Belastingvoordeel voor seizoensarbeid in de groente- en fruitteelt hersteld
nieuwsOp een ministerraad van vorige week is de seizoensregeling opnieuw bekrachtigd. Het belastingvoordeel in de vorm van een vrijstelling op de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing werd vorig jaar door het Grondwettelijk Hof onrechtmatig verklaard. Bedrijven kregen daardoor naheffingen voor in totaal miljoenen euro’s. Dat bedrag moet vooralsnog worden terugbetaald.
Het systeem van seizoensarbeid kwam de voorbije maanden op losse schroeven te staan nadat werknemers en werkgevers in 2022 tot een vergelijk waren gekomen. Op vraag van de werkgevers werd de verlengde periode van 65 dagen verlengd naar 100 dagen. Op verzoek van de vakbonden werden de lonen boven op de indexering extra verhoogd. Als compensatie kregen de werkgevers een korting van 1,23 euro op de belastingen die zij moesten betalen voor seizoenarbeiders, per gepresteerd uur. Een vrijstelling op de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing.
Dit stelsel stuitte op tegenstand van Federgon, de beroepsvereniging van uitzendkantoren, die sprak van oneerlijke concurrentie. De belangenorganisatie trok naar het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Het Grondwettelijk Hof gaf de organisatie gelijk en verklaarde het fiscale voordeel nietig. De groente- en tuinbouwsector moest hierdoor het fiscale voordeel (21 miljoen euro in 2024 en 21 miljoen euro voor de hele sector) alsnog betalen.
Ook de looptijd van de seizoensregeling zelf stond onder druk. Federgon noemde de uitbreiding van 65 naar 100 dagen voor de tuinbouw onrechtmatig en concurrentievervalsend en trok naar de Raad van State. Ook in dit dossier trok de organisatie vorige maand aan het langste eind, waardoor de verlengde termijnen voor de seizoensarbeid formeel niet langer bestonden.
Dankzij fel lobbywerk van de landbouworganisaties zijn beide systemen in ere hersteld. Ditmaal valt ook de interimsector onder het gunstregime, een oplossing die Chris Botterman, hoofd sociale zaken bij Boerenbond, vorig jaar al opperde.
Fiscaal voordeel met terugwerkende kracht hersteld
Hoewel een en ander nog door het federale parlement moet worden goedgekeurd, treedt het fiscale voordeel met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2026. Door de indexatie is het fiscale voordeel inmiddels opgelopen tot 1,30 euro per gewerkt uur in het stelsel van seizoensarbeid. De termijnen voor seizoensarbeid – 100 dagen tuinbouw, 50 dagen landbouw en 100 halve dagen in de dierlijke sector – krijgen eveneens retroactief uitwerking vanaf 1 januari 2024.
De bekrachtiging van de oude regeling is goed nieuws voor de land- en tuinbouw. Wat wel resteert, is het fiscale voordeel over 2024 en 2025 dat de groente- en fruitbedrijven vooralsnog moeten terugbetalen. Deze terugbetalingstermijn stond aanvankelijk gepland voor januari van dit jaar, maar de landbouworganisaties hebben uitstel tot september kunnen regelen.
“De deadline was aanvankelijk 31 januari 2026, maar dat is een moeilijk moment voor de fruitbedrijven, omdat zij het fruit nog in stock hebben liggen”, verklaart Botterman. Het hoofd sociale zaken bij Boerenbond heeft de voorbije maanden al honderden uren in het dossier gestoken, maar zijn werk zit er nog niet op. “Wij doen ons best om ook voor het probleem van de terugbetaling van de niet-doorgestorte bedrijfsvoorheffing voor 2024 en 2025 nog een oplossing uit te werken”, klinkt het.