Gewasbeschermingsfederatie Phytofar viert 75 jaar
nieuwsPhytofar, de Belgische Vereniging van de industrie van Gewasbeschermingsmiddelen, bestaat 75 jaar en dat werd donderdag gevierd in het Egmontpaleis in Brussel. De sector evolueerde mee met wetenschappelijke en maatschappelijke inzichten en wetgevende vereisten. Dit alles had een sterke impact op de bedrijven die actief zijn en waren in de sector, op de manier en schaal van werken en uiteraard ook op de aangeboden oplossingen voor de vele ziekten en plagen die voedselgewassen belagen. De voorbije 20 jaar halveerde het aantal beschikbare actieve stoffen op de Europese markt, de kosten per werkzame stof stegen in die periode van 152 naar 286 miljoen dollar. Per 160.000 geteste stoffen haalt er slechts één een markttoelating. Het vraagt bovendien ruim 11 jaar om die éne stof voor de eerste keer op de markt te brengen.
Bij de start van Phytofar 75 jaar geleden bestond het productportfolio van haar leden quasi uitsluitend uit biopesticiden. De tweede helft van de vorige eeuw werd gekenmerkt door een focus op chemie. Momenteel wordt sterk ingezet op innovatie in het kader van geïntegreerde gewasbescherming, waarbij belagers van teelten bestreden worden door een combinatie van biologie, chemie, mechanische methoden en vernuftige techniek.
Phytofar werd op 11 maart 1941 opgericht door vertegenwoordigers van enkele van de meest vooraanstaande chemische bedrijven in die periode. Dat de vereniging het levenslicht zag in volle oorlogstijd is niet zo verwonderlijk: de herinnering aan de voedselschaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog zat immers nog vers in het geheugen. De productie van voldoende voedsel was dan ook één van de topprioriteiten. De organisatie Phytofar leek haar nut te bewijzen want ze bleef ook na de oorlog haar taken verderzetten. Onder impuls van de naoorlogse bevolkingsgroei en de ontwikkelingen in de landbouw breidden de fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen hun activiteiten sterk uit. En Phytofar groeide mee.
Vanaf de jaren 1970 kwam de sector echter steeds meer onder vuur te liggen. In de publieke opinie ontstond de vrees dat ‘pesticiden’ schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid en het leefmilieu. Van dan af werd de wetgeving strikter, eerst op Belgisch niveau in 1975. Na 1991 nam Europa steeds vaker het voortouw en werden de regels en procedures geharmoniseerd. In 2009 werd de regelgeving grondig herzien, verruimd en geüpdatet. Zeer strikt, maar ook zeer complex.
De afgelopen decennia zetten de vereniging en haar leden zich zeer actief in om het goed gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te promoten. Getuige daarvan was de oprichting van PhytofarRecover, ondertussen omgedoopt tot AgriRecover, in 1997. Op dat moment bestond nergens ter wereld een organisatie die zich uitsluitend bezighield met het verzamelen en recupereren van de verpakkingen van de producten. Een bedreiging, namelijk milieutaksen, werd omgebogen tot een positief iets.
Ook het Phytofar Instituut, dat om de twee jaren prijzen uitreikt aan wetenschappers, landbouwers of doctorandi die werken rond duurzame landbouw, is een mooi voorbeeld van hoe de vereniging zich steeds opnieuw blijft inzetten voor innovatie en verbetering in de sector. Soms in kleine stapjes, soms met grote sprongen. Bovendien gaat maar liefst 80 procent van het jaarlijks budget van Phytofar, inclusief de ledenbijdrage aan AgriRecover, naar de ondersteuning van duurzame landbouw. Het gaat dan om inspanningen rond thema’s als water, biodiversiteit, voeding en gezondheid en natuurlijke hulpbronnen. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie trekt zich uit welbegrepen eigenbelang een goed gebruik van zijn producten aan. Dat wil zeggen een gebruik met respect voor mens, dier en milieu.
In de 75 jaar waarin Phytofar reeds actief was, heeft de vereniging zich ingezet voor een toepasbare en op wetenschappelijke inzichten gebaseerde wetgeving. In de tussenkomsten van voorzitter Goedele Digneffe en secretaris-generaal Peter Jaeken hoor je bezorgdheid over de wetenschappelijke onderbouwing van de regelgeving inzake gewasbeschermingsmiddelen. “We hebben als sector de perceptie tegen”, geeft Digneffe toe, en die maatschappelijke argwaan voedt de politieke onrust. In plaats van de regels altijd verder aan te scherpen, vindt Phytofar dat iemand de burger duidelijk moet maken hoe streng de huidige beoordelingsprocedure reeds is. Peter Jaeken geeft het voorbeeld van de framboos, die door iedereen als een gezonde lekkernij wordt beschouwd. “Daarin zitten natuurlijke stoffen die de procedure voor gewasbeschermingsmiddelen niet zouden doorstaan”, aldus Jaeken.
In de verf zetten dat gewasbeschermingsmiddelen almaar veiliger worden voor mens en milieu kunnen de fabrikanten moeilijk zelf doen omdat zij niet geloofd zouden worden door de burger. Phytofar-voorzitter Digneffe ziet in landbouwers een goede ambassadeur voor de boodschap dat gewasbeschermingsmiddelen nodig en veilig zijn.
De sector ziet de toekomst niet somber in, maar is wel bezorgd over de huidige evoluties in het Europese beleid. Het regelgevend kader wordt almaar instabieler terwijl het ook langer duurt om een actieve stof in de markt te zetten. Daardoor wordt een nieuw product ontwikkelen een onzekere en dure aangelegenheid voor de gewasbeschermingsmiddelenindustrie. Die vreest dat ook de landbouw daarvan de gevolgen zal ondervinden: “De gereedschapskoffer van de Europese landbouwer wordt erg minimalistisch in vergelijking met die van zijn collega-concurrenten uit andere regio’s.”
Binnen Europa is België voor de fabrikanten een extra harde noot om kraken vanwege de gefragmenteerde politieke structuur. Bovendien is de binnenlandse markt voor gewasbeschermingsmiddelen relatief klein en veeleisend van de zijde van de gebruikers. De landbouwbedrijven zijn hier gespecialiseerd en de teelten erg verscheiden.
Sinds 11 maart 1941 is er voor Phytofar veel veranderd. “De komende 25 jaar zal het plaatje er niet eenvoudiger op worden”, beseft de sectorfederatie. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie is naar eigen zeggen gedreven door innovatie en vakmanschap, en engageert zich om ook in de toekomst haar kennis omtrent gewasbescherming ten dienste te stellen van haar klanten en de maatschappij.
Of het wel prettig is voor de sector dat er steeds minder chemische hulpmiddelen ingezet zullen worden bij de productie van voedsel, werd secretaris-generaal Peter Jaeken voor de voeten geworpen. Hij reageerde daarop als volgt: “We vieren nu ons 75-jarig bestaan en na 100 jaar zullen Phytofar en zijn leden er nog staan. Alleen is het de vraag of dat met dezelfde producten als vandaag zal zijn. Nu al maken biopesticiden 20 procent van het productgamma uit. Behalve in de biolandbouw worden deze middelen courant gebruikt in het kader van geïntegreerde gewasbescherming in de gangbare landbouw. In onze sector gaat het sowieso niet over het realiseren van volume maar van toegevoegde waarde.”
Beeld: Cofabel