Melkquotum komt acht lidstaten duur te staan
nieuwsIn totaal acht lidstaten hebben hun nationaal melkquotum overschreden tijdens de voorbije melkcampagne. De overijverige melkveehouders situeren zich in Duitsland, Nederland, Polen, Denemarken, Oostenrijk, Ierland, Cyprus en Luxemburg. Samen zijn zij een boete, de zogenaamde superheffing, verschuldigd van ruwweg 409 miljoen euro. In Nederland is ook het afzonderlijk quotum voor de korte zuivelketen overschreden, wat de hoeveverkopers met een boete van 918.000 euro opzadelt.
De melkquota zijn in de jaren ’80 ingevoerd om het overaanbod melk af te remmen. Iedere lidstaat kreeg twee nationale quota toegewezen: één voor melkleveringen aan de zuivelindustrie (97,6% van het EU-totaal) en één voor de zuivel die op de hoeve rechtstreeks aan de consument verkocht wordt (2,4%). Overschrijdt een lidstaat die productieplafonds, dan zijn de melkveehouders op haar grondgebied die daarvoor verantwoordelijk zijn een superheffing verschuldigd van 27,83 euro per 100 kilo melk. Elk melkveebedrijf beschikt over een individueel quotum dat het in principe niet mag overschrijden.
Eén campagne voor het verdwijnen van de melkquota (1 april 2015) kost het de melkveehouderij in de volgende lidstaten een bom geld: Duitsland, Nederland, Polen, Denemarken, Oostenrijk, Ierland, Cyprus en Luxemburg. Deze acht hebben samen 1,469 miljoen ton te veel melk geproduceerd. Dat komt hen op een boete van ongeveer 409 miljoen euro te staan. De melkveehouderij in ons land is de voorbije campagne op het nippertje ontsnapt aan de superheffing, maar nu al wordt gevreesd dat de Belgische melkveehouders met een fikse boete afscheid gaan moeten nemen van de melkquota op 1 april 2015.
Ondanks de overproductie in acht lidstaten blijft de Europese melkplas 4,6 procent onder de optelsom van alle nationale quota. Een jaar eerder was dat zes procent. In 14 lidstaten bleef de melkproductie meer dan tien procent onder het nationale quotum.