Overheid intervenieert tienmaal voor kustpoldergrasland
nieuwsIn 2015 besliste de Vlaamse regering om circa 8.000 hectare historische kustpoldergraslanden te beschermen, deels via de natuurregelgeving en deels via de landbouwregelgeving. Volksvertegenwoordiger Bart Caron (Groen) informeerde bij minister Joke Schauvliege hoe dat loopt. Zesmaal is er na een klacht opgetreden omdat er poldergrasland gescheurd, opgehoogd of gesproeid werd hoewel de percelen de bescherming genieten van de Vlaamse natuurwetgeving. Door de overheid werd ook viermaal actief gehandhaafd.
Bij wijze van compromis tussen landbouw en natuur besliste de Vlaamse regering in 2015 om bijna 5.000 hectare van de historische kustpoldergraslanden te beschermen via de Vlaamse natuurregelgeving en ruim 3.000 hectare enkel via de bescherming die ecologisch kwetsbaar blijvend grasland (EKBG) geniet in het Europees landbouwbeleid. Het Agentschap voor Natuur en Bos verduidelijkt dat alle op de kaart van de Vlaamse regering aangeduide poldergraslanden EKBG-graslanden zijn. Allemaal zijn ze dus beschermd door het landbouwspoor. Diegenen gelegen in ruimtelijk kwetsbare gebieden en/of natuurbeschermingszone poldercomplex of Zwin zijn bovendien beschermd door de natuurwetgeving.
In beide gevallen mag een beschermd perceel niet geploegd en omgevormd worden tot akker en moet het microreliëf bewaard blijven, maar de landbouwregelgeving laat bijvoorbeeld wel nog het vernieuwen van de graszode via doorzaaien en het chemisch bestrijden van onkruid toe. Ook een andere grondbewerking dan ploegen die de bestaande graszode vernietigt, is niet toegelaten. Eerst frezen en dan nieuw gras zaaien, mag dus niet. Tenzij plaatselijk, bijvoorbeeld rond voeder- of drinkplaatsen waar de koeien de oude graszode vertrappeld hebben. Huiskavels van (rund)veebedrijven werden niet opgenomen op de kaart met beschermde kustpoldergraslanden zodat op deze percelen een normale economische uitbating mogelijk blijft.
“Sinds de beschermingsregeling in werking trad, ontving het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) zes klachten met betrekking tot het scheuren of anderszins wijzigen van de vegetatie van beschermde graslanden”, antwoordt minister Joke Schauvliege op een schriftelijke vraag van Groen-parlementslid Bart Caron. De klachten sneden hout want ANB stelde zesmaal een proces-verbaal op: twee pv’s in zowel Knokke als Diksmuide en telkens één pv in Damme en Dudzele.
De vaststellingen hebben betrekking op graslanden met een gezamenlijke oppervlakte van bijna 11 hectare. Alle percelen genoten de bescherming van de Vlaamse natuurwetgeving
De pv’s zijn overgemaakt aan het parket en aan de afdeling Milieuhandhaving van de milieuadministratie voor afhandeling door de rechtbank, respectievelijk bestuurlijke sanctionering. In geen van de dossiers is er reeds een uitspraak. Indien mogelijk wordt een bestuurlijke maatregel tot herstel opgelegd. “ANB doet dit als de overtreder zijn perceel in de oorspronkelijke toestand kan herstellen”, licht minister Schauvliege toe.
Indien een door de natuurwetgeving beschermd kustpoldergrasland gefreesd, geploegd of opgehoogd wordt, dan volgt altijd een bestuurlijke maatregel. Bij een bespuiting met onkruidbestrijdingsmiddelen gebeurt dit niet omdat de praktijk uitwijst dat er na verloop van tijd spontaan herstel optreedt. Vijfmaal heeft de natuuradministratie een eigenaar of gebruiker moeten bevelen om het grasland opnieuw in te zaaien of het oorspronkelijke reliëf te herstellen.
Op kustpoldergraslanden die enkel onder de voorwaarden van ecologisch kwetsbaar blijvend grasland vallen, heeft de Vlaamse landbouwadministratie in het kader van de actieve handhaving viermaal overtredingen vastgesteld. Het betreft percelen in Gistel, Koekelare, Maldegem en Middelkerke die samen ongeveer 6,5 hectare groot zijn. Ook voor deze percelen is een herstel van het blijvend grasland opgelegd.
Beeld: Loonwerk Defour