Europese eiwitbronnen nog geen alternatief voor import
nieuwsDoor zijn hoog energiegehalte en relatief lage prijs is geïmporteerd sojaschroot momenteel één van de belangrijkste eiwitbronnen in varkens- en pluimveevoeders. Om de toenemende vraag naar eiwitbronnen van Europese herkomst te beantwoorden, zijn volgens een onderzoek van Wageningen UR innovaties op het gebied van veredeling en verwerking noodzakelijk.
Op dit moment heeft geen enkele Europese eiwitbron een prijs-kwaliteitverhouding die kan concurreren met die van Zuid-Amerikaans sojaschroot, en daarom zijn investeringen in innovatie broodnodig. Dat is de rode draad door het onderzoek van Wageningen UR, dat in opdracht van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken werd uitgevoerd.
Voor bepaalde eiwitbronnen, zoals Europese soja, oliehoudende en vlinderbloemige zaden en luzerne, zijn volgens de studie veredelingsprogramma’s noodzakelijk om hogere opbrengsten per hectare te realiseren. Daarnaast is er behoefte aan nieuwe of verfijndere extractietechnieken om andere eiwitbronnen, zoals erwteneiwit, graseiwit en eiwit uit algen en kroos, toepasbaar te maken voor verwerking in diervoeders.
Van al de oliehoudende zaden lijkt Europees sojaschroot het meest interessante alternatief. Binnen de categorie van de vlinderbloemige zaden lijken vooral erwten perspectiefvol. Op langere termijn kunnen ook blad-, aquatische- en insecteneiwitten bijdragen aan de vermindering van de soja-import.
De totale hoeveelheid land die in Europa mogelijk beschikbaar is voor de teelt van eiwitrijke gewassen wordt geschat op minstens 2,4 miljoen hectare. Maar een verdere verhoging van het areaal eiwitrijke gewassen gaat ten koste van de teelt van granen en knolgewassen zoals aardappelen en suikerbieten. Daarom zijn blad-, aquatische- en insecteneiwitten interessante pistes: zij leggen geen beslag op de bestaande landbouwgronden.
Meer informatie: studie Wageningen UR
Bron: AgriHolland