Eerste hangcultuurmosselen zijn er: "Oogst is opvallend beter dan vorige jaren"
nieuwsDe eerste Zeeuwse hangcultuurmosselen zijn officieel geoogst en dat is opvallend vroeg in het seizoen. Waar de eerste oogst vroeger vaak pas begin of midden juni plaatsvond, halen mosselkwekers de jongste jaren almaar vaker al half mei hun eerste mosselen boven water. Volgens de sector spelen natuurlijke factoren zoals zonlicht daarbij een rol, maar ook de klimaatverandering lijkt de groei en rijping van mosselen te versnellen.
Ommekeer
De eerste hangcultuurmosselen werden geoogst in de Oosterschelde. Hangmosselen zijn een nicheproduct dat traditioneel het Nederlandse mosselseizoen op gang trekt, in afwachting van de bodemcultuurmosselen die op 1 juli worden verwacht. Kwekers spreken van een kwalitatief sterke oogst met goed gevulde en vleesrijke mosselen. Dat betekent een duidelijke ommekeer tegenover de moeilijke jaren die de sector recent kende. Twee jaar geleden werd de mosselteelt immers zwaar getroffen door een uitzonderlijke sterfte, waarvan de oorzaak nog altijd niet volledig duidelijk is.
Volgens de kwekers ging toen tot 80 procent van de bodemcultuurmosselen verloren en werd ook ongeveer 30 procent van de hangcultuurproductie getroffen. Vorig jaar waren de gevolgen nog voelbaar, maar dit seizoen lijkt de sterfteproblematiek grotendeels achter de rug.
De vroege oogst sluit aan bij een bredere trend die de sector al enkele jaren vaststelt. Hogere watertemperaturen en langere periodes van zonlicht zorgen ervoor dat mosselen sneller groeien en vroeger oogstrijp zijn. Dat biedt economische voordelen omdat kwekers sneller kunnen inspelen op de marktvraag, maar tegelijk groeit de bezorgdheid over de impact van extremere klimaatomstandigheden op de stabiliteit van de productie. De zware sterfte van de voorbije jaren wordt in de sector dan ook nadrukkelijk gekoppeld aan veranderende milieuomstandigheden in zee.
Zeeuwen halen eerste oogst mosselen boven water
30 mei 2024Nicheproduct
Hangcultuurmosselen vormen een niche binnen de Zeeuwse mosselsector en vertegenwoordigen ongeveer vijf procent van de totale productie. In tegenstelling tot bodemcultuur groeien deze mosselen aan touwen die in de waterkolom hangen. Daardoor bevinden ze zich permanent in stromend en voedselrijk water, wat doorgaans leidt tot een snellere groei en een zachtere structuur. Volgens de kwekers onderscheiden hangcultuurmosselen zich bovendien door hun mildere, minder zoute smaak.
De teelttechniek stelt wel specifieke eisen aan de locatie. Enkel beschutte wateren zijn geschikt voor hangcultuur, waardoor de productie beperkt blijft tot enkele zones in Zeeland zoals de Oosterschelde, het Grevelingenmeer en het Veerse Meer. Die beperkte schaal maakt de sector tegelijk kwetsbaar voor veranderingen in waterkwaliteit, temperatuur en stromingen.
Naast de klimatologische uitdagingen kampen mosselkwekers ook met stijgende productiekosten. Hogere brandstofprijzen maken zowel het transport over water als over de weg duurder, terwijl ook loon- en verwerkingskosten stijgen. Of dat zich zal vertalen in hogere consumentenprijzen, is voorlopig nog onduidelijk.
Bron: Belga