FEVIA vindt vet- en suikertaks geen goed idee
nieuwsDe sectorfederatie van de voedingsindustrie, FEVIA, juicht naar eigen zeggen alle initiatieven toe die een complex probleem als obesitas ten gronde willen aanpakken en wil daar zelf ook toe bijdragen, maar is geen voorstander van de vet- en suikertaks. Dat laat de organisatie weten in een reactie op een UGent-studie van professoren gezondheidseconomie, die bewijst dat een zogenaamde vet- en suikertaks op ongezonde voeding het tij wel degelijk zou kunnen keren.
Wereldwijd stijgt het aantal mensen die kampen met obesitas aan een onrustwekkend hoog tempo. Boosdoeners zijn suikerhoudende frisdranken, zoute snacks en vettige kant-en-klaarmaaltijden, die overal ter wereld in opmars zijn. Om die trend om te buigen, werd in een aantal landen geëxperimenteerd met een taks op ongezonde voeding. Zo’n taks zou ook in België effect kunnen hebben, op voorwaarde dat de taks intelligent ingevoerd wordt en de inkomsten gebruikt worden om gezonde voeding goedkoper te maken. Dat is de conclusie van een onderzoek dat professoren gezondheidseconomie Lieven Annemans en Ignaas Devisch (UGent) leidden.
Maar sectorfederatie FEVIA gelooft niet in het concept. Volgens de organisatie is het invoeren van een vet- en suikertaks "om de schatkist te spijzen" geen effectieve oplossing om een gedragsverandering bij de consument te realiseren. De voedingsindustrie ijvert daarom om samen met alle betrokken partijen "een echte oplossing te zoeken, bijkomend onderzoek uit te voeren en bewustwording rond een gezonde levensstijl te stimuleren".
"Er zijn sterke aanwijzingen dat door bepaalde producten duurder te maken consumenten goedkopere varianten van hetzelfde product gaat kopen", aldus FEVIA, "of dezelfde producten gewoon over de grens gaan kopen, waar de taks niet bestaat." De taks dreigt volgens FEVIA de competitiviteit van de Belgische voedingsbedrijven aan te tasten, "met de nodige risico’s voor de werkgelegenheid, en zonder enige positieve impact op de volksgezondheid".
"In Denemarken liep werkelijk alles verkeerd wat er verkeerd kon lopen", legt Annemans uit. "De maatregel was slecht ingevoerd. De vettaks was bedoeld om extra geld in het laatje brengen. Het draagvlak bij de bevolking was dus klein, niemand zag er het nut van in. Door omstandigheden en vooral slecht bestuur was de vettaks gedoemd om te mislukken", aldus Annemans. "Daarom is het niet correct dat tegenstanders van een taks op ongezonde voeding altijd maar naar Denemarken verwijzen."
Bracke stelde vast dat met een taks op ongezonde voeding iedereen zou afvallen. Bovendien zou de overheid over een periode van 20 jaar 2,2 miljard euro besparen, omdat minder mensen ziek zouden worden als gevolg van hun overgewicht. Meer dan het "slechte voorbeeld" Denemarken verwijst Bracke naar Finland, waar de 'snoeptaks' wel naar behoren werkt. Sinds 2012 betalen de Finnen tot 95 cent extra per kilogram frisdrank, ijs en snoep. Resultaat: de consumptie van die producten daalt, mede dankzij een uitgekiende aanpak waarbij de voedingsindustrie vanaf het begin werd betrokken.
Daarom vindt Annemans dat het tijd wordt dat ook ons land zo’n taks voorbereidt. Daarbij moet met een aantal aandachtspunten rekening worden gehouden. Zo eten mensen die onderaan de sociaaleconomische ladder staan ongezonder. Zij worden met andere woorden het sterkst getroffen door zo’n taks. "Daarom zouden we de inkomsten moeten gebruiken voor subsidies voor groenten en fruit, en voor campagnes rond gezonde voeding op maat van de groepen die ze het hardst nodig hebben. De winst die we halen uit een taks op ongezonde voeding moeten we niet zien in termen van extra belastingen, maar op lange termijn: door het uitsparen van kosten in de gezondheidszorg."
Bron: De Standaard/eigen verslaggeving