"Meer dan 30 formulieren invullen bij bedrijfsovername"
nieuwsGroene Kring, de beweging van jonge land- en tuinbouwers van Boerenbond, bezocht samen met federaal minister voor Ondernemen en Vereenvoudiging Vincent Van Quickenborne een aantal landbouwbedrijven in West-Vlaanderen. Hiermee wilde Groene Kring duidelijk maken met welke grote administratieve rompslomp een landbouwer geconfronteerd wordt.
Op de Beauvoordse Walhoeve, het gemengd landbouwbedrijf van de familie Deeren, werd Van Quickenborne meteen met de neus op de papierberg gedrukt. “Om een bedrijf over te nemen, moet een landbouwer maar liefst 30 formulieren invullen”, zegt Leen Schrevens, nationaal voorzitter van de jongerenorganisatie. “Dat staat in schril contrast met wat de minister op zijn website beweert: wie in België een bedrijf wil starten, kan dat doen in vier dagen”.
Volgens Schrevens is het aantal keren dat dezelfde gegevens moeten doorgegeven worden aan verschillende instanties, vaak binnen dezelfde overheidsdienst, absurd. “Bovendien is het kostenplaatje ook niet gering”. Als oplossing ziet Groene Kring heil in de oprichting van gespecialiseerde overnameloketten voor de landbouwsector.
Van Quickenborne zag in dat de jonge land- en tuinbouwers het niet makkelijk hebben bij een bedrijfsovername. Anderzijds vindt hij het logisch dat de overheid controle wil uitoefenen op de sector gezien de grote hoeveelheid steun en premies die krijgt. “Ook omdat milieu- en voedselveiligheidsnormen hoog liggen, zal de landbouw ook altijd wat meer gereglementeerd worden dan andere sectoren”, stelt hij.
De minister van Ondernemen en Administratieve Vereenvoudiging ziet wel een oplossing voor de jonge boeren die een bedrijf willen overnemen. “Volgens mij moet de Kruispuntenbank voor Ondernemingen een belangrijke rol gaan spelen. Het is daar dat de Vlaamse administratie haar informatie moet opvragen, niet bij de landbouwers. Ook moet de Kruispuntenbank alle vergunningen afleveren. Maar het belangrijkste is dat de Vlaamse en de federale overheid beter samenwerken”, aldus Van Quickenborne.
Na het bezoek aan het bedrijf van de familie Deeren vertrok de bus richting Staden. Tijdens die busrit maakte voorzitter Leen Schrevens van de gelegenheid gebruik om thema’s als fiscaliteit, prijsvorming en kredieten aan te kaarten met de minister. “Als Groene Kring zijn we erg tevreden met de fiscale maatregelen die getroffen zijn voor de aanslagjaren 2008, 2009 en 2010. Wij vinden dat het voor de hand ligt dat steun die naar de landbouwers gaat, niet terugvloeit naar de belastingen”.
De minister steunde die analyse, maar hij benadrukte dat niet hij daarover beslist, maar Europa. “Voor de drie jaren na 2010 zal de aanvraag voor deze fiscale maatregel opnieuw bij de Europese Unie worden ingediend en daar wordt de beslissing genomen”, aldus Van Quickenborne.
Verder ging het tijdens de busrit ook over de prijsvorming voor landbouwproducten. “Transparantie in de prijs en in de prijsvorming is zeer belangrijk. Alleen dan kunnen we onze Vlaamse landbouw vergelijken met die van andere Europese landen”, zegt Schrevens. Volgens haar is het ook zeer moeilijk om als landbouwer sterk te staan tegen afnemers. Groene Kring vraagt daarom de invoering van interprofessionele akkoorden. Van Quickenborne is van oordeel dat er zeker aandacht moet komen voor de asymmetrische concurrentiepositie van de landbouwsector. Hij wil België hier een belangrijke rol laten spelen tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap dat in juli aanvat.
Het tweede landbouwbedrijf dat werd bezocht, was het witloof- en aardbeienbedrijf van de familie Lefevere in Staden. Daar ging het gesprek vooral over sociale thema’s in verband met seizoensarbeiders: de 100-dagenregeling in de witloofsector, Dimona, de plukkaarten en huisvesting van seizoensarbeiders.
Minister Van Quickborne beloofde werk te maken van een meer gebruiksvriendelijke Dimona-aangifte. Ook wil hij bekijken of de plukkaarten kunnen afgeschaft worden. “Bij een bezoek aan de leef- en slaapruimte van de seizoensarbeiders was de minister duidelijk onder de indruk. Volgens hem zijn de normen die worden opgelegd aan land- en tuinbouwer strenger dan die voor bijvoorbeeld studentenkoten”, aldus Leen Schrevens.
Bron: Eigen verslaggeving/Belga