Europa vraagt land- en tuinbouwers om zich sterker te verenigen
nieuwsLand- en tuinbouwers zouden vaker gebruik moeten maken van de uitzonderingen op de Europese mededingingsregels, onder meer door sterker te berusten op producentenorganisaties. Dat concludeert de Europese Commissie in een evaluatierapport. Volgens het rapport zijn zulke verenigingen cruciaal om het machtsevenwicht te bewaren tussen de vele kleine landbouwbedrijven en de grotere spelers verderop in de keten.
De EU laat land- en tuinbouwers samenwerken via producentenorganisaties en brancheorganisaties omdat landbouwers vaak weinig onderhandelingsmacht hebben. Zij mogen bijvoorbeeld gezamenlijk verkopen, onderhandelen en marktinformatie delen. Dit is toegestaan zolang de samenwerking niet bedoeld is om kunstmatig prijzen vast te leggen of concurrentie uit te schakelen.
“Het is van essentieel belang dat landbouwers proactief gebruikmaken van de beschikbare mechanismen en profiteren van de voordelen die deze bieden”, luidt het rapport. Dergelijke producentenorganisaties zouden niet alleen profiteren van de uitzondering op de mededingingsregels, maar ontvangen ook financiële steun in het kader van het GLB. In 2024 telde de Europese Unie bijna 2.900 erkende producentenorganisaties.
Melksector sterk georganiseerd
Het rapport haalt de Europese melksector aan als schoolvoorbeeld voor deze producentenorganisaties. In 2024 werd er over 32,3 miljoen ton melk collectief onderhandeld via producentenorganisaties, goed voor 22,2 procent van alle Europese melkleveringen. In 2018 was dat nog maar 18,7 procent. Dat de cijfers niet hoger liggen, komt omdat slechts negen lidstaten gebruik maken van deze regeling: België, Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Nederland, Slovakije en Finland. Bovendien wordt ook in deze landen niet over alle melk collectief onderhandeld. In Duitsland en Frankrijk werd over net niet de helft van de melkinzameling collectief onderhandeld. Een uitschieter is Tsjechië: daar onderhandelen producentenorganisaties over 78 procent van de jaarlijkse melk.
Meer macht voor de telers
Volgens de Europese Commissie zouden alle sectoren er baat bij hebben om zich sterker te organiseren. Niet alleen voor meer onderhandelingsmacht, maar ook om bijvoorbeeld de gezamenlijke productie en de timing ervan te plannen. Zo kan men bijvoorbeeld overproductie vermijden waardoor de prijzen instorten. Bovendien kunnen deze organisaties met Europa samenwerken om marktindicatoren op te stellen voor bepaalde producten. Dat zijn objectieve gegevens zoals bijvoorbeeld de voerkost per liter melk, wat belangrijk is om faire prijzen te bepalen. De producentenorganisaties kunnen samen ook afspraken maken over duurzaamheidseisen die verder gaan dan wat de wet voorschrijft.
Natuurlijk krijgen de producentenorganisaties geen carte blanche van Europa. In 2017 kreeg een Franse wijnbouwersorganisatie een boete omdat zij niet alleen informatie over de prijzen gaf, maar haar leden ook daadwerkelijk aanzette om dezelfde minimumprijzen te hanteren. Dit werd gezien als een verboden prijsafspraak die de concurrentie verstoorde.
Zolang het binnen de krijtlijnen gebeurt, gelooft de EU echter wel dat producentenorganisaties een belangrijke rol te spelen hebben om de positie van de vele kleine landbouwbedrijven veilig te stellen.
Lees het volledige rapport hier.