MAPman wijst op belang van goede bodemstructuur
nieuwsIn het kader van de MAPman-campagne wil de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) het belang van een goede bodemstructuur in de kijker zetten. Een goede bodemstructuur geeft de plantenwortels alle kansen om water en nutriënten op te nemen, terwijl structuurbederf zorgt voor groeiachterstand en opbrengstderving waardoor nutriënten onvoldoende worden benut of verloren gaan. “Houd daarom het organische stofgehalte op peil, betreed de grond alleen als die voldoende droog is en vermijd zware druk op de bodem”, luidt het advies van ‘MAPman’, een cartoonfiguur die een brede sensibiliseringscampagne rond bemesting ondersteunt.
Tijdens het natte voorjaar van 2016 werd op heel wat percelen duidelijk dat de groei van gewassen erg ongelijk verliep. “Op laag gelegen percelen waren opbrengstverliezen sowieso moeilijk te vermijden, maar een ongelijke groei op één perceel of tussen nabijgelegen percelen was opmerkelijk en vaak te wijten aan een verschil in bodemstructuur”, zeggen Greet Ruysschaert van ILVO, Joost Salomez van ALBON en Eva Maddens van Inagro. Een optimale opbrengst is dus niet alleen een zaak van de juiste bemestingsdosis, een landbouwer moet ook oog hebben voor de opbouw en het behoud van een goede bodemkwaliteit, waarbij zowel chemische, fysische als biologische aspecten van belang zijn.
Een slechte bodemstructuur of bodemverdichting komt op verschillende manieren tot uiting. In natte periodes blijft het water gemakkelijk op de bodem staan zodat het niet kan doorsijpelen naar diepere lagen. Dat zorgt voor een zuurstofarme bouwvoor die de wortelontwikkeling hindert en de nutriëntenopname beperkt. Bij droogte laat een verdichte bodem niet toe dat water uit diepere lagen kan opstijgen. Bovendien beperkt die de wortelgroei, zodat ze maar een beperkt deel van de bodem kunnen benutten voor het opnemen van water en nutriënten.
Zowel bij droog als nat weer leidt dat tot een achtergestelde groei, waarbij opbrengstverliezen gemakkelijk kunnen oplopen van 10 tot 50 procent. Als het gewas niet goed groeit, kunnen er ook minder nutriënten worden opgenomen en is er dus een slechtere benutting van de toegediende meststoffen. Dat leidt tot hogere nitraatstikstofresidu's na het hoofdgewas. “Meer nog, een daaropvolgende groenbedekker zal zijn rol als vanggewas ook onvoldoende kunnen vervullen. Door structuurbederf ontwikkelen de wortels zich minder en groeien de gewassen minder goed, waardoor de nitraten die zich onder de verdichte laag bevinden niet meer worden opgenomen en uitspoelen tijdens de winter”, klinkt het.
Er worden ook een aantal adviezen geformuleerd om voor een goede bodemstructuur te zorgen. Het hele jaar door voldoende organisch materiaal, zoals gewasresten, groenbedekkers of vaste dierlijke mest, op de bodem aanbrengen zal helpen. Bodemorganismen zetten organisch materiaal om naar bodemorganische stof, dé motor voor chemische, fysische en biologische bodemkwaliteit. Organische stof zorgt voor een betere lucht- en waterhuishouding waardoor er minder verslemping en erosie optreedt. Vruchtafwisseling draagt ook bij tot een goede bodem, want verschillende gewassen hebben een ander bewortelingspatroon en het vermijdt ziektes.
Steeds grotere en zwaardere machines zijn een bedreiging voor de bodemstructuur en werken bodemverdichting in de hand. “Betreed het perceel alleen in voldoende droge omstandigheden. Een drogere bodem heeft immers meer draagkracht. Als dat niet lukt, probeer het veld dan alleen te betreden waar het echt nodig is en stel de bandenspanning zo laag mogelijk af. Gebruik bij voorkeur lichtere machines en zorg voor een verdeling van de last over meerdere wielen. Of gebruik banden met een groot volume die je op lage druk kan zetten”, zeggen de bodemspecialisten.
Wanneer er toch bodemverdichting is opgetreden, zijn er twee mogelijkheden. Als het om oppervlakkige verdichting gaat, zijn er een aantal trucs om dit om te keren. “Bijvoorbeeld door de populatie diepgravende regenwormen te stimuleren. Die boren zich immers door de verdichte lagen en maken zo de bodem eronder toegankelijk voor plantenwortels. Een diepgravende regenworm aan het werk zetten, doe je door stalmest toe te dienen, regelmatig gewasresten achter te laten aan het oppervlak en ingrijpende bodembewerkingen (diep en kerend) achterwege te laten. Ook kun je diepwortelende gewassen zoals bladrammenas zaaien om verdichte bodemlagen te perforeren”, luidt het.
Diepere verdichting opheffen is minder evident. Dan moet er mechanisch ingegrepen worden, maar dat is een delicate zaak en daarom alleen aangewezen bij duidelijke problemen met de waterhuishouding, een sterk belemmerde wortelgroei en opbrengstderving. “De diepere bewerking moet onder de juiste omstandigheden gebeuren: zeker niet te nat en niet dieper dan nodig. Die bewerking hoeft ook niet uitgevoerd te worden over het hele perceel. Een losse grond is immers heel gevoelig voor verdichting. Als je de grond diep hebt bewerkt, berijd je hem de eerste jaren nadien het best onder voldoende droge omstandigheden en slechts op lage druk. Een diepwortelend (vang)gewas kan de losgemaakte grond terug stabiliseren en de stikstof opnemen die vrijkomt door het beluchten van de bodem”, aldus nog Ruysschaert, Salomez en Maddens.
Bron: |
In samenwerking met: VLM