Flashback 2005: Ophokplicht door dreiging vogelgriep
nieuwsIn het najaar van 2005 en het voorjaar van 2006 gold een ophokplicht voor pluimvee in ons land als voorzorgsmaatregel tegen de vogelgriep die in vrijwel heel Europa opdook maar ons land oversloeg. Eerst richtte de maatregel zich enkel tot professionelen maar het duurde niet lang of ook particulieren moesten hun kippen binnen houden, of alleszins binnen voederen en drenken en met netten afschermen van wilde vogels. Particuliere pluimveehouders, waaronder ook de liefhebbers van duivensport, kregen het op hun heupen van de maatregel.
Het voorbije decennium werden we zo nu en dan opgeschrikt door uitbraken van vogelgriep dichtbij onze grenzen. Nederland had tweemaal prijs: in 2011 werden twee kippenbedrijven geruimd door uitbraken van de milde H7-variant. Drie jaar later trof het noodlot – de hoogpathogene H5N8-variant – een handvol pluimveehouders. Het is van 2005 en 2006 geleden dat vogelgriep hele naties in zijn ban hield. Toen brak H5N1 in Europa uit, een voor de mens gevaarlijke en voor pluimvee erg besmettelijke variant. Waar besmette vogels gevonden werden, daar golden de Europese voorzorgsmaatregelen. Bedrijven werden geruimd en een ophok- of afschermplicht moest het pluimvee uit de buurt houden van wilde vogels die het virus verspreiden. Lidstaten besloten zelf tot het al dan niet instellen van de ophokplicht. Europa heeft dat nooit afgedwongen voor de ganse Unie.
Het ene na het andere land (Nederland, Frankrijk, Duitsland, Zweden, Denemarken, Slovenië, enz.) voerde een ophokplicht in voor kippen, ganzen en ander pluimvee. In ons land was dat niet anders, al zijn we als bij wonder ontsnapt aan een uitbraak op het eigen grondgebied. Er werden geen risico’s genomen omdat behalve economische belangen ook de volksgezondheid op het spel stond. Tientallen mensen overleden aan H5N1, niet op het Europese continent maar voornamelijk in Azië, waar mens en dier op een andere manier samenleven. Door de beelden van rijen mensen die aanschuiven voor een griepspuitje zat de schrik er niettemin goed in. Vrij dicht bij huis, namelijk in Turkije, stierven drie kinderen uit één gezin aan H5N1.
Voor de pluimveehouderij is een uitbraak van vogelgriep een serieuze aderlating. Niet alleen het pluimveebedrijf waar H5N1 wordt vastgesteld, moet worden geruimd maar uit voorzorg ook alle pluimveebedrijven en kippenrennen van particulieren in de onmiddellijke omgeving. Om zulke financiële en emotionele drama’s te vermijden, werd aan pluimveehouders – ook in ons land – gevraagd om de kippen binnen te houden. De ophokplicht was voor particulieren in feite een afschermplicht want de federale overheid schreef voor dat de dieren buiten mogen op voorwaarde dat wilde vogels geen toegang hadden tot de kippenren en het drinken en voederen binnen gebeurt.
Het ongemak van te moeten knutselen aan het kippenren leek in eigen land meer op het gemoed te werken dan de angst voor vogelgriep. Organisaties die de belangen van particuliere pluimveehouders verdedigen, zoals de Stichting Levend Erfgoed, reageerden verontwaardigd op het “primeren van het economisch belang” en het “compleet negeren van de particuliere pluimveehouders die nochtans veel groter in aantal zijn dan de professionelen”. Daar begreep men niet waarom vaccinatie geen optie was, tenzij de overheid de export van pluimveeproducten niet wou schaden met een lagere gezondheidsstatus. Volgens Piet Vanthemsche, toenmalig bestuurder van het Voedselagentschap en aangeduid als coördinator voor de vogelgriepbestrijding, speelde dat niet bij de keuzes die er gemaakt werden in de bestrijding van vogelgriep. Vaccineren stoot volgens hem op moeilijkheden, meer bepaald op de enorme aantallen dieren en de onzekerheid over de virusvariant.
Toenmalig minister van Volksgezondheid Rudy Demotte had het niet gemakkelijk om de Belgen te overtuigen van de noodzaak en het nut van de afschermplicht. Behalve de particulieren met enkele kippen in de achtertuin waren ook de duivenliefhebbers ontevreden over de ophokplicht. Hun wedstrijdseizoen kwam in het gedrang. Ook de liefhebbers van pluimveetentoonstellingen kwamen niet aan hun trekken. Vlaams minister-president Yves Leterme gaf in hoogsteigen persoon het goede voorbeeld door een afgesloten kippenren te bouwen voor zijn vijf kippen.
De verplichting om vogels en ander pluimvee binnen te houden, gold een eerste keer van begin november tot 15 december 2005. Tijdens de tweede periode van 1 maart tot 1 mei 2006 werden overtredingen actief opgespoord. Professionelen hielden zich er nauwgezet aan. Bij particulieren bleef het aantal overtredingen beperkt. Niet alle particulieren moesten zich schikken naar de voorzorgsmaatregel, enkel degene die in een risicogebied wonen voor het overtrekken van wilde (water)vogels. Dat is nabij natuurgebieden, maar burgers hadden er het raden naar waar precies want de webapplicatie van het Voedselagentschap kon het grote aantal bezoeken eerst niet aan.
Kippenvlees en eieren eten, heeft nooit een gevaar ingehouden maar probeer dat de consument maar eens duidelijk te maken wanneer in Azië mensen overlijden aan vogelgriep. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de marktprijzen voor pluimveeproducten tijdens de vogelgriepcrisis onder druk stonden. De prijs van braadkippen halveerde bijna in een maand tijd. Door de vogelgriep in Europa vaardigden derde landen importembargo’s uit, waar de export van Belgisch kippenvlees erg onder te lijden had. Kwekers besloten tot het vergassen van ééndagskuikens omdat ze vetmesten geld zou kosten in plaats van opbrengen. De financiële schade werd op sectorniveau (pluimveehouders en slachterijen) geraamd op 60 miljoen euro.
Sinds de crisis in 2005 worden ieder jaar wilde vogels getest op het virus. Rond de jaarwisseling 2014-2015 was de ophok- en afschermplicht opnieuw een drietal maanden van kracht in ons land door de vaststelling van hoogpathogene vogelgriep nabij de grens met Nederland.