Koerst EU af op hernationalisering landbouwbeleid?
nieuwsUit de publieksraadpleging over het landbouwbeleid die de Europese Commissie dit voorjaar organiseerde, valt op te maken dat het behoud van een sterk gemeenschappelijk landbouwbeleid op het niveau van de EU brede steun krijgt. De Commissie wil dus zeker niet de eerste aanzet geven tot een hernationalisering van het landbouwbeleid. Toch verwijst Hogan in zijn beleidsvoorstel naar het subsidiariteitsprincipe dat zegt dat de hogere overheid zich niet moet inlaten met iets dat een lagere overheidsinstantie kan afhandelen. Hoe rijmt Hogan de meerwaarde die hij zelf ziet in een gemeenschappelijk beleid met de invulling ervan steeds meer overlaten aan de lidstaten? “One size does not fit all”, luidt het antwoord, en bijgevolg stelt de Commissie zich erg pragmatisch op.
De meerwaarde van de EU heeft bij het schrijven van het voorstel van landbouwbeleid voor de periode na 2020 nooit ter discussie gestaan. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) blijft één van de meest vooraanstaande beleidsdomeinen van de EU. Veel deelnemers aan de publieksraadpleging over het Europese landbouwbeleid waren sterk overtuigd van de meerwaarde van een beleid op EU-niveau. Dit zorgt namelijk voor een gelijk speelveld binnen de eengemaakte markt.
Ook werd door de respondenten het idee breed gedeeld dat landbouw alleen met een gemeenschappelijke benadering doeltreffend kan inspelen op gedeelde uitdagingen zoals milieubescherming en klimaatactie. Ook de noodzaak om economische, sociale en territoriale cohesie in de EU te behouden en de behoefte aan een gemeenschappelijk kader voor het delen van beste praktijken kwamen geregeld ter sprake.
Het toekomstige GLB zal gemeenschappelijke doelstellingen en een gemeenschappelijke reeks maatregelen ter verwezenlijking van die doelstellingen hebben. Uit deze gemeenschappelijke reeks maatregelen zullen de lidstaten, hetzij op nationaal of op regionaal niveau, hun preferentiële opties kunnen kiezen om de door Europa geformuleerde doelstellingen te halen. De overgang van een ‘one size fits all’-benadering naar een aanpak op maat houdt in dat de EU-vereisten tot een strikt minimum zullen worden beperkt.
De beoordeling van de daadwerkelijke behoeften op het terrein zullen door de lidstaten worden meegedeeld en in een op EU-niveau vastgesteld strategisch plan voor het GLB worden meegenomen. “Wij willen een vertrouwenspact met onze plattelandsgebieden en onze landbouwers sluiten”, klinkt het vanuit het kantoor van landbouwcommissaris Phil Hogan in Brussel. Een blind vertrouwen is dat niet want de Europese Commissie zal de nationale of regionale actieplannen streng bewaken.
De beoogde resultaten van alle regionale en nationale actieplannen moeten samengeteld in lijn liggen met de doelstellingen van de EU en de klimaat- en energiestreefcijfers van de lidstaten. “Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat er in de verschillende lidstaten een gemeenschappelijke benadering gevolgd wordt bij de verwezenlijking van de milieu- en klimaatdoelstellingen. Meer ambitie is de enige levensvatbare beleidsoptie in dat opzicht”, aldus de Europese Commissie.
Waarom zou een Italiaanse landbouwer met dezelfde milieueisen worden geconfronteerd als een Finse landbouwer, hoewel ze in zeer uiteenlopende omstandigheden landbouw bedrijven? Meer dan bij alle vorige beleidshervormingen toont dit GLB-voorstel begrip voor die verzuchting. Niet alles en iedereen kan over één kam geschoren worden. Wat zijn de lokale omstandigheden waarin landbouwers werken? Naargelang de regio in de EU kunnen het productiepotentieel van de landbouw, de milieuvoorwaarden en de sociaaleconomische omstandigheden op het platteland sterk variëren. “Het gaat erom onze diversiteit te omarmen in plaats van te proberen één model op te leggen”, zo staat te lezen in de nieuwe beleidstekst.
Je kan zoveel oog hebben voor de diversiteit in de landbouw en op het platteland dat de gelijke behandeling van de begunstigden van het landbouwbeleid er onder gaat lijden. Dat is niet de bedoeling want het GLB-voorstel wil waarborgen dat landbouwsubsidies bij ‘echte’ – begrijp: actieve – landbouwers terechtkomen en tegelijk het gelijkheidsbeginsel in acht nemen. In dat opzicht moet het voorstel de verschillen tussen de lidstaten op het vlak van GLB-steun verder verkleinen. Bij de vorige beleidshervorming in 2014-2015 hebben landbouwers in Noordwest-Europa inkomenssteun moeten inleveren zodat hun collega’s uit de nieuwe lidstaten een rechtvaardiger aandeel konden krijgen. Dat zit er nu opnieuw aan te komen, “al moeten de zeer uiteenlopende kosten van arbeid en grond en de verschillen in productiepotentieel in de EU worden erkend”. Op het vlak van prijsvolatiliteit, milieu en klimaat ziet de Commissie voor iedereen dezelfde uitdagingen.
Beeld: European Union, 2017