nieuws

Franse landbouwers zijn minder geneigd tot investeren

nieuws
Voor het Russische invoerverbod een domper op de feestvreugde zette, toonden Europese landbouwers een hoge bereidheid om te investeren in hun bedrijf. Dat blijkt uit de Trend monitor van DLG, een Duits onafhankelijk orgaan dat landbouwtechnieken en -producten aan tests onderwerpt. Al legt de enquête ook wel duidelijke verschillen per land bloot. Zo was de investeringslust in Duitsland, Polen en Groot-Brittannië groter dan in Frankrijk, waar de toekomstverwachtingen beduidend pessimistischer waren omwille van achterliggende economische factoren.
11 augustus 2014  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:27

Voor het Russische invoerverbod een domper op de feestvreugde zette, toonden Europese landbouwers een hoge bereidheid om te investeren in hun bedrijf. Dat blijkt uit de Trend monitor van DLG, een Duits onafhankelijk orgaan dat landbouwtechnieken en -producten aan tests onderwerpt. Al legt de enquête ook wel duidelijke verschillen per land bloot. Zo was de investeringslust in Duitsland, Polen en Groot-Brittannië groter dan in Frankrijk, waar de toekomstverwachtingen beduidend pessimistischer waren omwille van achterliggende economische factoren.

De bereidheid om te investeren, is het hoogst in Duitsland. Daar wil 59 procent van de landbouwers investeren in zijn bedrijf binnen de komende twaalf maanden. Het gaat dan vooral over melkvee- en varkenshouders. In beide sectoren was in vergelijking met vorige herfst 11 procent meer bereid om te investeren. Polen komt met 49 procent op de tweede plaats. In Groot-Brittannië steeg het aantal bereidwillige investeerders het sterkst in vergelijking met de herfst van 2013: van 31 naar 45 procent. Frankrijk toonde minder neiging tot investeren. DLG ziet zelfs een daling van 4 procent, van 28 naar 24.

Die verschillen in investeringslust zijn terug te leiden tot andere toekomstverwachtingen. Duitse landbouwers hebben namelijk ook het meest vertrouwen in de toekomst van hun bedrijf, gevolgd door hun Poolse collega’s. Vooral de gunstige rentevoeten in Duitsland zetten aan tot een investeringsoptimisme. In Groot-Brittannië is het vertrouwen in de toekomst opnieuw hersteld, nadat het in 2012 gekelderd was door een mislukte graanoogst.

Franse landbouwers zien de toekomst daarentegen somber in door onzekerheid over hun inkomenssteun. Bovendien moeten melkveehouders zich nog een laatste jaar aan (beperkt verhandelbare) melkquota houden. Hun bedrijven zitten zo nog steeds op slot waardoor ze vrezen in 2015 niet klaar te zijn voor de vrije melkmarkt.

Hoge pachtprijzen en de lage beschikbaarheid van vaardig personeel leiden tot een groeiende productiekost. Daarom probeert men met investeringen vooral de efficiëntie binnen een bestaande bedrijfstak te optimaliseren. Zeker in Duitsland is dit de verkozen investeringsstrategie (50%), maar ook in Polen en Groot-Brittannië kiest ongeveer 30 procent hiervoor. Franse landbouwers proberen veeleer de kosten te drukken door onderlinge coöperatieven aan te gaan (30%) of door nieuwe bedrijfstakken op te richten (ongeveer 20%).

De resultaten zijn gebaseerd op een enquête dit voorjaar bij 2.350 boeren en tuinders in Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Polen.

Beeld: Loonwerk Defour

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek