MAP5 nog niet zichtbaar in cijfers mestverwerking
nieuwsIn 2015 hebben 118 mestverwerkingsinstallaties samen 40,5 miljoen kilogram stikstof uit dierlijke mest verwerkt en geëxporteerd, een lichte stijging van drie procent in vergelijking met 2014. Dat blijkt uit de jaarlijkse enquête van het Vlaamse Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM). Voor het eerst wordt de kaap van de 40 miljoen kg stikstof gerond. Effecten van het nieuwe MAP zijn nog niet zichtbaar. “Maar gezien de strengere bemestingsnormen pas na de voorjaarsbemesting 2015 in voege zijn gegaan, en de uitzonderlijk natte weersomstandigheden in 2016, wordt verwacht dat in 2016 opnieuw meer mest zal verwerkt worden”, zo klinkt het.
Elk jaar bevraagt het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) de mestverwerkingssector over de stand van zaken en evoluties in de mestverwerking in Vlaanderen. Uit de resultaten van de bevraging over het jaar 2015 blijkt dat er bijna 40,5 miljoen kg stikstof uit dierlijke mest – inclusief export – werd verwerkt in Vlaanderen. Dat is een lichte stijging (+3%), zeker vergeleken met de sterke stijging in 2014 (+13%). Het grootste gedeelte (49%) van de stikstofverwerking werd gerealiseerd door de verwerking en export van varkensmest (in totaal 20 miljoen kg N), gevolgd door de verwerking en export van pluimveemest (in totaal 15 miljoen kg N).
Hoe is het met de verwerkingscapaciteit gesteld? Naast een lichte stijging van de operationele verwerkingscapaciteit (+3%) valt er een kleine stijging van de gebouwde capaciteit te noteren (+1%). De vrije capaciteit blijft net als vorig jaar 23 procent, waarbij het grootste aandeel vrije capaciteit zich in de provincie West-Vlaanderen bevindt. Van de mestverwerkers geeft 14 procent aan dat de vrije capaciteit van hun installatie te wijten is aan onvoldoende aanbod van mest. Zonder de geïmporteerde mest zou er zelfs een vrije capaciteit zijn van 31 procent. In 2015 is er één nieuwe installatie opgestart (biologie) en was er één faillissement. In 2016 wordt de opstart van één nieuwe installatie verwacht.
In 2013 bleek de export van ruwe varkensmest naar Nederland sterk gestegen te zijn (+51%), gevolgd door een minder sterke, maar blijvende stijging in 2014 (+6%). In 2015 is die export naar Nederland met 5.807 ton gedaald. Door de daling van de N-inhoud van geëxporteerde varkensmest naar Nederland in 2015 is deze daling vooral merkbaar in kg N (daling van 20%). De export van ruwe pluimveemest is met 31 procent gestegen ten opzichte van 2014 (+ 1,6 miljoen kg N); uitgedrukt in tonnages is er een stijging van negen procent waar te nemen.
Frankrijk blijft nog steeds de belangrijkste exportbestemming voor Vlaamse mestproducten. Het gaat daarbij hoofdzakelijk over biothermisch gedroogde mest, gevolgd door bekalkte mest. De export richting Duitsland is iets gedaald van 3 procent naar 1 procent ten opzichte van de totale tonnages geëxporteerde verwerkte mestproducten. De export naar Nederland is dan weer licht gestegen, van 35 naar 40 procent. Dat komt voornamelijk door een stijging van de export van champignonsubstraat. De export naar andere landen binnen of buiten Europa blijft stabiel. In dat kader laat VCM ook weten in de toekomst meer in te zullen zetten op de verkenning van nieuwe afzetmarkten voor Vlaamse mestproducten.
Meer info: VCM