Landbouw op het Britse eiland
duidingEr beweegt wat in het ruige noorden van Groot-Brittannië. Op donderdag 18 september trekt naar schatting meer dan 80 procent van de Schotten naar de stembus voor een historisch referendum. Moet Schotland een onafhankelijk land worden, zo luidt de ronkende vraag. In de marge van het jaarlijkse wereldcongres voor landbouwjournalisten trokken we vanuit de Europese oliehoofdstad Aberdeen het onherbergzame hoogland in, op zoek naar antwoorden. Hoe nuchter kijkt een Schotse boer naar de toekomst?
De hele wereld kijkt naar Schotland. Over enkele dagen beslissen iets meer dan vijf miljoen Schotten over het lot van het Verenigd Koninkrijk, waar Schotland al sinds 1707 deel van uitmaakt. Blijven de Schotten trouw aan het centrale gezag in Londen of kiezen ze voor de grote stap in het onbekende? De noordelijkste der Britten hebben een lange geschiedenis van nationalistische opflakkeringen (wie herinnert zich William Wallace?) versus bondgenootschap met het steevast machtigere Engeland. Sinds 1999 beschikken de Schotten over hun eigen parlement, dat Schotse wetten stemt over onderwijs, gezondheidszorg, justitie en ook landbouw. Over onder meer buitenlandse zaken en defensie wordt in Westminster beslist.
Wat betekent onafhankelijkheid voor het Schotse platteland? Schuilt er een patriot in de Schotse boer? En wat zijn de economische gevolgen van een eventuele afscheuring? In wat volgt zetten we enkele voor- en tegenstanders tegenover elkaar, maar niet zonder een snelle kennismaking met de Schotse landbouwsector. Schotland telt ongeveer 22.000 landbouwbedrijven, goed voor een totale tewerkstelling van 65.000 boeren. Voor de hele agrovoedingsindustrie zijn dat er ongeveer drie- à viermaal zoveel. Op het dunbevolkte platteland werkt in sommige streken 10 tot 15 procent in de landbouw.
"Schotten houden van de zomer, het is de mooiste dag van het jaar", zo klinkt een klassieke mop onder Schotse taxichauffeurs. Een tikkeltje overdreven, maar wat wel klopt: wie het Schotse hoogland wil verkennen heeft een stevige regenjas nodig, en een paraplu die bestand is tegen de verraderlijke wind. Gemiddeld kan er tot 250 dagen per jaar neerslag vallen, waarvan 100 dagen in de vorm van sneeuw. Op de natste plekken valt jaarlijks makkelijk 3.000 millimeter neerslag. Ter vergelijking: in Vlaanderen ligt het jaarlijks neerslaggemiddelde tussen de 750 en 850 millimeter.

Straffe boeren
Dat de Schotse boeren hun bloeiende landbouwsector niet zomaar cadeau hebben gekregen, bewijst het volgende cijfer: zowat 85 procent van de 5,6 miljoen hectare landbouwgrond staat geregistreerd als 'minder gunstige landbouwgrond', waarvan een deel zelfs 'ernstig benadeeld'. Een cijfer dat ook verklaart waarom het gemiddelde Schotse landbouwbedrijf met 176 hectare meer dan vier keer groter is dan het Europees gemiddelde: een Schot boert overwegend extensief, omdat de omstandigheden niets anders toelaten. Met uitzondering van de oostkust, waar in de lager gelegen gebieden een brede variëteit aan gewassen wordt geteeld.
Een verhelderend woordje uitleg krijgen we van Nigel Miller, de huidige voorzitter van de National Farmers Union (NFU) die samen met z’n twee zonen een 550 hectare-grote boerderij bestiert: "Je kan de Europese landbouwgrond onderverdelen in verschillende categorieën, al naargelang de bodemsoort, de ondergrond, de ligging, enzovoort. De eerste categorie is geweldig – denk aan de prachtige grond in België, Duitsland of Frankrijk", zegt hij wijzend naar een grote ingekleurde kaart van Europa. "Wel, jullie hebben geluk, want met de Schotse grond valt niet veel aan te vangen. Dat we er toch nog in slagen iets te produceren, bewijst hoe ongelooflijk straf onze boeren zijn", knipoogt hij.

Toen de Schotse scheepvaartindustrie in de achttiende eeuw aan een steile opmars begon en de motor van de geïndustrialiseerde Britse economie op toerental kwam, steeg de vraag naar hout exponentieel en zijn de Schotten massaal bos beginnen kappen. Wat eens een quasi eindeloos uitgestrekt, golvend bomenlandschap was, werd door de boskap en de introductie van grootschalige schapenboerderijen in de negentiende eeuw herleid tot een verhakkeld landschap waar grasland en graanvelden van elkaar gescheiden worden door heggen en stenen muurtjes.
Een kwart van de Schotse landbouwers is pachtboer, ongeveer driekwart bewerkt zijn eigen land. In het noorden en westen van het land, gebieden waar de arme grond boeren weinig andere keuze laat dan extensieve veeteelt, wordt er geboerd volgens een traditioneel Schots landbouwsysteem: crofting. Croft-boeren of crofters bezitten of pachten een klein stuk land dat niet groter is dan vijf hectare. Hun schapen of runderen grazen op uitgestrekt grasland dat eigendom is van een buurtschap of een dorpsbestuur en wordt gebruikt door alle naburige crofters.
Zwarte trots
Hoe ziet die veeteelt er precies uit? Wollig. Er is geen enkele landbouwactiviteit die zo goed bij het Schotse weer past als schapenhouderij. Geen verrassing dus dat Dolly, het eerste gekloonde zoogdier ooit, een Schots paspoort had. In Schotland vind je dan ook meer schapen dan mensen: 6,57 miljoen stuks in 2013, verdeeld over ongeveer 14.800 boerderijen. Meer dan een kwart van de Europese schapenstapel huppelt over Britse velden. Zowat de helft van alle Schotse boeren houdt schapen, goed voor een gemiddelde van 206 ooien per boerderij. Kuddes van meer dan duizend ooien zijn geen uitzondering.
Ook te vinden op ongeveer 50 procent van alle Schotse boerderijen: vleesvee. Schotland huisvest 400.000 zoogkoeien, of 24 procent van de Britse en 8 procent van de Europese zoogkoeienstapel. Schots rundvlees kreeg twintig jaar geleden een Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) en profileerde zich sindsdien als een uitgesproken premiummerk. Oer-Schotse rassen als de Aberdeen Angus – zwarte, nationale trots op vier poten –, de Beef Shorthorn en de Highland-koe begrazen nog steeds de Schotse hooglanden, al hebben ze sinds de jaren 70 stevige concurrentie gekregen van continentale rassen als Limousin, Charolais en Simmental.

Het Verenigd Koninkrijk mag dan wel de derde plaats bekleden in de Europese melkveeranglijst, Schotland draagt daar slechts tien procent aan bij. Melkveebedrijven vind je vooral in het zuidwesten, waar het grasseizoen wat langer duurt en de winters iets milder zijn. Schapen en koeien heersen in Schotland, zoveel is duidelijk: naar een varkensstal is het even zoeken als je het platteland doorkruist. Het meeste kans maak je in de regio rond Aberdeen, waar een honderdtal varkensboeren gevestigd zijn. Wat pluimvee betreft, blijft de teller deze dagen steken op 15 miljoen pluimveestuks, waarvan een derde legkippen.
Schotland telt tenslotte ongeveer 400 toegewijde aardappeltelers die in 2013 op 29.109 hectare aardappelen pootten – iets minder dan de helft daarvan is veredeling. De exportwaarde van de Schotse aardappelen bedroeg vorig jaar 125 miljoen euro, waarvan het leeuwendeel naar Egypte verscheept wordt. Maar hét akkergewas bij uitstek is uiteraard zomergerst, de grondstof voor ‘s lands belangrijkste exportproduct: whisky. Van de 459.000 hectare graan die vorig jaar zijn ingezaaid, was liefst 320.000 hectare gerst. En ongeveer twee derde daarvan belandt na de oogst in één van de 72 Schotse whiskystokerijen.
Het whiskymodel
"Die whisky is trouwens meer dan onze exportmotor; het is een voorbeeld voor de rest van onze voedingsindustrie." Aan het woord is James Withers, voorzitter van sectorfederatie Scotland Food & Drink. "Op basis van een lokaal geteeld landbouwgewas creëren we een kwalitatief hoogstaand en vooral ook authentiek product met een hoge toegevoegde waarde." Elke seconde worden 40 flessen whisky verscheept naar meer dan 150 landen, goed voor een totale exportwaarde van een duizelingwekkende 5,4 miljard euro. "Onze rundvleessector volgt dezelfde tactiek: inzetten op premium. Er is altijd meer vraag naar Black Angus-vlees dan we kunnen produceren, wat de boeren een hele mooie vleesprijs oplevert."
Withers verwijst daarbij naar de nauwe samenwerking met de overheid: "De rol van de Schotse overheid kan nauwelijks overschat worden. Ik denk aan marktverkenning, onderzoek en innovatie, maar ook aan de vlotte communicatie met de sector. Je mag niet vergeten er in het Schots parlement heel wat (ex-)boeren zitten: na advocaten vormen zij de grootste groep!" Dat legt de voedingssector geen windeieren: tussen 2007 en 2012 is de Schotse voedingsexport met 50 procent gestegen. "En dat is een groei met de rem op", voegt Withers daar aan toe. "Zo kunnen we jaarlijks niet meer vangen dan de door Europa voorgeschreven 350.000 ton vis en schaaldieren, goed voor een waarde van 586 miljoen euro en ongeveer 20 procent van de Europese visvangst."

Maar hoe zit het met die voedingssector als Schotland vrijdag ontwaakt als onafhankelijke staat? "Wat voor whisky geldt, geldt eigenlijk voor onze hele landbouwsector", zegt NFU-voorzitter Miller: "We zijn sterk exportgericht. Pittig detail in de marge van het onafhankelijkheidsdebat: "Engeland is veel minder afhankelijk van Schotland dan omgekeerd." Eerste minister Alex Salmond, de man die destijds het vuur aan de lont stak en een referendum afdwong, garandeert de Schotten dat ze met de Britse pond zullen kunnen blijven betalen, maar dat is volgens economen lang niet zeker. En een munteenheid gebruiken waarover je zelf geen monetaire macht hebt?
Die onzekerheid knaagt bij de Schotse boeren: "Boeren zijn in de eerste plaats ondernemers", zegt Jim Hair, een veehouder uit Brechin. "Welke ondernemer tekent een deal zonder de details te kennen? Welke boer verkoopt zijn graan tegen een onbekende prijs of zonder te weten met welke munt hij zal uitbetaald worden? Waarom zouden we dat risico nemen?" Eenzelfde geluid is te horen bij een gelegenheidscomité van ex-NFU-voorzitters die vinden dat onafhankelijkheid een al te hachelijk avontuur is. "Waarom niet tekenen voor het beste van twee werelden?"
Europese vetpotten
Met het beste van die twee werelden verwijst de NFU-delegatie naar de handel met Engeland, én naar de Europese landbouwsubsidies die de Schotse landbouwsector overeind houden. "70 procent van ons rundvlees wordt verkocht binnen de VK", betoogt oud-voorzitter Ian Grant. "Willen we plots buitenlandse handelspartners worden voor een markt die zo belangrijk voor ons is? Er is een oud Schots boerengezegde dat luidt: geen reden om iets te repareren als het niet kapot is. Je gaat me niet horen zeggen dat alles vandaag perfect loopt, maar een stem voor onafhankelijkheid lijkt me te drastisch."
Volgens Richard Lockhead, Schots landbouwminister en lid van de Scottish National Party (SNP) van premier Salmond, opent onafhankelijkheid nochtans heel wat perspectieven voor het Schotse platteland. "De Britse regering kijkt niet om naar onze boeren. De onderhandelingen over het nieuwe Europese landbouwbeleid (GLB) hebben bewezen dat Groot-Brittannië de Schotse boeren telkens weer in de kou laat staan". Lockhead verwijst daarmee onder meer naar recente onenigheid die ontstond nadat Westminster besliste 220 miljoen euro Europese subsidies die in principe bestemd waren om de Schotse inkomenssteun, die lager is dan het Europese gemiddelde, te compenseren, te verdelen onder alle VK-landen.

"Als volwaardig en zelfstandig lid van de Europese Unie kunnen we onze eigen belangen verdedigen", vult John Ross, een andere oud-vooriztter van de NFU, aan. "Schotse boeren kunnen het zich niet permitteren afhankelijk te zijn van een Europese delegatie die hun belangen niet ten volle verdedigt." Ook volgens John Cameron, een andere oud-voorzitter van de NFU en voorzitter van het IFAJ-congres (International Federation of Agricultural Journalists), is de Schotse landbouw té verschillend voor een gemeenschappelijke belangenbehartiging: "Om enkele voorbeelden te geven: in Schotland is 85 procent van het landbouwareaal LFA, of minder gunstig, terwijl dat in Engeland maar 15 procent is. Bovendien is de Schotse landbouw veel afhankelijker van de veeteelt dan de Engelse. Nog een laatste cijfer: de voedings- en drankindustrie is voor de Schotse economie zes keer zo belangrijk als voor de Engelse."
Ook Steven Wylie, een akkerbouwer uit Orkney, gelooft dat voor de Schotse boeren verstandiger is om voor onafhankelijkheid te kiezen, maar om nog een andere reden: "Dat de Europese GLB-steun cruciaal is voor de Schotse landbouw, is overduidelijk. Maar wat als het referendum over de zogenaamde Brexit, een Britse uittreding uit de EU, zoals aangekondigd doorgaat in 2017 en het eurosceptische UKIP zijn populariteit verzilvert en zo Engeland uit Europa kegelt? Als wij als Schotten nu beslissen bij het Verenigd Koninkrijk te blijven om onze Europese landbouwcenten niet in gevaar te brengen, zou het met andere woorden zomaar kunnen dat we binnen drie jaar alsnog uit de Europese boot vallen. Is het dan niet verstandiger om het heft in eigen handen te nemen?"
Het volk beslist
Dat de landbouwsector donderdag in verdeelde slagorde naar de stembus trekt, is een understatement. Toch lijkt het Schots gemeenschapsgevoel op het einde van het verhaal toch sterk genoeg om de meningsverschillen te overwinnen. "Wat we ook stemmen, wat de uitkomst ook is, we kunnen het maar beter doen werken", benadrukt huidig NFU-voorzitter Miller. "Verdeeldheid kunnen we missen als kiespijn. Als je rond je kijkt in de wereld, dan besef je al snel tot wat verdeeldheid kan leiden." Wat het bij Miller zelf wordt, wil hij liever niet kwijt. "Ik geef de boer het laatste woord." Vol spanning afwachten dus welk kamp uiteindelijk de overwinning binnenhaalt – YES or NO.