Nieuwe indicator in de maak voor evaluatie erosiebeleid
nieuwsDoor de beleidsbijsturing eind 2015 bood Vlaanderen landbouwers meer flexibiliteit bij het bestrijden van bodemerosie op hun hellende percelen. De keerzijde was dat de (verplichte) maatregelenpakketten een complexe puzzel vormen waar een boer wijs uit moet geraken. In het Vlaams Parlement drukten Jelle Engelbosch (N-VA) en Bart Caron (Groen) hun bezorgdheid daarover uit, en Caron vraagt zich ook af hoe de overheid het globale resultaat van het beleid kan evalueren. Minister Joke Schauvliege legt eerst uit welke inspanningen er gebeuren om landbouwers te informeren en stelt vervolgens een nieuwe beleidsindicator in het vooruitzicht.
Eind 2015 keurde de Vlaamse regering op voorstel van minister Schauvliege een significante bijsturing van de erosieverplichtingen goed. Ter inleiding van zijn vraag aan de minister in de milieucommissie vat Vlaams parlementslid Jelle Engelbosch (N-VA) het kort samen: “Een landbouwer moet voor de bestrijding van erosie op zijn perceel maatregelen uit één of meerdere pakketten kiezen in functie van de erosiegevoeligheid van zijn perceel, maar ook rekening houdend met de teeltcategorie waarbinnen zijn teelt valt. Zo ontstaat er een complexe puzzel die door elke landbouwer individueel moet worden gelegd.”
Het uitgebreide pakket aan erosiemaatregelen heeft volgens Engelbosch als voordeel dat het flexibel ingezet kan worden zodat een landbouwer stielkennis kan tonen. Nadeel is dat een aantal landbouwers door de bomen het bos niet meer zien. Daarom wil het parlementslid weten hoe landbouwers nog beter geïnformeerd kunnen worden over hun verplichtingen. Met de flexibiliteit op zich heeft hij geen probleem. Collega-parlementslid Bart Caron (Groen) stelt zich wel vragen bij de effectiviteit van het beleid in de wetenschap dat landbouwers niet steeds de juiste maatregelen nemen. Los daarvan bemoeilijkt de versnippering van het maatregelenpakket ook de evaluatie van het globale erosiebeleid. Het is Caron onduidelijk hoe de overheid het totaaleffect van maatregelen op perceelsniveau kan evalueren.
“Om een betere naleving van de randvoorwaarden erosie te bewerkstelligen, heb ik mijn diensten opgedragen om een vernieuwd actieprogramma uit te werken”, reageert minister van Landbouw en Omgeving Joke Schauvliege. “In dit actieprogramma gaat de aandacht zowel naar informeren en sensibiliseren als naar controleren.” Landbouwers die fouten maken bij de samenstelling van een maatregelenpakket, en erosie dus niet op de juiste manier aanpakken, worden gesanctioneerd bij een controle op de naleving van de randvoorwaarden voor inkomenssteun. Met een overzicht van de meest gemaakte fouten die tot een sanctie leiden, bereik je volgens Schauvliege meer bij landbouwers dan met een uitgebreide opsomming van de wettelijke bepalingen. Samen met uitleg over de verschillende maatregelenpakketten is zo’n overzicht begin april aan alle landbouwers bezorgd die sterk hellende percelen bewerken.
Verder zijn de landbouwconsulenten gewezen op de erosieproblematiek, zond PlattelandsTV een themareportage over erosiebestrijding uit en lopen er verschillende demonstratieprojecten die focussen op erosie. De landbouworganisaties brengen op hun beurt het thema onder de aandacht van hun leden. Eind juni zal het Vlaams Ruraal Netwerk een studiedag organiseren over het thema organiseren. Voor gratis advies op maat over de randvoorwaarde erosie op hun bedrijf kunnen landbouwers een beroep doen op bedrijfsadviesdienst KRATOS. “We sparen kosten noch moeite om de juiste informatie tot bij de landbouwers te brengen”, aldus Schauvliege.
Op de bedenkingen van Bart Caron reageert ze dat een beleidsevaluatie reeds voorzien werd bij het aanpassen van de erosieregelgeving. Haar administratie werkt volop aan een opvolger voor de oude beleidsindicator. Die hield bijvoorbeeld wel rekening met de vrijwillige inspanningen in het kader van beheerovereenkomsten en met de kleine infrastructuurwerken die gemeentebesturen aanleggen maar onvoldoende met de recent verplichte inspanningen die landbouwers leveren in het kader van de randvoorwaarden van het Europees landbouwbeleid.
Minister Schauvliege: “De nieuwe indicator wordt alomvattend en integreert ook de verplichte perceelsgebonden maatregelen. De effectiviteit van de in de praktijk toegepaste mix van verplichte en vrijwillige erosiebestrijdingsmaatregelen zal tegen eind 2017 berekend kunnen worden in de vorm van het percentage gereduceerd bodemverlies. Tegen eind 2018 wordt dit aangevuld met het percentage gereduceerde sedimentaanvoer naar waterlopen.”