nieuws

Milcobel schat melkaanvoer in met online prognosemodel

nieuws
In zijn ledenblad zet Milcobel uiteen hoe een prognosemodel de planning van de melkverwerking vooruithelpt. Dit is belangrijker geworden na het wegvallen van het melkquotum op 1 april 2015. Tot dan was er immers een zekere voorspelbaarheid van de melkaanvoer. Na het wegvallen van het quotum kiezen veel bedrijven voor groei terwijl het voor Milcobel noodzakelijk is om te weten welke volumes melk eraan komen. De planning van de fabrieken gebeurt namelijk 26 weken vooruit. Voorzitter Guido Veys heeft andere zorgen. Hij staat in zijn voorwoord stil bij de kandidaat-coöperanten die bij private zuivelverwerkers aan de deur werden gezet. “Wij zijn geen depannagedienst”, zo richt hij zich tot zuivelfirma’s die de crisis niet samen met hun leveranciers uitzweten.
11 mei 2016  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:35

In zijn ledenblad zet Milcobel uiteen hoe een prognosemodel de planning van de melkverwerking vooruithelpt. Dit is belangrijker geworden na het wegvallen van het melkquotum op 1 april 2015. Tot dan was er immers een zekere voorspelbaarheid van de melkaanvoer. Na het wegvallen van het quotum kiezen veel bedrijven voor groei terwijl het voor Milcobel noodzakelijk is om te weten welke volumes melk eraan komen. De planning van de fabrieken gebeurt namelijk 26 weken vooruit. Voorzitter Guido Veys heeft andere zorgen. Hij staat in zijn voorwoord stil bij de kandidaat-coöperanten die bij private zuivelverwerkers aan de deur werden gezet. “Wij zijn geen depannagedienst”, zo richt hij zich tot zuivelfirma’s die de crisis niet samen met hun leveranciers uitzweten.

Als een koper de melkophaling stopzet bij een aantal van zijn leveraars – en dat gebeurt de laatste tijd wel vaker –, dan is de vraag welk alternatief de betrokken melkveehouders hebben. Het meest recente voorbeeld is Olympia dat een 80-tal melkveehouders de deur wijst. Boerenbond geeft in zijn ledenblad te kennen dat dit veel vragen oproept. Onder welke voorwaarden kunnen de melkveehouders uit Henegouwen bij Laiterie des Ardennes terecht, en wat met de Olympia-leveraars in het Pajottenland en rond Puurs?

Bij een coöperatie heeft een melkveehouder de zekerheid dat zijn melk opgehaald wordt. Gelet op de herstructurering die zich al enkele jaren voltrekt in de Belgische zuivelsector is het volgens Boerenbond de vraag of de coöperaties moeten fungeren als vangnet voor de private kopers. In de praktijk is het precies dat wat momenteel gebeurt. Laiterie des Ardennes springt in voor de ex-leveraars van Olympia zoals Milcobel de deur openzette voor de leveraars van FrieslandCampina en ook andere nieuwe leden accepteert.

Vrolijk worden ze ook bij Milcobel niet van alle herstructureringen, zo lees je in het voorwoord van uittredend voorzitter Guido Veys: “In moeilijke marktomstandigheden wordt pijnlijk duidelijk dat betrouwbare en duurzame afzet van boerderijmelk geen evidentie is. Dit ondervinden we rond de bestuurstafel aan het maandelijks lijstje van kandidaat-toetreders. Met Milcobel willen wij perspectief bieden aan melkveehouders die zelf ook een lange termijn relatie beogen, zij het na de harde les van het korte termijn denken geleerd te hebben. Wij zijn geen depannagedienst en vinden dat de in de sector afgesproken gedragscode gerespecteerd dient te worden.”

Ook Boerenbond zit met alle herstructureringen in de maag gesplist, zo lees je in Boer&Tuinder. “De coöperaties hebben de taak om alle melk te plaatsen die hun (bestaande) leden-melkveehouders aanbieden en dit tegen een prijs die gegeven de marktomstandigheden zo hoog mogelijk is. De vraag is of ze deze garantie kunnen blijven bieden indien ze bijkomende leveraars overnemen van private kopers. Die laatsten dragen dan ook een verantwoordelijkheid tegenover hun leveraars, ook in tijden van negatieve conjunctuur. De vraag is of het afstoten van melkveehouders voor deze kopers de enige mogelijke aanpak is voor de problemen van extra melkaanvoer en een moeilijke vermarkting.”

Milcobel staat in zijn ledenblad ook stil bij het eigen functioneren in het postquotumtijdperk. Een prognosemodel voor de melkaanvoer speelt daarin een belangrijke rol. Op een afgeschermde website vult een melkveehouder de verwachte melkproductie in. Milcobel vraagt van zijn leden dat ze dat minstens drie maanden, en bij voorkeur zelfs een half jaar, in de vooruit doen. Als de prognose goed ingevuld wordt, dan plukt Milcobel daar de vruchten van. Om het de melkveehouder makkelijker te maken, ziet hij hoeveel hij in dezelfde maand het jaar voordien molk. Achteraf wordt ook het reële aantal geleverde liters melk online weergegeven. Een rekentool vereenvoudigt de prognose.

Een juist beeld van het volume melk dat toekomt, laat Milcobel bijvoorbeeld toe om onderhoud of herstellingen in de fabrieken optimaal in te plannen. Naar verluidt is dit ook voor de melkveehouder zelf een nuttige oefening. Door de prognose te maken, kan hij ook zijn financiële plannen inschatten. Momenteel bedraagt de dekkingsgraad ruim 45 procent van de melkveehouders en iets meer dan 50 procent van het volume. “Dit kan beter, maar is nu toch al zeer bruikbaar om de tendensen af te leiden uit de melkaanvoer in de maanden die komen”, zegt directeur Coöperatiezaken Eddy Leloup, die graag meer melkveehouders ziet deelnemen aan het prognosemodel. Over de voorbije drie maanden was er één melkveehouder die zijn leveringen met een juistheid van zes liter heeft voorspeld. Een voorbeeld dat nog veel navolging mag krijgen als je het Milcobel vraagt.

Bron: Informatieblad Milcobel/Boer&Tuinder/eigen verslag

Beeld: Milcobel

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek