nieuws

Overheid maakt vergelijkende evaluatie van pesticiden

nieuws
Vanaf 1 augustus 2015 zal de FOD Volksgezondheid een aantal gewasbeschermingsmiddelen geleidelijk aan vervangen door middelen die minder belastend zijn voor het milieu en de gezondheid of door niet-chemische preventie- of bestrijdingsmethoden. “Dit zal gebeuren op basis van een grondige vergelijkende evaluatie die er ook over waakt dat de bescherming van landbouwgewassen doeltreffend blijft”, zo wordt beloofd. Medio maart publiceerde de Europese Commissie een lijst van 77 actieve stoffen die voor vervanging in aanmerking komen. Daar zijn heel wat bestrijdingsmiddelen bij die vandaag courant ingezet worden in de Vlaamse landbouw.
25 maart 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:30
Lees meer over:

Vanaf 1 augustus 2015 zal de FOD Volksgezondheid een aantal gewasbeschermingsmiddelen geleidelijk aan vervangen door middelen die minder belastend zijn voor het milieu en de gezondheid of door niet-chemische preventie- of bestrijdingsmethoden. “Dit zal gebeuren op basis van een grondige vergelijkende evaluatie die er ook over waakt dat de bescherming van landbouwgewassen doeltreffend blijft”, zo wordt beloofd. Medio maart publiceerde de Europese Commissie een lijst van 77 actieve stoffen die voor vervanging in aanmerking komen. Daar zijn heel wat bestrijdingsmiddelen bij die vandaag courant ingezet worden in de Vlaamse landbouw.

De Europese Commissie heeft een lijst samengesteld van 77 werkzame stoffen voor gewasbescherming die in aanmerking komen voor vervanging door andere chemische middelen of vormen van gewasbescherming. Het gaat om stoffen met bepaalde ongewenste eigenschappen. Sommigen zijn veel schadelijker voor de gezondheid dan de meeste andere werkzame stoffen, anderen breken moeilijk af in het milieu en zijn bovendien giftig of ze houden een hoog risico voor grondwatercontaminatie in. Heel wat van de geviseerde middelen zullen landbouwers bekend in de oren klinken: linuron tegen onkruid in de groente- en aardappelteelt, diquat als loofdoder en metribuzin als onkruidbestrijder in aardappelen, chloortoluron tegen onkruid in gerst, epoxiconazool en propiconazool tegen graanziekten en een herbicide als flufenacet dat toepassingen in verschillende teelten (o.a. maïs) heeft.

Indien een fabrikant een toelatingsaanvraag voor een gewasbeschermingsmiddel met één van deze stoffen indient, dan zullen de nationale autoriteiten dit middel moeten vergelijken met de andere die al voor hetzelfde gebruik zijn toegelaten. Als de risicobeoordeling aantoont dat een bestaand product aanzienlijk veiliger voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu is, dan zal het nieuwe middel niet worden toegelaten. Dit geldt trouwens ook als er een alternatieve niet-chemische bestrijdings- of preventiemethode bestaat. Op termijn kan een werkzame stof volledig van de markt verdwijnen want ook oude, op één of andere manier schadelijke middelen kunnen hun bestaande maar in tijd beperkte erkenning verliezen.

De FOD Volksgezondheid heeft het over “een heel geleidelijk proces” omdat de eventuele vervanging van ieder betrokken gewasbeschermingsmiddel apart wordt beoordeeld. Bovendien worden er een aantal belangrijke voorwaarden gekoppeld aan de vergelijkende evaluatie. Zo mag een eventuele vervanging niet nadelig zijn voor de zogenaamde ‘kleine toepassingen’ (b.v. teelten met klein areaal), waarvoor al te weinig gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar zijn. Ze mag bovendien geen significante economische of praktische nadelen inhouden. Tot slot moet een voldoende divers aanbod aan middelen met een verschillende werking behouden blijven, om het risico op resistentie van plagen en ziekten te verminderen.

Deze werkwijze zal volgens de federale overheid toelaten om verder te evolueren naar een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zonder de doeltreffendheid van de bescherming van landbouwgewassen in gevaar te brengen. Belangrijk om weten is dat de stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen, niet worden verboden. Ze zijn immers goedgekeurd op het niveau van de Europese Unie, omdat is aangetoond dat ze wel degelijk op een veilige manier kunnen worden gebruikt. Ze voldoen immers aan dezelfde normen als alle andere toegelaten middelen. Dat het de lidstaten in tweede instantie toch toekomt om op zoek te gaan naar minder schadelijke alternatieven voor bepaalde gewasbeschermingsmiddelen is ingegeven door het verschillend productaanbod in de lidstaten.

Beeld: Cofabel

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek