Meetjeslandse Dierenartsen Vereniging viert halve eeuw
nieuwsEerder deze maand vierde de Meetjeslandse Dierenartsen Vereniging haar 50-jarig bestaan. Tijdens een wetenschappelijk symposium deelden vier professoren van de faculteit Diergeneeskunde van de UGent hun inzichten met meer dan 100 leden-dierenartsen. Ook Vlaams minister Joke Schauvliege verheugde voorzitter en dierenarts Tom Van Hulle met haar aanwezigheid: “De minister benadrukte de rol die een dierenarts heeft als preventieadviseur en begeleider van veebedrijven, en dit met de hulp van bijvoorbeeld Dierengezondheidszorg Vlaanderen. En ze had het over de meldingsplicht voor erfelijke aandoeningen, iets wat vooral bij huisdieren zoals honden speelt maar ook een aandachtspunt is bij nutsdieren zoals het Belgisch wit-blauw.”
Het wetenschappelijk symposium ter gelegenheid van 50 jaar Meetjeslandse Dierenartsen Vereniging kreeg ‘One Health’ als titel. Dankzij de inbreng van vier professoren van de UGent - een bacterioloog, een viroloog, een immunoloog en een parasitoloog – werd de blik van de meer dan 100 aanwezige dierenartsen op de uitdagingen van de toekomst gericht.
Professor Pasmans benadrukte dat antibiotica niet het enige wapen zijn in de bestrijding van bacteriën. Voor lokale behandeling kan men ook andere substanties zoals bijvoorbeeld zuren gebruiken, maar vooral moet men zich ook op preventie richten. Die preventie bestaat niet alleen uit vaccineren. Het is ook nodig om de omstandigheden waarin dieren gehouden worden zo goed mogelijk te optimaliseren. Zo krijgen de bacteriën geen kans om dieren te infecteren of blijft de besmettingsdruk zo laag dat het dier deze minimale besmetting makkelijk kan overwinnen.
De professor wees er ook op dat men niet te snel naar een recent ontwikkeld antibioticum moet grijpen. Vaak leveren "oude" antibiotica zoals tetracyclines een even goed of soms beter resultaat op dan de dure, recent ontwikkelde antibacteriële middelen. Zijn collega, professor Nauwynck, waarschuwde voor een hogere ziektedruk als gevolg van de steeds grotere veedichtheid op bedrijven, de toename van internationaal transport en het opduiken van nieuwe vectoren. Bepaalde virussen die nu nog als mild beschouwd worden, zullen volgens Nauwynck zeer ernstige ziektebeelden uitlokken binnen twee à drie jaar.
Professor Cox gaf enkele belangrijke aanwijzingen voor de praktijk. Zo moet men bij vaccinatie altijd nauwkeurig de bijsluiter van het vaccin volgen. Om goed te kunnen werken, moet het antigen zo vlot mogelijk de antigen presenterende cellen kunnen bereiken. De toedieningsweg of zelfs de plaats waar een dier geïnjecteerd wordt, kan een verschil maken voor de werkzaamheid van het vaccin. Het combineren van vaccins, ook al worden ze op verschillende plaatsen toegediend, mag alleen als de bijsluiter die combinatie toelaat en beschrijft hoe men daarbij te werk moet gaan. Cox besloot met een waarschuwing tegen overdreven vaccineren. Er zijn aanwijzingen dat dat aanleiding kan geven tot allergieën en auto-immuunziekten.
Professor Vercruysse toonde aan dat dierenartsen zich ook nuttig kunnen maken voor de verbetering van de gezondheid bij mensen. Hijzelf kon de Wereldgezondheidsorganisatie er van overtuigen dat de kennis over parasieten in de diergeneeskunde van nut kan zijn om mensen te helpen, vooral in landen in het Zuiden. Dat is zo omdat er in de diergeneeskunde meer parasietensoorten van belang zijn dan in de humane geneeskunde, dat men daardoor meer ervaring heeft in de bestrijdingsstrategieën, dat er meer antiparasitaire middelen ter beschikking zijn en daardoor meer aandacht van de industrie voor deze middelen. Zo stelde hij voor om te testen of de invloed van een parasiet op melkproductie van vrouwen kan gemeten worden via het antistoffengehalte tegen de parasiet, een methode die in de rundveesector al goed ingeburgerd is.
Beeld: Meetjeslandse Dierenartsen Vereniging