nieuws

Na deze week moet boer op cursus wil hij fytolicentie

nieuws
Vanaf 25 november wordt een fytolicentie verplicht voor landbouwers, loonwerkers, tuinaannemers, medewerkers van een gemeentelijke groendienst en andere professionelen die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. Dit certificaat van de federale overheid geeft aan dat de houder op een correcte manier met deze middelen kan omgaan. Ook distributeurs en voorlichters moeten over zo’n certificaat beschikken. Tot eind deze maand kunnen professionele gebruikers een P2-fytolicentie kosteloos aanvragen op basis van twee jaar ervaring of door het voorleggen van een (relevant) diploma. Eind mei waren er in ons land bijna 48.000 fytolicenties van de categorie P2 aangevraagd, voornamelijk door boeren en tuinders. Wie de overgangstermijn laat verstrijken en een aanvraag doet na 31 augustus moet slagen voor een examen en kan zich daar best op voorbereiden via een intensieve cursus.
25 augustus 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:23
Lees meer over:

Vanaf 25 november wordt een fytolicentie verplicht voor landbouwers, loonwerkers, tuinaannemers, medewerkers van een gemeentelijke groendienst en andere professionelen die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. Dit certificaat van de federale overheid geeft aan dat de houder op een correcte manier met deze middelen kan omgaan. Ook distributeurs en voorlichters moeten over zo’n certificaat beschikken. Tot eind deze maand kunnen professionele gebruikers een P2-fytolicentie kosteloos aanvragen op basis van twee jaar ervaring of door het voorleggen van een (relevant) diploma. Eind mei waren er in ons land bijna 48.000 fytolicenties van de categorie P2 aangevraagd, voornamelijk door boeren en tuinders. Wie de overgangstermijn laat verstrijken en een aanvraag doet na 31 augustus moet slagen voor een examen en kan zich daar best op voorbereiden via een intensieve cursus.

Iedereen die beroepsmatig te maken heeft met gewasbeschermingsmiddelen doet er goed aan om na te kijken of hij of zij reeds over een fytolicentie beschikt. Vanaf 25 november 2015 wordt dat certificaat – uitgereikt door de FOD Volksgezondheid – verplicht voor handelaars, voorlichters én professionele gebruikers van sproeistoffen. Onder professionele gebruikers vallen niet alleen land- en tuinbouwers maar eveneens loonsproeiers, tuinaannemers, groendiensten, enz. Kortom iedereen, behalve de particulier die bestrijdingsmiddelen koopt voor huis- en tuingebruik. Dus ook de medewerker van een glastuinbouwbedrijf die een P1-fytolicentie (assistent professioneel gebruik, nvdr.) nodig heeft omdat hij in opdracht van de bedrijfsleider bespuitingen uitvoert, en evenzeer de landbouwer die de producten aankoopt maar de spuitwerkzaamheden overlaat aan zijn loonwerker, zelfs de bioboer die in de handel alleen biologische preparaten voor professioneel gebruik aankoopt en geen chemische gewasbeschermingsmiddelen.

De invoering van de fytolicentie in ons land is de omzetting van een Europese richtlijn die een duurzaam gebruik van pesticiden nastreeft. Om de introductie van het certificaat vlot te laten verlopen, voorzag de federale overheid in een overgangstermijn. Nog tot en met 31 augustus kan je een fytolicentie bekomen door aan te tonen dat je over een diploma of attest beschikt of over minimum twee jaar ervaring als professioneel gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen. De FOD Volksgezondheid verifieert dat op basis van het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer van een landbouwbedrijf, zoals geregistreerd bij de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Voor landbouwers en andere professionele gebruikers is de fytolicentie kosteloos terwijl het personeel van een sproeistoffenhandel en professionale adviseurs er 220 euro voor moeten betalen.

Met de fytolicentie beoogt de overheid dat professionelen op de hoogte zijn en blijven van nieuwe evoluties omtrent gewasbescherming om zo de risico’s van deze (chemische) producten voor mens, dier en leefmilieu zo veel mogelijk te beperken. Sproeistoffenhandelaars hebben de voorbije weken bij hun klanten het nummer van de fytolicentie opgevraagd. Sommige land- en tuinbouwers, of hun meewerkende echtgenoten en kinderen die op de tractor kruipen voor bespuitingen, ontdekten toen pas dat ze niet beschikken over een fytolicentie. Zij zetten dat best zo snel mogelijk recht. Over minder dan een week verstrijken immers de overgangsmaatregelen en verwerf je het certificaat pas na het volgen van een cursus en het slagen voor een schriftelijk en mondeling examen.

Houders van een fytolicentie mogen niet denken dat het certificaat hen voor onbepaalde tijd in de schoot wordt geworpen op basis van ervaring. Aan een fytolicentie hangt een ‘houdbaarheidsdatum’ van vijf, zes (standaard) of zeven jaar, afhankelijk van hoe vroeg of hoe laat de aanvraag gebeurde. Om de geldigheidsduur ervan te verlengen, worden land- en tuinbouwers en andere licentiehouders verplicht om opleidingssessies te volgen. Zo wil de overheid garanderen dat professionelen op de hoogte blijven van nieuwe evoluties op vlak van gewasbeschermingsmiddelen. Een land- of tuinbouwer met een fytolicentie P2 zal vier opleidingen moeten volgen om zijn licentie tussen 2020 en 2022 met zes jaar verlengd te zien worden. Van een sproeistoffenhandelaar of voorlichter wordt logischerwijze verwacht dat zij zich nog regelmatiger bijscholen. Daarom zijn aan een P3-fytolicentie zes vormingactiviteiten gekoppeld.

Terwijl de federale overheid bevoegd is voor het uitreiken van de fytolicentie zullen de vormingsactiviteiten georganiseerd worden door de gewesten. Bij het Departement Landbouw en Visserij vernemen we dat de erkende centra voor landbouwvorming instaan voor de basisopleiding. Dat is de cursus voor aanvragers die geen ervaring en geen geschikt diploma kunnen voorleggen en voor al degenen die hun licentieaanvraag pas na 31 augustus indienen.

Zo’n basisopleiding duurt 60 uur voor een land- of tuinbouwer die een P2-fytolicentie wil bemachtigen en 120 uur voor handelaars en voorlichters die een P3-licentie nodig hebben. Na de opleiding volgt een (schriftelijk en mondeling) examen. De Vlaamse overheid subsidieert de opleidingscentra zodat de cursist niet de volledige kosten moet dragen voor het inrichten van de vorming. Een landbouwer die zijn fytolicentie niet wil verliezen door het verstrijken van de geldigheidsduur hoeft niet de basisopleiding van 60 uur te volgen. Vier (korte) vormingsactiviteiten tijdens de normale geldigheidsduur van zes jaar volstaan. Doe je dat niet, dan is de basisopleiding met bijbehorend examen je deel.

Ook de korte bijscholingen worden georganiseerd door erkende vormingscentra en behandelen de verschillende aspecten van gewasbescherming: correct gebruik, integrated pest management, alternatieven bestrijdingsmethodes, verminderen van risico' s, enz. Zowel voordrachten, cursussen, avondvergaderingen als proefveldbezoeken komen in aanmerking. Land- en tuinbouwers die zich bijscholen, zullen niet zwaar op kosten gejaagd worden. De eigen bijdrage van cursisten zal heel redelijk zijn in vergelijking met het prijskaartje van de organisatie van zo'n bijscholing.

Meer info: fytolicentie

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek