nieuws

Landbouw niet op koers voor uitstootreductie, rapport wijst naar stijgende melkveestapel

nieuws

De uitstoot van broeikasgas in de Vlaamse landbouwsector is tussen 2005 en 2024 nauwelijks veranderd. Dat blijkt uit het voortgangsrapport van het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) uitgegeven door Vlaams Klimaat- en Energieagentschap VEKA. Dit plan vraagt dat de ESR (Effort Sharing Regulation)-sectoren de uitstoot van broeikasgas tegen 2030 reduceren met 40 procent, ten opzichte van 2005. Hieronder vallen landbouw, afval, gebouwen en transport, maar geen enkele sector doet het goed. “De sterke daling van de voorbije jaren was voor een stuk het gevolg van tijdelijke omstandigheden. Sinds 2022 stagneert de uitstoot, en het voorlopige cijfer voor 2025 wijst op een beperkte stijging van de emissies”, aldus het rapport. Dit wordt grotendeels toegeschreven aan de melkveestapel. Onze CO2-uitstoot per liter melk is fors gedaald, maar de melkveestapel is toegenomen.

Vandaag  – Laatst bijgewerkt om 17:26 Ruben De Keyzer
melkkoe

Met 7,3 Megaton CO2-equivalent (CO2-eq) in 2024 is de landbouwsector goed voor een vijfde van de ESR-uitstoot. Dat niveau is sinds 2005 nauwelijks veranderd. De niet-energetische emissies, waaronder methaan en lachgas, schommelen al 20 jaar rond eenzelfde niveau. Zulke emissies zijn goed voor ongeveer 70 procent van het totaal binnen de sector. De energetische emissies van landbouw komende uit brandstof en verwarming, zijn rond 2022 tijdelijk gedaald vanwege de energiecrisis. In recente jaren zitten ze weer op de oude niveaus.

Totale broeikasgasemissies in Vlaanderen 1990-2024 (Mton CO2-eq), VEKP

De landbouwsector moet de emissies dus nog doen dalen met 1,7 Mton CO2-eq om de sectordoelstelling van 5,6 Mton CO2-eq te behalen, gemiddeld 0,3 Mton CO2-eq per jaar. Dit zou volgens het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap VEKA vooral langs de niet-energetische emissies moeten gebeuren. Dit heeft dus betrekking op methaanemissies (CH4) die voornamelijk afkomstig zijn uit de verteringsprocessen van herkauwers (vooral runderen) en mest.
Een ander broeikasgas is lachgas (N2O). “Zowel CH4 als N2O worden geproduceerd tijdens de productie, opslag en aanwending van mest en zijn onder meer verbonden met de omvang en aard van de veestapel en technieken die de verteringsprocessen beïnvloeden. Ook de wijze van mestopslag en bodemtoestand bij bemesten, nutriëntensamenstelling van de mest en de aanwendingsmethode kunnen een rol spelen”, meldt VEKA. De instantie benoemt de reductie van deze twee gassen als de grootste uitdaging voor de sector. In de marge noteert VEKA ook ureum- en kalkgebruik als zeer beperkte bron van CO2-emissies.

De belangrijkste energetische bronnen van broeikasgassen in de landbouw zijn fossiele brandstoffen om bijvoorbeeld serres en stalles te verwarmen, of voor het gebruik van voertuigen. Deze emissies vertoonden een dalende trend in de periode 2005- 2008, dankzij inspanningen gericht op rationeel energiegebruik en de aanwending van minder koolstof-intensieve brandstoffen in de glastuinbouw, maar sindsdien heeft hier weinig bewogen.

Evolutie broeikasgasemissies landbouwsector 2005-2024

De rol van melkvee

De aanhoudende uitstoot van methaan en lachgas schrijft VEKA toe aan het aantal melkkoeien dat is toegenomen sinds 2012. “Dit kan worden verklaard door de afschaffing van het melkquotum in 2015”, schrijft het rapport. Een individuele koe kent een hogere uitstoot dan vroeger, maar de melkproductie per koe is tussen 2005 en 2024 ook met 36 procent toegenomen. De emissies per liter melk zijn dus gedaald, wat het rapport ook erkent. Toch ziet men een toename van de emissies van spijsverteringsprocessen en mestmanagement van de melkveestapel met 48 procent.

Het aantal andere (niet-melk)runderen is gedaald met 15 procent in de periode 2005-2024. De emissies uit verteringsprocessen en mestmanagement van deze andere runderen zijn in de periode 2005- 2024 met 20 procent afgenomen. “Alles samengenomen, weegt de emissiegroei bij de melkveestapel zwaarder door dan de daling bij de andere (niet-melk)runderen: de totale rundveestapel kromp met acht procent, maar de emissies uit spijsverteringsprocessen en mestmanagement van die rundveestapel stegen met zeven procent.”

VEKA noemt de groei van de melkveehouderij op vlak van aantal dieren en productiviteit “de dominante factor” achter de stijgende emissies uit verteringsprocessen en mestmanagement in de rundveesector, ondanks een dalend totaal aantal runderen.

Afname varkensstapel zal doorwegen op uitstootreductie

De varkensstapel is in de periode 2005-2024 met 14 procent afgenomen. De effecten van de “vrijwillige stopzetting van varkensstallen” moet volgens NEKP nog duidelijk worden, maar de instantie gelooft dat dit zal maken dat de broeikasgasemissies uit de landbouwsector in de toekomst zullen dalen. “Er is een dalende trend in de varkensstapel, de verhouding vervangingsvee/melkkoeien daalt als managementmaatregel, het streefcijfer voor compostgebruik is nu al overschreden en er is aan de slag gegaan met andere maatregelen uit het convenant”, aldus De landbouwsector moet de emissies dus nog doen dalen met 1,7 Mton CO2-eq om de sectordoelstelling van 5,6 Mton CO2-eq te behalen, gemiddeld 0,3 Mton CO2-eq per jaar. Dit zou volgens VEKA vooral langs de niet-energetische emissies moeten gebeuren. Dit heeft dus betrekking op methaanemissies (CH4) die voornamelijk afkomstig zijn uit de verteringsprocessen van herkauwers (vooral runderen) en mest.
Een ander broeikasgas is lachgas (N2O). “Zowel CH4 als N2O worden geproduceerd tijdens de productie, opslag en aanwending van mest en zijn onder meer verbonden met de omvang en aard van de veestapel en technieken die de verteringsprocessen beïnvloeden. Ook de wijze van mestopslag en bodemtoestand bij bemesten, nutriëntensamenstelling van de mest en de aanwendingsmethode kunnen een rol spelen”, meldt VEKA. De instantie benoemt de reductie van deze twee gassen als de grootste uitdaging voor de sector. In de marge noteert VEKA ook ureum- en kalkgebruik als zeer beperkte bron van CO2-emissies.

De belangrijkste energetische bronnen van broeikasgassen in de landbouw zijn fossiele brandstoffen om bijvoorbeeld serres en stalles te verwarmen, of voor het gebruik van voertuigen. Deze emissies vertoonden een dalende trend in de periode 2005- 2008, dankzij inspanningen gericht op rationeel energiegebruik en de aanwending van minder koolstof-intensieve brandstoffen in de glastuinbouw, maar sindsdien heeft hier weinig bewogen.

De rol van melkvee

De aanhoudende uitstoot van methaan en lachgas schrijft VEKA toe aan het aantal melkkoeien dat is toegenomen sinds 2012. “Dit kan worden verklaard door de afschaffing van het melkquotum in 2015”, schrijft het rapport. Een individuele koe kent een hogere uitstoot dan vroeger, maar de melkproductie per koe is tussen 2005 en 2024 ook met 36 procent toegenomen. De emissies per liter melk zijn dus gedaald, wat het rapport ook erkent. Toch ziet men een toename van de emissies van spijsverteringsprocessen en mestmanagement van de melkveestapel met 48 procent.

Het aantal andere (niet-melk)runderen is gedaald met 15 procent in de periode 2005-2024. De emissies uit verteringsprocessen en mestmanagement van deze andere runderen zijn in de periode 2005- 2024 met 20 procent afgenomen. “Alles samengenomen, weegt de emissiegroei bij de melkveestapel zwaarder door dan de daling bij de andere (niet-melk)runderen: de totale rundveestapel kromp met acht procent, maar de emissies uit spijsverteringsprocessen en mestmanagement van die rundveestapel stegen met zeven procent.”

VEKA noemt de groei van de melkveehouderij op vlak van aantal dieren en productiviteit “de dominante factor” achter de stijgende emissies uit verteringsprocessen en mestmanagement in de rundveesector, ondanks een dalend totaal aantal runderen.

Afname varkensstapel zal doorwegen op uitstootreductie

De varkensstapel is in de periode 2005-2024 met 14 procent afgenomen. De effecten van de “vrijwillige stopzetting van varkensstallen” moet volgens NEKP nog duidelijk worden, maar de instantie gelooft dat dit zal maken dat de broeikasgasemissies uit de landbouwsector in de toekomst zullen dalen. “Er is een dalende trend in de varkensstapel, de verhouding vervangingsvee/melkkoeien daalt als managementmaatregel, het streefcijfer voor compostgebruik is nu al overschreden en er is aan de slag gegaan met andere maatregelen uit het convenant”, aldus VEKA.

In alle sectoren werk aan de winkel

Maar wat met de andere sectoren? In grote lijnen ziet ESR dat de uitstootdaling na de energiecrisis bij alle sectoren van tijdelijke aard waren. De emissies namen in 2024 zelfs licht toe. In de transportsector stijgt de uitstoot. Die vertegenwoordigt met 4,9 van de 9,0 Mton CO2-eq meer dan de helft van de resterende reductieopgave. De ESR-industrie en de afvalsector deden het de afgelopen jaren beter, vooral dankzij de reductie van fluorgassen in de chemische sector en in de reductie van stortgasmethaan. Maar het potentieel op deze niveaus is voor een stuk uitgeput. Verdere reducties zullen vooral moeten gebeuren via emissiebronnen die vandaag slechts een beperkte of helemaal geen neerwaartse trend tonen. Hoewel de gebouwen- en landbouwsector de laatste jaren ter plaatse trappelen, verwacht VEKA voor beide sectoren nog een licht dalende trend..

In alle sectoren werk aan de winkel

Maar wat met de andere sectoren? In grote lijnen ziet ESR dat de uitstootdaling na de energiecrisis bij alle sectoren van tijdelijke aard waren. De emissies namen in 2024 zelfs licht toe. In de transportsector stijgt de uitstoot. Die vertegenwoordigt met 4,9 van de 9,0 Mton CO2-eq meer dan de helft van de resterende reductieopgave. De ESR-industrie en de afvalsector deden het de afgelopen jaren beter, vooral dankzij de reductie van fluorgassen in de chemische sector en in de reductie van stortgasmethaan. Maar het potentieel op deze niveaus is voor een stuk uitgeput. Verdere reducties zullen vooral moeten gebeuren via emissiebronnen die vandaag slechts een beperkte of helemaal geen neerwaartse trend tonen. Hoewel de gebouwen- en landbouwsector de laatste jaren ter plaatse trappelen, verwacht VEKA. voor beide sectoren nog een licht dalende trend.

VMM-rapport: Vlaamse natuur op goede weg qua verzuring, stikstof blijft uitdaging
Uitgelicht
De doelstellingen rond vermesting zijn nog niet bereikt binnen het Vlaamse Luchtbeleidsplan. Dat blijkt uit een analyse van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Voor de vijf e...
4 oktober 2026 Lees meer

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek