van andere teelttechnieken of teelten is niet altijd evident en het vergt tijd.

“Deze aanpassingen zijn vaak ook een dure aangelegenheid”, reageert Jonas Bodyn van het Proefcentrum voor de Groenteteelt. “Het is daarom belangrijk een goede afweging te maken tussen de investeringskost, de erosiereductie en het opbrengstrisico. Voor ieder bedrijf en iedere teelt geeft deze afweging een ander resultaat.”

Dammen uit kokosbalen zijn zodanig efficiënt dat het water minder snel naar beken en rivieren stroomt: zo kan je piekdebieten reduceren

Amaury Frankl - Onderzoeker erosie UGent

In Oost-Vlaanderen, waar vooral in de Vlaamse Ardennen problemen zijn van bodemerosie, worden aan een hoog tempo plantaardige erosiedammen aangelegd. Die dammen bestaan uit natuurlijke materialen en houden de geërodeerde bodem vast aan de rand van percelen. Het Steunpunt Erosie van de provincie Oost-Vlaanderen legt deze dammen aan in samenspraak met landbouwers en gemeentebesturen. 

“Afhankelijk van de situatie op het terrein kiezen we voor lineaire of haakse dammen uit strobalen, wilgentenen, compacte dammen uit samengeperste kokos of robuustere varianten bestaande uit draadkooien gevuld met verhakseld wortelhout”, licht Liesbet Rosseel van de provincie Oost-Vlaanderen uit. “Er werden er al een 300-tal aangelegd in Oost-Vlaanderen sinds 2006. Veelal komt zo’n dam er na problemen met modderoverlast.”

Het plaatsen van een plantaardige dam op een strategische plek in het landschap is een relatief eenvoudige ingreep die een groot verschil kan maken. Waar voorheen wegen na hevige regenval onder de modder kwamen te liggen, grachten dichtslibden, en soms ook huizen te maken kregen met modderoverlast, houden deze dammetjes een belangrijk deel van de afgespoelde grond tegen. Het water en sediment die toch nog doorheen de dam stromen, doen dit veel trager zodat grote problemen uitblijven. “Ook voor de waterkwaliteit en buffercapaciteit van de stroomafwaarts gelegen waterlopen betekent dit goed nieuws”, aldus Liesbet Rosseel.

De kleine constructies hebben ook voor landbouwers grote voordelen. Landbouwer Luc Reyntjens (Kluisbergen) die enkele plantaarde dammen op zijn velden heeft liggen, is er erg tevreden over. “Ze nemen weinig plaats in en gaan verlies van de vruchtbare toplaag en meststoffen tegen”.

Gegevens over hun efficiëntie zijn echter schaars. “In onze contreien bestaan voornamelijk metingen uit Noord-Frankrijk en Wallonië, maar je kan plantaardige dammen en hoe ze worden aangelegd niet zomaar vergelijken”, reageert onderzoeker Amaury Frankl. “Daarom zijn we gestart met een eigen meetcampagne om expertise in Vlaanderen op te bouwen.”

Op een proefveld in Nukerke werden in het kader van het Europese project Triple C in een eerste testfase drie types plantaardige dammen bestudeerd: een strobalen-, een kokosbalen- en een houthakseldam. Dat zijn de meest voorkomende dammen in onze contreien. “Wat uit de metingen opviel is dat kokosbalen een ware muur vormen waar water en sediment slechts moeizaam door geraken”, zegt Amaury Frankl. “De kokosdammen waren naar hun remmend vermogen op afstromend water en opvang van sediment ruim dubbel zo efficiënt als dammen uit strobalen of verhakseld wortelhout. Voor de twee laatste was het effect vergelijkbaar. Het effect op het vangen van sediment was ook aanzienlijk.”

Voor dammen uit kokosbalen werd meer dan 60 procent van het sediment opgevangen. Bij strobalen en houthakseldammen was dat ongeveer 20 en 40 procent. “Hierbij krijg je nog een bijkomend effect”, stelt Amaury Frankl. “Doordat dammen uit kokosbalen zodanig efficiënt zijn, stroomt het water minder snel naar beken en rivieren, en kan je dus piekdebieten reduceren”. Maar dat houdt ook een risico in. “Indien het water te hoog achter de dam komt, kan het gebeuren dat afstromend water uiteindelijk een weg vindt langs de dam, zeker indien het ruimen van het afgezette sediment niet tijdig gebeurt.”

Bron: Eigen verslaggeving

Beeld: PCG

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek