Warmer strandwater lokt andere soorten naar onze Noordzee
nieuwsVoor een portie calamares hoeven we niet langer richting Costa Brava te rijden, maar dat is ook het enige goede nieuws over ons Belgisch strandwater. De afgelopen 30 jaar zijn koudwatersoorten er sterk op achteruitgegaan, terwijl warmteminnende soorten vaker voorkomen. Inktvis is inmiddels de meest gevangen vis in de Belgische visserij, maar ook de giftige kleine pieterman en Amerikaanse kamkwallen komen vaker voor. Dat blijkt uit onderzoek van het burgerwetenschapsproject SeaWatch-B van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).
De studie schept een grimmig beeld van onze Noordzeekust. Typische koudwatersoorten zoals de sprot en de grijze garnaal zijn er volgens het onderzoek sterk op achteruitgegaan, met 78 procent tegenover 30 jaar geleden. Kort na de bekendmaking van het onderzoek nuanceerde ILVO echter dat een mindere aanwezigheid in onze Noordzee niet noodzakelijk betekent dat de soort is teruggevallen. Zeker voor garnalen is er sprake van een wisselend patroon. Volgens ILVO is de studie onvoldoende representatief om uitspraken te doen over mariene soorten die in een veel breder gebied voorkomen en die sterk migreren doorheen het jaar, zoals de garnaal.
Koudwatersoorten mijden (tijdelijk) het kustwater
De resultaten zijn gebaseerd op 11 jaar waarnemingen van vrijwilligers binnen SeaWatch-B, aangevuld met historische onderzoeksgegevens van de Universiteit Gent. Hoewel over niet alle vissen sterke conclusies kunnen worden getrokken, zijn er toch opvallende trends. Zo zijn strandkrabben, grondels en haring en sprot veel minder talrijk aanwezig in ons kustwater dan vroeger. "Deze klassieke vertegenwoordigers van de brandingszone lijken het ondiepe kustwater, minstens tijdelijk, meer en meer te mijden", klinkt het bij VLIZ.
Tegelijk winnen warmteminnende soorten terrein. De kleine pieterman, een vis met giftige stekels, is een vaste waarde geworden in het brandingswater en komt vandaag liefst 24 keer vaker voor dan in de jaren 1990. Ook de gewone zwemkrab, jonge tarbot en griet zijn aan een opmars bezig. Met de Atlantische grijze zwemkrab vestigde zich ook een nieuwe soort. Daarnaast stellen de onderzoekers een sterke toename vast van twee soorten kamkwallen: het zeedruifje en de niet-inheemse Amerikaanse kamkwal.
Niet alleen de samenstelling van de fauna veranderde, ook de periode waarin soorten voorkomen is verschoven. Zo verschijnen grondels nu pas in oktober in plaats van in juli en bereikt de grijze garnaal haar hoogste aantallen al in april. Volgens het VLIZ lijken deze soorten de brandingszone tijdens de warmste zomermaanden steeds vaker te mijden.
Klimaatverandering manifesteert zich sneller aan kust
VLIZ benadrukt dat niet alle wijzigingen zomaar door een hogere temperatuur kunnen worden verklaard. Maar volgens de onderzoekers warmt het ondiepe strandwater sneller op dan het oppervlaktewater verder uit de kust, waardoor de gevolgen van de klimaatverandering er zich het eerst manifesteren. Sommige soorten zijn hierdoor zeldzamer of net talrijker geworden, andere zoeken meer geschikte omstandigheden op door op andere momenten in het jaar te pieken.
Bron: Belga, eigen berichtgeving