nieuws

Nieuwe studie naar ggo-maïs levert niets op

nieuws
In het kader van een Europees onderzoeksproject naar de veiligheidsbeoordeling van genetisch gemodificeerde gewassen gingen Nederlandse onderzoekers van het RIKILT-instituut (Wageningen UR) na of de consumptie van ggo-maïsrassen MON810 en NK603 geen onverwachte effecten heeft bij ratten. Er werden geen afwijkende waarden vastgesteld, en al helemaal geen tumoren zo groot als pingpongballen zoals de Franse professor Séralini ze vond. "Geen verrassing", aldus onderzoekster Esther Kok. "Er is al heel veel onderzoek gedaan naar deze ggo-rassen. We kunnen ons veel geld, tijd én proefdieren besparen."
8 januari 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:29

In het kader van een Europees onderzoeksproject naar de veiligheidsbeoordeling van genetisch gemodificeerde gewassen gingen Nederlandse onderzoekers van het RIKILT-instituut (Wageningen UR) na of de consumptie van ggo-maïsrassen MON810 en NK603 geen onverwachte effecten heeft bij ratten. Er werden geen afwijkende waarden vastgesteld, en al helemaal geen tumoren zo groot als pingpongballen zoals de Franse professor Séralini ze vond. "Geen verrassing", aldus onderzoekster Esther Kok. "Er is al heel veel onderzoek gedaan naar deze ggo-rassen. We kunnen ons veel geld, tijd én proefdieren besparen."

Zowel MON810 als NK603 zijn maïsrassen die al een uitgebreide toelatingsprocedure achter de rug hebben. MON810 is ondertussen toegelaten op de Europese markt, de tweede niet. Sommige lidstaten zien geen graten in het gebruik van deze ggo-gewassen, andere zien ze liever niet op hun grondgebied. Om die patstelling te doorbreken, laat Europa onderzoek doen naar de veiligheidsbeoordeling van ggo’s in het algemeen, en van MON810-maïs in het bijzonder via het vierjarige EU-project 'GRACE: GMO Risk Assessment and Communication of Evidence'.

Het GRACE-project is een verbond van Europese toxicologen en risico-beoordelaars en wordt gecoördineerd door het Duitse Julius Kuhn Institut. Ook Nederlandse onderzoekers van het RIKILT-instituut nemen deel aan het onderzoek. Zij verdeelden 320 ratten in verschillende groepen. Een deel van de dieren kreeg een dieet met 33 procent MON810-maïs, een ander deel kreeg een dieet met 11 procent MON810-maïs en 22 procent gewone maïs, en de derde groep kreeg 33 procent gewone maïs van de ouderlijn van MON810 of van een andere gewone maïs.

De maïsmaaltijden van MON810 werden daarbij vergeleken met de maïs van de niet-gemodificeerde maïsrassen. Van alle ratten namen de onderzoekers urine en bloedmonsters af, beoordeelden ze het gedrag en zochten naar afwijkingen in weefsels. De resultaten werden gepubliceerd in Archives of Toxicology. Uit de proef bleek dat MON810-maïs niet voor afwijkende waarden zorgt bij ratten.

"Geen verrassing", reageert onderzoekster Esther Kok. "In het verleden zijn er al meerdere rattenstudies met MON810 gedaan waarbij veredelingsbedrijven betrokken waren. Dat waren goed opgezette studies waar steevast niets uitkwam. Wij zijn in Nederland geen voorstander van dit soort 90-dagen-rattenstudies, want ze zijn volgens ons niet gevoelig genoeg. Maar de Europese Unie heeft deze studies sinds vorig jaar verplicht gesteld. We kunnen ons veel geld, tijd én proefdieren besparen."

Meer info: GRACE-studie

Bron: Wageningen UR

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek