Ook zonder neonicotinoïden geen insectenschade
nieuwsDrie neonicotinoïden mogen minstens twee jaar niet meer gebruikt worden in de EU vanwege hun kwalijke neveneffecten op bijen. In Vlaanderen bestaan er in alle teelten waarvoor het verbod geldt (een beperkt aantal) alternatieve insecticiden. Erwten telen wordt iets lastiger, maar verder ziet minister-president Kris Peeters niet meteen problemen opdoemen. Dat blijkt uit zijn antwoord op een vraag van Open Vld’er Karlos Callens.
Vlaams volksvertegenwoordiger Karlos Callens (Open Vld) drukt in zijn schriftelijke vraag drie bezorgdheden uit. Hij verwijst naar het Verenigd Koninkrijk, waar men vreest dat de alternatieven voor neonicotinoïden, de zogenaamde pyrethroïden, eveneens schadelijk kunnen zijn voor bijen en andere soorten zoals spinnen. Bovendien loert resistentie om de hoek wanneer alleen nog dat soort insecticiden ingezet wordt. Landbouwkundig zou er een probleem rijzen voor de teelt van erwten en vlas bij gebrek aan alternatieve insecticiden.
Bovenstaande problemen zijn niet uit de lucht gegrepen, maar we mogen er niet te zwaar aan tillen, zo leert het antwoord van minister-president Kris Peeters. Het gebruik van pyrethroïden zal onvermijdelijk toenemen door het wegvallen van de neonicotinoïden, “maar deze middelen zijn minder toxisch voor honingbijen en ze worden minder systemisch ingezet”, aldus Peeters. Hij illustreert dat met een tabel die de toxiciteit van insecticiden voor honingbijen weergeeft. Een breed werkend insecticide als Karate is tot tien keer minder giftig voor de beestjes dan neonicotinoïden zoals Poncho en Gaucho.
Indien in een bepaald gewas alleen nog pyrethroïden ingezet kunnen worden, bestaat het gevaar dat schadelijke insecten resistentie opbouwen tegen deze middelen. Dit kan leiden tot een verminderde werking, waardoor de middelen nog vaker dreigen ingezet te worden om het beoogde effect te verkrijgen. De beste oplossing is een zo ruim mogelijke vruchtwisseling zodat gewasspecifieke belagers zich niet tot grote aantallen kunnen vermeerderen.
Tot slot bespreekt Peeters de impact van het verbod op relatief kleine teelten zoals vlas en erwten. “Voor de betrokken landbouwers kan de bestrijding van bepaalde schadelijke insecten moeilijker en eventueel duurder worden”, aldus de minister-president. In vlas zal dat meevallen omdat er verschillende pyrethroïden erkend zijn voor de bestrijding van de belangrijkste belagers.
Ook bij erwten is er geen gebrek aan alternatieve middelen, al merkt Peeters op dat aan herhaalde bespuitingen in het veld wel een nadeel kleeft in vergelijking met de zaadbehandeling door de zaaizaadfirma. Enerzijds zal de landbouwer drie à vier keer per seizoen moeten uitrukken met het spuittoestel, anderzijds is er een groter risico op kwaliteits- en opbrengstverlies indien de weersomstandigheden niet toelaten om een bestrijding op het juiste moment uit te voeren.
Beeld: Loonwerk Defour