nieuws

Natuurlijke plaagbeheersing onder de loep van INBO

nieuws
Zestien ecosysteemdiensten in Vlaanderen werden door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek gevat in evenveel rapporten. Na voedselproductie en bodemvruchtbaarheid pikken we er nog een derde en laatste rapport uit, dat over natuurlijke plaagbeheersing. Gewassen worden belaagd door een groot aantal insecten, knaagdieren, schimmels, slakken, nematoden, virussen, enz. In Noordwest-Europa wordt 60 procent van het opbrengstpotentieel bedreigd door bovenstaande plagen én door competitie met onkruiden. Met chemische gewasbeschermingsmiddelen wordt het verlies gereduceerd tot een kleine 20 procent. Natuurlijke plaagbeheersing kan het gebruik van pesticiden verminderen.
6 juli 2014  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:16

Zestien ecosysteemdiensten in Vlaanderen werden door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek gevat in evenveel rapporten. Na voedselproductie en bodemvruchtbaarheid pikken we er nog een derde en laatste rapport uit, dat over natuurlijke plaagbeheersing. Gewassen worden belaagd door een groot aantal insecten, knaagdieren, schimmels, slakken, nematoden, virussen, enz. In Noordwest-Europa wordt 60 procent van het opbrengstpotentieel bedreigd door bovenstaande plagen én door competitie met onkruiden. Met chemische gewasbeschermingsmiddelen wordt het verlies gereduceerd tot een kleine 20 procent. Natuurlijke plaagbeheersing kan het gebruik van pesticiden verminderen.

Natuurlijke plaagbeheersing is het zelfregulerend vermogen waarover elk ecosysteem beschikt om plagen onder controle te houden. Hierbij spelen de populaties van natuurlijke (inheemse) vijanden, die de voor de gewassen schadelijke plaagorganismen aanvallen, een centrale rol. Zij genereren baten zoals een verhoogde opbrengst, een verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, een lagere milieudruk en een kleinere impact op andere nuttige organismen. Natuurlijke plaagonderdrukking heeft het potentieel in zich om plaagsoorten onder een economische schadedrempel te houden.

De gebruikers van de ecosysteemdienst plaagbeheersing zijn de landbouwers die gewassen telen en geconfronteerd worden met plagen die hun opbrengst doen dalen. Hoge verwachtingen ten aanzien van natuurlijke plaagbeheersing mogen ze alleen koesteren wanneer er levensvatbare populaties van natuurlijke vijanden in de omgeving van hun perceel aanwezig zijn. Er bestaat ook een “meer technologische vorm” van niet-chemische plaagbeheersing, namelijk het uitzetten van natuurlijke vijanden zoals dat in serres dikwijls gebeurt.

Grote uitspraken over de ecologische en economische aspecten van deze ecosysteemdienst durft INBO niet doen bij gebrek aan kennis. In dit onderzoek worden bijvoorbeeld wel de randvoorwaarden besproken voor een optimale inzet van natuurlijke plaagbeheersing. Helemaal eenduidig is het bestaand onderzoek niet maar er zijn wel aanwijzingen dat de natuurlijke vijanden van plaagsoorten het beter doen in een meer gevarieerd landschap. In grotere monoculturen met daartussen weinig natuurlijke biotopen in het landschap is de impact van plaagsoorten vaak groter.

Om plagen te bestrijden, grijpen de meeste landbouwers nog altijd eerst naar gewasbeschermingsmiddelen. Onder gematigde klimaatomstandigheden zoals in Noordwest-Europa, waar pesticiden algemeen verkrijgbaar zijn en waar landbouwers veel expertise bezitten, blijven de productieverliezen hierdoor beperkt. “Maar pesticiden blijven niet altijd effectief”, waarschuwt INBO. “Zo zijn er plaagorganismen die via natuurlijke selectie en evolutie resistentie opbouwen en voorheen dodelijke dosissen kunnen overleven. Na een behandeling kunnen plaagpopulaties terugkeren, waardoor herhaald behandelen nodig is.” Eén van de oorzaken van dit probleem is dat de natuurlijke vijanden van plaagsoorten door niet-selectieve insecticiden ook gedood worden.

In een 26.500 hectare groot poldergebied ten zuiden van de stad Rotterdam werd op grote schaal uitgetest of het mogelijk is om minder afhankelijk te worden van insecticiden door middel van natuurlijke plaagbeheersing. Eén van de resultaten was dat het in vier van de zes studiejaren niet nodig was om insecticiden te gebruiken. Alleen woog die kostenbesparing niet op tegen de kost van het aanleggen en opvolgen van de soortenrijke veldranden. De onderzoekers concludeerden dat er subsidies nodig zijn voor de landbouwers om het systeem draaiende te houden.

Een uniek kenmerk van veel ecosysteemdiensten in agrarische landschappen is dat er een directe kost is voor de boer, maar een mix van private en publieke voordelen. Het reduceren van het gebruik van pesticiden zou bijvoorbeeld kunnen resulteren in gezonder voedsel. Daarnaast is er ook het negatieve effect dat pesticiden hebben op de biodiversiteit in het algemeen. Maar de bereidheid van een landbouwer om natuurlijke plaagbeheersing toe te passen, hangt af van zijn direct voordeel. Dat kan een verhoogde gewasopbrengst zijn, lagere kosten of toegang tot nieuwe afzetmarkten.

Meer info: Ecosysteemdienstenrapporten op nara.be

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek