ILVO voert onderzoek naar schadelijke suzukivlieg
nieuwsHet Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) start samen met het Proefcentrum Fruitteelt een nieuw onderzoeksproject op rond de beheersing van de Aziatische fruitvlieg. Die schadelijke exoot vormt de laatste jaren een bedreiging voor onze fruitteeltsector. Fruitvliegen mogen niet verward worden met boorvliegen, en in het artikel “Fruitvliegjes zetten handelsverkeer op zijn kop” betrof de wetenschappelijke ontdekking eigenlijk een verzameling boorvliegen. Die ontdekking leidt overigens ook enkel tot een versoepelde fruithandel tussen Azië en Afrika. Invoer van Aziatisch én Afrikaans fruit naar Europa blijft onverminderd streng gecontroleerd.
Het ILVO lanceert volgende week samen met Proefcentrum Fruitteelt een vierjarig onderzoeksproject rond de geïntegreerde beheersing van de Aziatische fruitvlieg Er wordt kennis vergaard en praktisch bruikbare beheersmaatregelen onderzocht om de impact van Drosophila suzukii in onze Vlaamse fruitteelt zo minimaal mogelijk te houden. Die exoot is inmiddels aanwezig in meerdere Europese landen. In België werd ze voor het eerst ontdekt in Oostende in 2011.
De jongste jaren begint de suzukivlieg een bedreiging te vormen voor de Vlaamse fruitteelt, vooral voor alle klein- en zachtfruitteelten zoals bessen en druiven en steenfruit als kersen. Met haar gezaagde legboor legt ze eitjes in gezond onrijp of afrijpend fruit (al tijdens de teelt). Door haar grote vruchtbaarheid en korte generatieduur kan ze in korte tijd explosief vermeerderen. Elke vrucht met een dunne schil, zowel gecultiveerd als wild, komt als waardplant in aanmerking.
De meest bekende soort fruitvlieg, de inheemse Drosophila melanogaster is weliswaar onschadelijk. De larven van deze soort zijn nuttig en spelen samen met de larven van veel andere Drosophilidae een opruimersrol. Ze helpen allerhande (overrijp) organisch materiaal af te breken.
Klassieke fruitvliegen behoren tot de familie van de Drosophilidae, en mogen dus niet verward worden met boorvliegen die tot de familie van de Tephritidae behoren. In het artikel “Fruitvliegjes zetten handelsverkeer op zijn kop”, hadden we het door een vertalingsverwarring foutief over de fruitvlieg, terwijl de ontdekking boorvliegen betrof.
De oosterse, Filippijnse, invasieve en de Aziatische papaya boorvlieg staan al langer vermeld als een “complex” van niet-Europese boorvliegen, namelijk als het “Bactrocera dorsalis complex”, op de EPPO A1 lijst. Die lijst bevat insecten die “niet voorkomen in EU-gebied en moeten worden geweerd”. Quarantaine dus. In de Belgische wetgeving is de Europese lijst overgenomen via het KB van 10 augustus 2005.
De controlemaatregelen aan de Europese en Belgische grenzen tegen de bedoelde boorvliegen blijven dus overeind. Regelmatig worden in het kader van importcontroles door het FAVV op allerhande fruitsoorten, waaronder mango, schadesymptomen vastgesteld. Verdachte stalen waarin de detectie en identificatie van de verdachte boorvliegen (of hun eitjes of larven) moet gebeuren, worden door de entomologen van het ILVO diagnosecentrum voor Planten onderzocht.
Beeld: Wikimedia Commons - Phycus