Sanitair Fonds pluimvee onder druk door vogelgriep: “Uitbraken teren reserves uit”
nieuwsDe vele vogelgriepuitbraken sinds het najaar van 2020 hebben de financiële reserves van het Sanitair Fonds voor pluimvee sterk onder druk gezet. Vorig jaar keerde het fonds meer dan 4,3 miljoen euro uit aan pluimveehouders voor de compensatie van geruimde dieren. Dit jaar staat de teller al op ongeveer 2,8 miljoen euro.
Om de slinkende reserves opnieuw aan te vullen, betalen pluimveehouders intussen al voor het derde jaar op rij een verdubbelde verplichte bijdrage. De FOD Volksgezondheid overweegt na recent overleg met de sector om die maatregel ook na 2026 te verlengen, zodat het fonds toekomstige uitbraken kan blijven opvangen.
Vergoeding bij verplichte ruimingen
Het Sanitair Fonds vergoedt pluimveehouders wanneer hun dieren verplicht geruimd worden bij uitbraken van dierziekten zoals vogelgriep, Newcastle disease of besmettingen met wettelijk bestreden zoönotische salmonella’s (vermeerderingspluimvee).
“Op basis van officiële waardetabellen voor pluimvee wordt de compensatie van het pluimvee bepaald, afhankelijk van het aantal dieren en het soort pluimvee”, legt de FOD Volksgezondheid uit. “Bij een uitbraak vergoedt het Sanitair Fonds 90 procent van de economische verliezen.”
Reserves onder druk
Sinds 2020 hebben opeenvolgende vogelgriepuitbraken de reserves van het fonds echter sterk aangetast. “De jaarlijkse uitbraken kost het fonds miljoenen euro’s”, aldus de FOD Volksgezondheid. “De vergoeding voor de getroffen pluimveebedrijven kunnen sterk uiteenlopen: van zo’n 100.000 euro tot nagenoeg één miljoen euro, bijvoorbeeld voor grote vermeerderingsbedrijven. Daardoor zijn de reserves de voorbije jaren snel geslonken en dreigde het fonds zelfs tijdelijk uitgeput te raken.”
Nieuwe uitbraken kunnen opnieuw zwaar doorwegen op de financiële reserves. Het blijft koffiedik kijken.
Ook recente besmettingen blijven zwaar doorwegen op het budget. Begin dit jaar beschikte het fonds nog over een reserve van ongeveer 10,4 miljoen euro, maar dat bedrag is inmiddels gehalveerd. “Alleen al in 2025 bedroegen de vergoedingen ongeveer 4,3 miljoen euro, waarvan 3,8 miljoen euro voor vogelgriep. Dit jaar zitten we nu al aan zo’n 2,8 miljoen euro”, klinkt het. Een aanzienlijk deel daarvan is het gevolg van ernstige vogelgriepuitbraken bij een tiental pluimveebedrijven in West-Vlaanderen, voornamelijk in de Westhoek.
Het fonds wordt hoofdzakelijk gefinancierd via verplichte bijdragen uit de sector. Volgens de FOD zal de inning van die bijdragen de reserves opnieuw doen stijgen tot ongeveer acht à negen miljoen euro. Toch blijft er bezorgdheid. “Een reserve van acht tot negen miljoen euro is werkbaar, maar niet echt comfortabel”, zegt de FOD. “Zeker omdat het jaar nog maar net begonnen is. Nieuwe uitbraken kunnen opnieuw zwaar doorwegen op de financiële reserves. Niemand kan voorspellen hoeveel nieuwe haarden er nog zullen opduiken. Het blijft koffiedik kijken.”
Verlenging van hogere bijdrage?
Om de financiële buffer op een voldoende hoog niveau te houden, werd beslist om de verplichte bijdrage van pluimveehouders tijdelijk te verdubbelen. Die maatregel loopt normaal drie jaar, tot en met 2026. De bijdrage aan het fonds wordt berekend per dierplaats op een bedrijf en verschilt naargelang het type pluimvee, zoals legkippen, vleeskippen of vermeerderingsdieren. Met de huidige verdubbelde bijdragen zamelt het fonds jaarlijks ongeveer 3,4 miljoen euro in.
Het is echter onzeker of de bijdragen opnieuw zullen dalen. Omdat vogelgriep steeds vaker een jaarlijks terugkerend probleem lijkt te worden, is binnen de sector al besproken of de verhoogde bijdrage mogelijk langer moet worden aangehouden. Een definitieve beslissing daarover is nog niet genomen.
Bron: Eigen berichtgeving