"Natuurcompensatie is geen keuze tegen landbouw"
nieuwsDe vergelijking die schrijver Chris De Stoop in zijn boek ‘Dit is mijn hof’ maakte tussen nieuw aangelegde natuur en de vervalsing van een kunstwerk heeft indruk gemaakt op Vlaams parlementslid Gwenny De Vroe (Open Vld). Het zette haar er toe aan om minister van Natuur Joke Schauvliege te ondervragen over de resultaten van de nieuwe natuurgebieden rond de Antwerpse haven. Schauvliege, die het boek overigens zelf gelezen heeft, erkent dat de polder grondig hertekend is door havenontwikkeling en natuurcompensaties. Dat daarbij alleen havenbelangen zouden spelen, klopt volgens haar niet. En hoewel De Stoop laat uitschijnen dat broedsucces van beschermde vogelsoorten uitblijft, wijst monitoring uit dat de natuurdoelstellingen op Linkerscheldeoever grotendeels gehaald worden.
In zijn boek ‘Dit is mijn hof’ bekritiseert Chris De Stoop de scheve verhouding tussen landbouw en natuur in de schaduw van de Antwerpse haven. Het verlies voor de ene (landbouw) is er de winst voor de ander (natuur). De Stoop vertrekt vanuit zijn eigen ervaringen maar de problemen die hij wil aankaarten, beïnvloedden de leefwereld van een hele poldergemeenschap. Vlaams volksvertegenwoordiger Gwenny De Vroe (Open Vld) is benieuwd wat minister Joke Schauvliege van de verzuchtingen in het boek vindt. Hebben de natuurcompensaties in de Wase doelpolder het beoogde resultaat en liggen ze wel op de juiste plaats, wil De Vroe achterhalen. Een andere vraag die daaruit volgt: Is er een verbetering van de biodiversiteit of wordt de doelstelling inzake broedparen voor vogels dwarsgezeten door natuurlijke predatoren zoals De Stoop in zijn boek beweert.
Minister Schauvliege verwijst naar de planologische context voor een goed begrip van de natuurcompensaties. Binnen de Antwerpse Linkerscheldeoever ligt voor meer dan 7.000 hectare Vogel- en Habitatrichtlijngebied. De havenontwikkeling gebeurt midden in deze speciale beschermingszones. “Door voorafgaand aan de havenontwikkeling op zorgvuldig geselecteerde plaatsen natuurgebieden in te richten en ervoor te zorgen dat we daar de natuurdoelen halen, willen we er voor zorgen dat de haven zich kan ontwikkelen”, verklaart Schauvliege. “Er is een heel ruim overlegproces voorafgegaan aan deze planmatige benadering. Alle maatschappelijke partijen zijn betrokken bij de opmaak van het plan-MER. Ze hebben ook mee kunnen bouwen en tekenen aan het maatschappelijk meest haalbare alternatief. Dat is dan vervolgens vertaald in het GRUP Antwerpse Haven en het uitgebreide actieprogramma duurzame ontwikkeling.”
Bij het zoeken naar geschikte locaties voor de natuurcompensaties moet volgens de minister rekening gehouden worden met een veelheid aan factoren. “Je moet de gepaste inrichtingsmaatregelen kunnen nemen. Zo kunnen bijvoorbeeld slikken en schorren enkel in de onmiddellijke nabijheid van een getijdenrivier gebeuren. Het is ook zo dat een weidevogelgebied een bepaalde uitgestrektheid en bodemgesteldheid nodig heeft. Een plassengebied heeft een hydrologisch geïsoleerde omgeving nodig. Zo zijn er nog factoren waarmee je rekening moet houden. Al die afwegingen spelen mee in die beoordeling.”
Daarnaast zijn er ook sociale, maatschappelijke, financiële en technische factoren die in rekening moeten worden gebracht. Schauvliege: “Bij elke compensatie in het havengebied is de selectie het resultaat van een maatschappelijk proces. Dat heeft tot resultaat geleid. Zo werden en worden in het kader van natuurcompensatieplannen voor het Deurganckdok tijdelijke haventerreinen en bestaande gebieden met ecologische waarde maximaal ingeschakeld om ervoor te zorgen dat we die natuur kunnen realiseren. Compensaties dienen niet om de natuurtoestand te verbeteren, maar om duurzaam te voorzien in wat er verloren zal gaan.”
De beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever is opgericht om in nauw overleg met alle belanghebbenden de compensatiedoelstellingen op te volgen. Later werd haar ook de opdracht gegeven tot het opvolgen van de globale staat van instandhouding van de betrokken vogel- en habitatrichtlijngebieden. Uit de resultaten van de intensieve ecologische monitoring door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het jaarrapport van de beheercommissie Natuur Linkerscheldeoever blijkt dat de doelen grotendeels worden gehaald. De resultaten zijn publiek te consulteren op de website, laat minister Schauvliege weten.
Nog volgens de minister kan worden vastgesteld dat de nieuw aangelegde natuurkerngebieden zorgen voor verschuivingen van soorten vanuit de tijdelijke compensatiegebieden binnen het havengebied naar deze vaste kerngebieden. Het compensatienetwerk gaat geleidelijk aan op in de natuurkernstructuur. Dat is ook zo vastgelegd in het GRUP. Over de predatoren waarnaar De Stoop verwijst, zegt Schauvliege het volgende: “Door de verdere havenontwikkeling is de druk op de beschermde vogelsoorten zo sterk toegenomen dat ze zich terugtrekken op een klein compensatiegebied en de nieuw aangelegde natuurkerngebieden. Die concentraties zorgen ervoor dat er een verhoogde kwetsbaarheid is voor predatoren. Na de volledige inrichting van de nieuwe natuurkerngebieden wordt er ook een schaalvergroting gerealiseerd, waardoor dit probleem normaal gezien moet zijn opgelost.”
De minister noemt het een feit dat de landbouwsector en de individuele landbouwers in de regio werden en nog worden geraakt in de toekomst. “Het is een bezorgdheid van de Vlaamse regering om daar zo veel mogelijk rekening mee te houden. Daarom heeft de regering bij de uitwerking van het maatschappelijk meest haalbare alternatief altijd werk gemaakt van een flankerend beleid. Daarnaast bepaalt het GRUP Afbakening zeehavengebied Antwerpen dat er in ontwikkelingsruimte wordt voorzien voor de haven, maar ook in de bevestiging van grote oppervlakten landbouwgebied, waardoor landbouwers die in dat gebied actief zijn, rechtszekerheid krijgen.”
Volgens Schauvliege wordt er gezocht naar oplossingen voor de verschillende actoren en zijn niet alleen de havenbelangen van tel. “Er zijn maatschappelijke afwegingen gebeurd in alle procedures die doorlopen zijn, maar ook in elke stap die werd gezet. De aanleg van natuurcompensaties is geen keuze vóór natuur en tegen landbouw, maar het is de invulling van een wettelijke verplichting ten gevolge van de havenontwikkeling.”