Ontwikkelingslanden laten zich niet opjagen door WTO
nieuwsOver een week vindt in Duitsland een belangrijke vergadering plaats van de vier grote actoren van de onderhandelingen van Doha die in 2001 in de hoofdstad van Qatar gelanceerd werden. Het gaat om Brazilië, de Verenigde Staten, India en de Europese Unie. Met het oog hierop brachten de ontwikkelingslanden een tiental ministers op de zetel van de WTO in Genève bijeen om de rangen te sluiten tegenover de industrielanden.
"We zijn niet bereid onze fundamentele standpunten op te offeren om snel tot een resultaat te komen", rapporteerde Amorim aan de pers na afloop van de bijeenkomst, waarop een honderdtal ontwikkelingslanden vertegenwoordigd waren. De Indiase minister van Handel, Kamal Nath, herinnerde eraan dat de Doha-ronde bedoeld was om de handel vrij te maken ten dienste van de ontwikkeling van de arme landen. "We zijn eensgezind in onze vastberadenheid om de doelstellingen van deze ronde te bereiken. De inhoud van de ronde is belangrijker dan de kalender", verklaarde de minister.
De 150 landen van de WTO hopen de Doha-onderhandelingen voor het einde van dit jaar af te ronden. Een eerste compromis wordt eind juli verwacht, met vier jaar vertraging op het oorspronkelijke tijdschema. Sinds ruim vijf jaar vormt landbouw een knelpunt. Enerzijds vragen de opkomende landen dat de rijke landen hun subsidies en douanerechten voor landbouwproducten afbouwen. Anderzijds eisen de rijke landen meer toegang van hun diensten en industriële producten tot de markten van de ontwikkelingslanden.(KS)
Bron: Belga