"Honger is het gevolg van politieke keuzes"
nieuwsIn een interview met De Standaard toont VN-voedselrapporteur Olivier De Schutter zich bezorgd over armoede en honger in Europa. "Vijftig miljoen inwoners verkeren in een situatie van extreme materiële ontbering. Zij kunnen niet eten wat ze nodig hebben", aldus De Schutter. "Europa beschikt over voldoende voedsel. Dat mensen desondanks honger lijden, is te wijten aan de groeiende armoede en ongelijkheid."
Er wordt weer honger geleden in Europa, schrijft De Standaard. In Groot-Brittannië zijn een half miljoen mensen aangewezen op de voedselbanken. In Andalusië wil de deelregering aan de armste kinderen op school drie maaltijden per dag aanbieden. De helft van alle kinderen die op school eten, doet dat sowieso al gratis. Voor de crisis was dat slechts 20 procent. En in Griekenland zou voor één op de tien schoolkinderen fatsoenlijk eten geen zekerheid meer zijn. In totaal kunnen 50 miljoen Europeanen niet eten wat ze nodig hebben. In 2009 ging het nog om 46 miljoen mensen.
Olivier De Schutter had bij zijn aanstelling tot VN-voedselrapporteur in 2008 niet gedacht dat het hongerspook ook in Europa weer zou opduiken. "Vandaag zoeken in Griekenland kinderen naar voedsel in vuilnisbakken, of bedelen ze bij klasgenootjes om hun restjes", illustreert hij de ernst van de situatie. "Van honger sterven die armen in Europa niet. Door slechte voeding krijgen ze wel gezondheidsproblemen, waardoor ze nog verder in armoede wegzakken. "Het is een vicieuze cirkel."
De winnaar van de Belgische wetenschapsprijs Francqui wijst op de ware oorzaken van honger in Europa en elders: een gebrek aan koopkracht en sociale onrechtvaardigheid. De millenniumdoelstelling om tegen 2015 de honger in de wereld te halveren, zal niet gehaald worden. In 1990 leed 20 procent van de wereldbevolking honger. Vandaag is dat nog steeds 16 procent. Veel groter is de groep die voldoende eet, maar ondervoed is omdat hun dieet niet divers genoeg is. Maar liefst twee miljard mensen hebben chronische tekorten aan ijzer, jodium, zink en essentiële vitaminen. Jaarlijks sterven 3,5 miljoen kinderen onder de vijf jaar aan de rechtstreekse gevolgen van slechte voeding.
Zowel ondervoeding als obesitas noemt De Schutter plagen die het gevolg zijn van een landbouwpolitiek die de snelle productie van een beperkt aantal graansoorten als rijst, graan, soja en maïs heeft geprivilegieerd ten koste van een grotere diversiteit aan voedingsgewassen. Dat de voedselproductie tegen 2050 met 70 procent omhoog moet, vindt De Schutter simplistisch berekend. "Omdat het twee zaken buiten beschouwing laat: de enorme verspilling aan voedsel en de nood om ons consumptiepatroon aan te passen."
De projecties gaan uit van een onveranderde vraag, "maar als de hele wereld vlees wil eten zoals het Westen hebben we drie en een halve planeet nodig." De Schutter constateert dat het taboe om onze eigen (vlees)consumptie in vraag te stellen, doorbroken is. "We hoeven daarom vlees niet te laten. Belangrijk is dat de consument het onderscheid weet te maken tussen vlees uit de inefficiënte industriële massaproductie, gebaseerd op massale import van veevoeders uit Brazilië en Argentinië, en vlees van lokale kweek."
De Schutter vraagt om geen karikatuur te maken van het agro-ecologische model waar hij voor pleit. "Dat is geen terugkeer naar het verleden, maar de landbouw van de 21ste eeuw, die maximale opbrengst haalt uit de juiste interactie tussen planten, dieren en omgeving. Het is een meer diverse en productieve landbouw dan de monoculturen, maar ook een kleinschaliger landbouw. Wie de honger uit de wereld wil, moet op de eerste plaats de armoede uit de wereld helpen. Dat kan door meer te investeren in familiale landbouw. Hij wordt al decennia verwaarloosd, ten voordele van het industriële exportmodel."
In Brazilië bestaan de twee landbouwmodellen naast elkaar, en worden ze ook allebei ondersteund. "Het land telt zelfs twee ministeries van Landbouw, één voor de agro-indrustrie en een ander voor de familiale landbouw. Die laatste sector vult 75 tot 80 procent van de lokale voedselbehoefte in. De twee vormen van landbouw kunnen dus naast elkaar bestaan, want exportgerichte productie zal ook nodig blijven. Niet elke regio in de wereld heeft de mogelijkheid zichzelf te voeden."
Tot slot zegt De Schutter dat we kwetsbaar zijn voor een nieuwe, zware crisis omdat de prijzen volatiel blijven door de afhankelijkheid van grote monoculturen en de toenemende onvoorspelbaarheid van het klimaat. Bovendien hebben de VS maatregelen genomen om speculatie met voedsel te beperken, maar Europa volgt niet. In Europa ontbreekt het volgens de VN-rapporteur ook aan de politieke moed om toe te geven dat biobrandstoffen een vergissing waren. "Terwijl het toch schokkend is dat autobestuurders in het noorden concurreren om dezelfde grond en watervoorraden die de armen in het zuiden nodig hebben om te eten. Nogmaals, honger is geen technisch probleem. Het is een politiek en ethisch probleem."
Bron: De Standaard