Maand van de waarheid breekt aan voor Doha-ronde
nieuwsDe G4 moet een doorbraak bereiken over zowel de liberalisering van de handel in landbouwproducten als de liberalisering van de handel in industriële goederen. Europa moet vooral zijn invoertarieven voor landbouwproducten verlagen, de VS moet minder subsidies geven aan de eigen boeren, en India en Brazilië moeten hun invoerrechten op industriële goederen verlagen.
Een akkoord van de G4 wordt algemeen beschouwd als cruciaal om voor de zomervakantie een algemeen principeakkoord te bereiken over alle thema's met alle WTO-lidstaten. Op die manier rest net genoeg tijd om een volledig akkoord juridisch uit te schrijven voor het einde van dit jaar. Als die deadline niet gehaald wordt, komen de onderhandelingen in de strijd om het Amerikaanse presidentschap terecht.
De Doha-ronde, opgestart in de Qatarese hoofdstad eind 2001 na een mislukking in Seattle, heeft al vele deadlines laten verstrijken, maar nu is het iedereen menens. Zonder doorbraak deze maand is er zoveel uitstel dat de onderhandelingen totaal moeten herzien worden. Onder meer in Europese en Braziliaanse kringen is te horen dat de slaagkansen reëel zijn. Wel mag worden aangenomen dat het resultaat minder ambitieus zal zijn dan gepland. Toch blijft de Doharonde de meest ambitieuze liberaliseringsronde ooit.
Op de G8-top volgende week zullen de leiders van de rijkste landen hun engagement voor het welslagen van de Doharonde herhalen. Toch worden daar geen onderhandelingen verwacht. Die onderhandelingen zijn voor het grootste deel zeer technisch. In Europa ligt vooral Frankrijk dwars, omdat de boeren te veel concurrentie zouden ondervinden uit landen als de VS of Brazilië na de noodzakelijke verlaging van de invoertaksen. Ook de Europese textielindustrie protesteert. De verlaging van de invoertarieven voor industriële goederen zou groter zijn in rijke landen. Daardoor zou de sector nog meer verdwijnen uit Europa.(KS)
Bron: De Tijd</i>