EU wil ook melkvee waar omstandigheden niet ideaal zijn
nieuwsDe Europese Commissie publiceerde een verslag over de ontwikkelingen op de zuivelmarkt en de werking van het ‘zuivelpakket’ dat er in 2012 kwam. Het verslag beschrijft de vrij positieve vooruitzichten voor de zuivelmarkt, maakt de balans op van de uitvoering van het zuivelpakket en bevat overwegingen in het licht van het einde van de quotaregeling in 2015. Blijkt dat er twijfels zijn gerezen over het Europees regelgevend kader omdat de melkveehouderij zich sterk lijkt te gaan concentreren in de meest productieve gebieden. De EU zou liever zien dat de sector zich in alle (delen van) lidstaten weet te handhaven en ontwikkelen.
Het zogenaamde zuivelpakket is erop gericht de positie van de melkveehouders in de zuivelketen te versterken en de sector voor te bereiden op een meer marktgerichte en duurzamere toekomst. De beleidsmakers hebben geprobeerd lessen te trekken uit de crisis in 2009. De lidstaten kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen schriftelijke contracten tussen melkveehouders en zuivelverwerkers verplicht te maken. De boeren hebben ook de mogelijkheid om via producentenorganisaties collectief onderhandelingen te voeren over contractuele voorwaarden, inclusief de melkprijs. Dankzij specifieke EU-voorschriften voor brancheorganisaties kunnen de actoren in de zuivelketen overleg plegen. Ook mogen de lidstaten onder bepaalde voorwaarden het aanbod van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding reguleren.
Uit het verslag blijkt dat contracten tussen melkveehouders en zuivelfabrieken in 12 lidstaten (Bulgarije, Cyprus, Frankrijk, Hongarije, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Spanje) verplicht zijn geworden terwijl in andere lidstaten (België en het Verenigd Koninkrijk) codes van goede praktijken zijn overeengekomen. Zes lidstaten (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Tsjechië) hebben de erkenning van producentenorganisaties reeds nationaal geregeld. Eind 2013 waren daar 228 producentenorganisaties officieel erkend. In vier van deze lidstaten mogen deze organisaties collectieve onderhandelingen voeren over 4 tot 33 procent van de totale melkleveringen. Twee lidstaten (Frankrijk en Italië) hebben het aanbod van bepaalde streekkazen gereguleerd.
De Commissie meent dat het nog te vroeg is om aanzienlijke effecten van het zuivelpakket op de melkveehouderij in gebieden met ‘natuurlijke handicaps’ te zien. De oprichting van producentenorganisaties en het organiseren van collectieve onderhandelingen vragen immers tijd en een krachtige dynamiek van de landbouwers zelf. Bij gebieden met een natuurlijke handicap moet je denken aan berggebieden of regio’s die geconfronteerd worden met plattelandsvlucht. Letland, Litouwen en Malta gelden voor de volle 100 procent als achtergestelde productieregio’s voor de melkveehouderij. In ons land is 18 procent van de melkproductie gesitueerd op een plek met een natuurlijke handicap. Heel het vlakke land van onze noorderburen staat dan weer te boek als een ideaal productiegebied voor melkveehouderij.
Coöperatieve melkerijen staan meestal sterker in de achtergestelde productiegebieden. Waar desondanks de vrees bestaat dat melkveehouders het voor bekeken houden, kunnen lidstaten extra steun uitkeren om te voorkomen dat hun platteland onbeheerd achterblijft. In berggebieden gaat het om 250 tot 450 euro per hectare, in andere achtergestelde regio’s om 150 tot 250 euro per hectare. In de eerste pijler van het landbouwbeleid, de inkomenssteun aan landbouw, bestaat een vergelijkbare steun. Om de productie op peil te houden, kunnen lidstaten namelijk opteren voor gekoppelde steun aan de melkveehouderij.
Met het oog op het post-quotumtijdperk heeft de Commissie recent een Europees observatorium voor de zuivelmarkt opgericht. Doelstellingen van dit observatorium zijn meer markttransparantie bieden en de zuivelketen voorzien van betere marktanalyses. Het nieuwe instituut zal de Commissie bijstaan bij het toezicht op de marktontwikkelingen, bij het uitwerken van een vangnet voor de melkveehouders en bij de reactie op uitzonderlijke (markt)omstandigheden.
Ondanks de goede vooruitzichten voor de mondiale zuivelmarkt zijn er twijfels gerezen of het Europees kader wel afdoende is bij extreme marktvolatiliteit of een crisis die volgt op het afschaffen van de melkquota. Het zou goed kunnen dat de melkveehouderij zich niet evenwichtig ontwikkelt in de EU maar zich gaat concentreren in de meest productieve streken. De Commissie wil hierover het debat voortzetten en nagaan of er extra beleidsinstrumenten nodig zijn.
Meer info: report from the Commission
Bron: eigen verslaggeving
Beeld: Loonwerk Defour