nieuws

Intensieve begeleiding van boeren bij bemesting loont

nieuws
Kleine veranderingen in de landbouwpraktijk kunnen een groot effect teweegbrengen in de nitraatconcentraties in bodem en oppervlaktewater. De aanpak van het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame bemesting (CVBB) vraagt inspanningen en tijd maar loont wel de moeite, zoals het Luikbeekproject aantoont. De Luikbeek is een project waarbij CVBB in Staden, middenin de West-Vlaamse groentestreek, land- en tuinbouwers intensief begeleidde om de uitspoeling van nutriënten naar het oppervlaktewater en het nabijgelegen MAP-meetpunt te beperken.
16 maart 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:29
Lees meer over:

Kleine veranderingen in de landbouwpraktijk kunnen een groot effect teweegbrengen in de nitraatconcentraties in bodem en oppervlaktewater. De aanpak van het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame bemesting (CVBB) vraagt inspanningen en tijd maar loont wel de moeite, zoals het Luikbeekproject aantoont. De Luikbeek is een project waarbij CVBB in Staden, middenin de West-Vlaamse groentestreek, land- en tuinbouwers intensief begeleidde om de uitspoeling van nutriënten naar het oppervlaktewater en het nabijgelegen MAP-meetpunt te beperken.

Bij vele rode MAP-meetpunten zijn de te hoge nitraatconcentraties te wijten aan uitgespoelde nitraten tijdens de winter. De stikstof die door de landbouwgewassen niet werd opgenomen, komt door de grote neerslaghoeveelheid via drainagebuizen of via natuurlijke drainage in de waterlopen terecht en beïnvloedt zo het nitraatgehalte aan het MAP-meetpunt. Met een intensieve aanpak binnen het afstroomgebied van dergelijke MAP-meetpunten wil CVBB de bemestingsstrategieën van alle betrokken landbouwers verfijnen om zo de nitraatdruk te verminderen.

Eind 2014 liep het project rond de Luikbeek teneinde, een schoolvoorbeeld van een intensieve aanpak gedurende drie jaren. In 2012 werden 86 percelen van land- en tuinbouwers in Staden opgevolgd, goed voor 106 hectare. Hierbij werd vooral ingezet op het inventariseren van de pijnpunten binnen het gebied. Verder maakte CVBB kennis met de landbouwers en kwam er een vertrouwensband tot stand. In 2013 verschoof de focus naar de probleempercelen zodat het aantal op te volgen percelen verkleinde tot 40, nog goed voor 61 hectare. In het najaar van 2013 bleek dat heel wat telers hun bemestingspraktijk verfijnd hadden op advies van CVBB. Bij enkele percelen was verdere begeleiding wenselijk, zo werden in 2014 nog slechts 20 percelen opgevolgd (38 ha).

Het resultaat van de begeleiding door CVBB laat zich aflezen in het nitraatresidu. In het najaar van 2012 schommelde het restant aan stikstof in de bouwvoor tussen 30 en 481 kilo stikstof per hectare. In het najaar van 2013 was reeds een daling waarneembaar, het hoogste residu was ‘slechts‘ 380 kilo stikstof per hectare. Deze trend zette zich verder in 2014, waar CVBB maximaal 240 kilo stikstof per hectare mat. De daling van de reststikstof weerspiegelde zich ook in een dalende trend van het nitraatgehalte in het afgevoerde water in negen drainagebuizen. Dat had op zijn beurt een positieve invloed op de gemeten concentraties nitraat in het oppervlaktewater. De bijkomende meetpunten stroomopwaarts van het MAP-meetpunt geven een dalende trend weer.

Een daling van bijna 100 mg nitraat per liter water toont volgens CVBB aan dat de geleverde inspanningen ter plekke de moeite waard zijn. “Na verloop van tijd loont de intensieve aanpak die bestaat uit het aanleggen van proeven, opvolgen van teelten door middel van bodemstalen en het geven van bemestingsadviezen”, besluit algemeen CVBB-coördinator Dirk Coomans, die belooft dat deze werkwijze dit jaar verdergezet en nog uitgebreid wordt.

Beeld: Loonwerk Defour

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek