Bedreigd en onmogelijk te fokken in gevangenschap: glipt de paling weg van ons menu?
ReportageEten we deze lente slechts ‘groen met frietjes’ in het Scheldeland? Want de paling is een bedreigde diersoort, en daar lijkt niet meteen verandering in te komen. Vishandel Clatervis in Hove haalde vorige donderdag de nationale pers door bij wijze van bewustmaking de vis uit de toonbank te halen. Maar hoe komt het dat dit dier bedreigd is? En kunnen we niet simpelweg meer paling kweken? Volgens Stefan Teerlinck, voorzitter van het Vlaams Aquacultuurplatform, is dat niet zo evident.
Overbevissing? Klimaatopwarming? Volgens Teerlinck valt er niet één duidelijke schuldige aan te wijzen voor het palingtekort. De paling is een ‘trekvis’. Wanneer hij geslachtsrijp is, glibbert hij van onze beken naar de oceaan. Daar begint hij aan een tocht van duizenden kilometers naar de Noord-Atlantische Sargassozee om er te paren. De volwassen palingen paren op grote diepte en sterven. De larven die daaruit voortkomen, keren via de zeestromingen terug naar de Europese kusten. Een tocht van één tot twee jaar. Eens aangekomen bij de riviermonding, zijn de larven getransformeerd tot glasaal. De minuscule visjes groeien in onze zoete wateren uit tot volwassen palingen.
Gevangen of gekweekt?
Stefan Teerlinck herinnert zich nog hoe de palingen ooit krioelden in de Boerekreek in Sint-Laureins. Toen zijn grootvader jong was, werd de vette vis toen als volwassen dier gevangen voor een feestmaal van eigen bodem. Een historisch, maar ook een gedateerd tafereel. “Eigenlijk wordt volwassen paling in Vlaanderen zo goed als niet meer gevangen. 'Onze' paling in’t groen wordt volgens Teerlinck vooral gemaakt met vis uit Nederland en Noord-Amerika. “Het is hetzelfde als met de mosselen: de Nederlanders kweken ze, en wij eten ze op”, zegt Teerlinck.
Is dat dan gekweekte paling? Niet helemaal. Alle paling die we eten, is in de Sargassozee geboren. Een palingkweker werkt uitsluitend met gevangen glasaal, wat hij opkweekt naar ‘volwaardige’ palingen.
Waarom sterft de paling uit?
Die glasaalvangsten hebben volgens dierenorganisaties zoals WWF nefaste gevolgen voor de palingpopulaties. Volgens Teerlinck is overbevissing echter slechts een klein deel van de puzzel. Een ander deel is de zwemblaasworm, een bloedzuigende parasiet die de zwemblaas van Europese palingen infecteert en ernstig beschadigt. “Die zorgt ervoor dat de glasaal niet meer veilig terug kan zwemmen”, zegt Teerlinck. “Een andere hoofdreden is dat heel veel rivieren niet meer makkelijk op te zwemmen zijn. Er zijn in dammen openingen gemaakt waar de paling door kan, maar optimaal is het niet. Ook de vervuiling speelt hen parten.”
Een hoofdreden is dat heel veel rivieren niet meer makkelijk op te zwemmen zijn
De visvangst is volgens Teerlinck geen hoofdreden voor het langzaamaan uitsterven. “Maar daarover verschillen de meningen afhankelijk van wie je bevraagt”, zegt hij. “Glasaaltjes komen met miljoenen samen op bepaalde punten, en daar wordt door de visserij een procent uitgehaald. Maar als je weet dat er hoe dan ook slechts een fractie van die miljoenen visjes in het wild overleeft, weet ik niet of visserij de grote factor is. Dat is mijn mening, althans. Er zijn ngo’s die liever een einde zien aan deze visserij.”
Pioniers in de palingkweek
Zolang de mens er niet in slaagt om palingen zich in gevangenschap te laten voortplanten, is wildvangst van glasaal de enige manier om deze vis te eten. Het bedrijf Glasaal in het Nederlandse Volendam, met aan het roer bioloog Nico Van Straalen, wil de code kraken. “Paling is van oudsher met Volendam verbonden”, zegt Van Straalen. “Een iconisch dier. De lokale voetbalploeg draagt plunjes met een paling op, en in de muziekscène is de palingsound hier geboren.”
Franse oesterkweek gefnuikt door stormweer
7 november 2023Eerst het goede nieuws: Van Straalen en zijn team zijn erin geslaagd om jonge palinglarven aan te maken. “In vitro is bevruchting geen enkel probleem”, zegt Van Straalen. “Dat is hetzelfde protocol dat men gebruikt bij vrouwen die moeilijk kinderen kunnen krijgen. Eén paling kan een miljoen eieren leggen. In Japan worden de dieren zelfs gezien als een symbool van vruchtbaarheid. In juli hebben ze er de Palingdag en is het de gewoonte dat jonge stellen er bidden voor een aquarium met palingen in, om hun kinderwens te bezegenen.”
Larven in leven houden
Palingen bevruchten is dus geen probleem. Larven laten uitgroeien tot glasaal blijkt een ander paar mouwen. “De eerste 14 dagen uit het ei, groeien de larven door hun dooierzak op te nemen. Daarna moeten ze zelf op zoek gaan naar eten. Wij slagen erin om hen te voeden, maar na een dag of twintig, dertig, gaan er te veel larven dood. Telkens weer blijken ze niet goed te eten. Of sterven ze om een andere reden, waardoor we amper nog larven overhouden. De weinige larven die door die eerste flessenhals zijn gekomen, kunnen we nog behoorlijk lange tijd doorkweken. Een beestje bereikte zo de leeftijd van meer dan 300 dagen. Maar op die tijd zitten de larven nog in het wilgebladstadium. Dat is het stadium dat een larve heeft nog voor ze de kust heeft bereikt. Ze groeien nooit lang genoeg om glasaal te worden. We blijven zoeken naar het juiste voer en de juiste microbiële samenstelling van het kweekwater om dat te verwezenlijken.”
Het einddoel is om larven op te kweken naar glasaal, en deze glasaal dan te verkopen aan andere kwekerijen. Als het lukt, zitten ze op een spreekwoordelijke goudmijn. Glasaal is zo duur en exclusief dat er zelfs een clandestiene markt voor bestaat. “Glasaal heeft de prijs van cocaine: bijna duizenden euro’s per kilo”, zegt Van Straalen. “Om te illustreren: in Spanje legt men zo’n 1.500 euro neer voor een klein bordje glasaal. Het niet wenselijk dat deze dieren zo jong gegeten worden, maar in excentrieke kringen gebeurt dat tegen een hoge prijs. Een aantal jaar geleden heeft men op Schiphol nog Aziatische smokkelaars gevat met koffers die waren ingericht om een paar kilo glasaal te vervoeren. We spreken hier over een enorm waardevol product.”
Paring nog nooit gezien door de mens
Waardevol en mysterieus, want de dieren hebben nog steeds veel geheimen om te ontrafelen. “Er heeft nog geen mens gezien hoe palingen zich voortplanten”, zegt hij. “Eens een paling in zoet water is, duurt het naar schatting een jaar of tien, 20 voor ze de trek naar de Sargassozee ondernemen. Ook hun geslacht wordt pas op late leeftijd bepaald. De dieren die u eet, zijn nog geen man of vrouw. Ze zijn zelfs nog niet adolescent. Hun groene huid is nog slecht ontwikkeld. Palingen zijn pas volwassen eens ze ontwikkeld zijn tot zilveraal. Dat is het stadium waarop ze naar de Sargassozee trekken. En net als bij veel vissen, ligt hun geslacht niet genetisch vast. Ongeveer de helft van de palingen wordt een mannetje, de andere helft een vrouwtje. Bij een hoge dichtheid verschuift de geslachtsverhouding naar de mannetjes. Bij een kleinere populatie komen de vrouwtjes in de meerderheid.”
Een aantal jaar geleden heeft men op Schiphol nog Aziatische smokkelaars gevat met koffers die waren ingericht om een paar kilo glasaal te vervoeren.
Dat de palingen een vetreserve opbouwen voor deze tocht, draagt trouwens ook bij tot hun consumptiewaarde. Het is een hele gezonde vis, met goede en onverzadigde vetzuren. Een kanttekening is dat je moet opletten met zware metalen en dioxines, maar dat heb je alleen bij wilde paling die in de rivieren wordt gevangen. En die vangst is beperkt. Palingen die gevangen worden in het Markenmeer en het IJsselmeer zijn relatief schoon. Kweekpalingen zijn vrij van zulke verontreinigingen.”
Palingpopulaties min 95 procent sinds de sixties
Als de organisatie slaagt in zijn doel, zal dat dus niet alleen de wilde paling ten goede komen, maar ook de volksgezondheid. “Daarom willen we dus de andere helft van de cyclus sluiten. We kunnen glasaal opkweken tot paling, nu nog larven opkweken tot glasaal. Want zolang de palingkweek afhankelijk blijft van wild gevangen glasaal, schiet de bescherming van de paling niet op. De Europese Unie heeft een aalbeschermingsplan aangenomen in 2007, waarbij de vangst van wilde glasaal en paling beperkt wordt. Maar zelfs na een jaar of tien laat dat geen resultaten zien. De intrek van glasaal wordt jaarlijks bijgehouden, langs de Europese kust, en die is nog steeds erbarmelijk laag. Maximaal vijf procent van wat het was in de jaren 60 en 70.”
Van Straalen hoopt dus snel resultaat te boeken. Maar het wordt geen sinecure: in heel Europa gebeurt er amper soortgelijk onderzoek. “Er is alleen nog een groep in Denemarken, maar die kampten met dezelfde struikelblokken als bij ons. Intussen hebben we hen ingehaald en is onze voortgang groot genoeg om nieuwe investeerders aan te trekken. We hebben nu voldoende financiering voor dit jaar en zeer waarschijnlijk het jaar nadien. We hopen dus tegen 2027 een duidelijk vooruitzicht te hebben. We hebben er een goed vertrouwen in.”
Bron: Eigen berichtgeving
Beeld: Tasja / CC BY 3.0 / via Wikimedia Commons