nieuws

Nieuwe studie stelt zich vragen bij vleeskippentransport: hoe minder kippen, hoe meer kwetsuren

nieuws

De Hongaarse Universiteit van Debrecen stelt zich vragen bij de aanbevelingen voor vleeskippentransport uitgevaardigd door het EFSA, de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid. EFSA adviseert om de bezettingsdichtheid tijdens transporten te verlagen omwille van het dierenwelzijn. Maar volgens de studie van Debrecen, heb je bij minder kippen per vierkante meter net meer transportkwetsuren.

Vandaag Ruben De Keyzer

De studie werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Animals. De onderzoekers hebben meer dan 176.000 zware Ross 308-vleeskippen over 19 kilometer vervoerd bij milde temperaturen in de lente. Het gaat om 33 transporten in totaal. Een deel werd vervoerd volgens de huidige EU-norm van 160 vierkante centimeter per kilo levend gewicht, versus een verlaagde dichtheid van 200 tot 210 vierkante centimeter per kilo. Concreet ging het om een bezetting van 5.610 dieren per vrachtwagen, vergeleken met een laadbak van 4.334 dieren.

In de controlegroep volgens de huidige EU-standaard, lag de sterfte op 0,36 procent. In de groep met meer ruimte per dier, lag de sterfte bij aankomst op 0,61 procent. Dat is een relatieve stijging van 69 procent.

Meer ruimte betekent niet alleen meer sterfte, maar ook meer verwondingen. Vleugelverwondingen in de laadbak met lage bezettingsdichtheid bedroegen 6,91 versus 4,28 procent. 6,76 procent van de kuikens had kneuzingen, versus 3,40 procent bij de controlegroep. Er werden 0,78 procent van de karkassen afgekeurd, versus 0,57 procent in de controlegroep.

Minder kippen, meer botsingen

Het antwoord laat zich raden: de onderzoekers vermoeden dat dieren met meer bewegingsvrijheid ook meer met de vleugels slaan, meer bewegen en meer botsen wanneer de vrachtwagen remt of scherpe bochten neemt.

studie kippentransport

Om het dierenwelzijn tijdens kippentransporten te verbeteren, pleiten de onderzoekers voor een integrale benadering, en dus niet louter te kijken naar de beschikbare ruimte per dier. Factoren zoals temperatuur, ventilatie, transportduur, het gewicht van de dieren, de stabiliteit van de lading en de vakbekwaamheid van het personeel spelen een cruciale rol.

Wil Europa een lagere bezettingsgraad op pluimveetransport, dan vragen onderzoekers om op zijn minst eerst verder onderzoek te doen naar de gevolgen hiervan. Zo moet er ook onderzoek gebeuren naar transport over langere afstanden en met andere types pluimveekratten.

Hitte blijft de grootste dooddoener

De test moet ook worden overgedaan in extremere temperaturen. Volgens de onderzoekers is hitte de oorzaak voor 95 procent van alle pluimveesterfte tijdens het transport. Een slecht geventileerde vrachtwagen met een hogere bezettingsdichtheid vergroot de kans hierop, zeker bij warm weer. Volgens de onderzoekers is het dus best mogelijk dat een lagere bezettingsdichtheid bij kippen een goede zaak is op hete zomerdagen, maar niet wanneer het kouder is. Bovendien tast transportstress het kippenvlees aan, wat niet interessant is voor de eindconsument.

De lagere bezettingsdichtheid betekent ook dat er meer ritten nodig zijn om dezelfde hoeveelheid kippen te vervoeren. Zo daalt de winstgevendheid van het transport met meer dan 12 procent, zonder aantoonbare verbetering voor het dierenwelzijn. Daarbovenop komt ook nog eens de economische kost van de hogere sterftegraad.

Volgens de onderzoekers moeten EU-regelgevers rekening houden met al deze factoren, om te komen tot een flexibele regelgeving die rekening houdt met de omstandigheden op het terrein. Louter kijken naar bezettingsdichtheid, zonder rekening te houden met andere welzijnsfactoren zoals temperatuur en ventilatie? Of geen rekening houden met klimaat- en economische factoren zoals de benodigde hoeveelheid vrachtwagenritten? Dat zal volgens hen geen antwoord bieden.

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek